zondag 6 oktober 2013

Van de hak op de tak zie ik door de bomen het bos niet meer

Afgelopen week heb ik een behoorlijk drukke week gehad.  Een kennis van me vroeg me of ik haar dochter, een meisje van twintig dat momenteel in Leiden studeert, een stoomcursus Nederlands kon geven.  Ze spreekt weliswaar uitstekend Nederlands maar het Nederlands schrijven is lastiger voor haar.  Ze mist soms net bepaalde regels.  Ze heeft altijd met haar ouders in Tunesië gewoond en is naar de Franse school gegaan.  Ze is hier nu voor tien dagen en wil graag elke dag langskomen.  Natuurlijk wil ik haar helpen.  Het blijkt echter al snel een hele uitdaging te zijn.  Het zijn als het ware de puntjes op de i die ze nodig heeft.  Het is er dus zo’n beetje op uitgedraaid dat het voor mezelf ook een stoomcursus is geworden.  De lessen heb ik zoveel mogelijk op maat proberen te maken.  Ik ben hele dagen bezig geweest met voorbereiden en ook mijn andere lessen gingen natuurlijk gewoon door.  Af en toe zag ik door de bomen het bos bijna niet meer.  Ik ben diep in onze taal gedoken en besefte maar weer eens te meer dat het erg complex is.  Het lijkt ook af en toe dat de ene bron de andere weer tegenspreekt.  Is het nu vlekkeloos of vlekkenloos of mag het allebei en waarom dan?

Ik ben echter erg blij met al mijn leerlingen.  Het is een erg gevarieerd stel en dat zorgt dus voor de nodige afwisseling.  Van mijn vaste groepje is de jongste zeven en de oudste dertien jaar.  Het zijn stuk voor stuk leuke kinderen.  Ik geniet ervan om hen les te geven.  Het één op één contact maakt het ook extra bijzonder.  Daarnaast ben ik niet constant bezig met taal alleen merk ik wel.

Zo vroeg Nana afgelopen dinsdag ineens tijdens het maken van een oefening in haar werkboekje:  ‘ken jij iemand die zijn adem 99 seconden kan inhouden?’  ‘Eh, nee , ik geloof van niet’, antwoordde ik naar waarheid.  ‘Jij?’  Het bleek dat een jongen uit haar klas geprobeerd had om zijn adem in te houden omdat hij ‘dood’ wilde.  En waarom?  Een klasgenootje was verliefd op hem.  En dat zag ie blijkbaar niet zo zitten.  Ik bedenk glimlachend dat jongens toch ook wel in staat kunnen zijn om de Drama Queen uit te hangen.  Uhhh, Drama King dus.

Dan vervolgt ze uiterst serieus:  ‘Denk je dat de hel bestaat?’  Ik probeer haar gerust te stellen.  Ik merk dat ze echt bang is.  ‘Kinderen uit mijn klas zeggen dat je naar de hel gaat als je liegt’ zegt ze.  ‘En toen ik vier jaar was heb ik wel 90 keer gelogen.’  Even later wordt dat zelfs 99 keer.  Ze heeft het blijkbaar goed bijgehouden.  Hilarisch eigenlijk, maar het is een bloedserieus onderwerp.  Ik laat de les maar even voor wat het is en besluit een filosofisch gesprekje met haar te hebben.  Ik denk dat ik haar wel kan begrijpen.  Ik was op haar leeftijd precies zo.  Oprecht bang voor de hel.  Eeuwig branden leek me verschrikkelijkste wat je kon overkomen.  Erg jammer dat sommige kinderen tegenwoordig nog steeds bang zijn.

Even later heeft haar broer les.  Een slimme jongen van 10 jaar die dol is op Pokémon.  Ik bedenk elke keer weer dat ik blij ben dat ik dankzij een aantal oud leerlingen best goed op de hoogte ben van die specifieke wereld.  Het blijkt dé manier om contact met hem te krijgen.  En zo blijf ik ook nog op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen op dat gebied.  Stiekem vind ik het zelf ook hartstikke leuk.


Op donderdag ben ik inmiddels zo moe dat ik me afvraag of ik Esmée wel les ga geven om 4 uur.  Een lichte hoofdpijn is op komen zetten en mijn hele lichaam voelt zwaar aan.  Ik besluit om door te bijten.  Bij Esmée aangekomen drink ik altijd eerst even koffie.  Ik merk al snel dat zij vandaag ook niet zo veel zin heeft in de les.  Ze is stil en haar gezicht spreekt boekdelen.  Als ik de les begin klaart ze gelukkig meteen op.  Vandaag heb ik een alternatieve les over dierendag en het blijkt een schot in de roos te zijn.  Esmée lacht weer en doet de hele les goed mee.  Het geeft mezelf ook weer energie merk ik.  Na de les vraagt Evelien of ik wat blijf drinken.  Ik zeg dat ik naar huis ga maar Esmée vraagt of ik nog even blijf.  Een goed contact met leerlingen vind ik belangrijk en ik besluit toch nog wat te drinken.  Esmée wil het klaar maken.  Even later zit in op de bank met een glas witte wijn met bubbels en een dropje op de rand.  Als ik afscheid neem ben ik wat licht in mijn hoofd.  Logisch, dat heb ik meestal als ik alcohol drink op een vrijwel lege maag.  

Vrolijk en voldaan loop ik op weg naar een taxi en hoop ik dat er vandaag snel eentje langskomt.  Vlak voor het Golden Tulip hotel staat een donkere man met een grappig wit hoedje op.  Hij zegt vriendelijk gedag en ik groet hem terug.  Hij vraagt me wat ik hier doe.  Ik voel me eigenlijk ietwat gehaast, maar besluit hem toch even te antwoorden.  Hij stelt wat vragen en dan vind ik het mijn beurt om hem wat te vragen.  Wat doet u hier in Tunesië?  ‘Ik ben de ambassadeur van Oeganda’ antwoordt hij.  Ik reageer enthousiast en zeg dat ik daar geweest ben en dat het een prachtig land is.
  
We praten even verder en even later geeft hij mij zijn kaartje.  Wat een bijzondere ontmoeting weer!  Ik ben blij dat ik niet doorgelopen ben.  Hij vertelt dat hij ooit de volgende goede raad kreeg van zijn professor in Londen in de tijd dat hij daar studeerde: ‘probeer iedere dag een leuk contact met iemand te maken die je nog niet kent.’  En zo is het maar net!


De namen in deze blog heb ik trouwens gefingeerd ;-)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten