Suikerfeest op Kerkennah
Het zit er weer op, de Ramadan. Na een maand vasten trakteert Tunesië zich op
een paar vrije dagen en omdat het op vrijdag ook al een feestdag was, de dag
van de Revolutie, betekent dat bijna een week vrij. Leuk om er weer een keertje op uit te
trekken. Naar Kerkennah, besluiten
we. Het kleine eiland niet ver uit de
kust stond al op ons to-do lijstje en vrienden tippen ons dat het er goed
is. Op zondagmorgen vertrekken we met
onze huurauto naar Sfax, waar we de boot gaan nemen. Het is rustig onderweg. Het Suikerfeest begint morgen en dat betekent
dat er maar weinig mensen op straat zijn.
Halverwege Tunis en Sfax waagt Caroline zich achter het stuur. Voor het eerst in Tunesië en natuurlijk is er
geen vuiltje aan de lucht. In Sfax
blijkt het dan toch weer een stukje drukker.
We rijden net de stad in op het moment dat Sfax inkopen aan het doen is
voor het breken van het vasten. Omdat we
nog twee uurtjes moeten wachten tot het vertrek van de eerstvolgende boot lopen we een beetje rond
in Sfax en zoeken we een plekkie waar we een bakje koffie kunnen doen. We hebben mazzel, want al snel vinden we een
vijfsterren-hotel. Goeie kans dat de bar
daar gewoon open is. Die blijkt
weggestopt in het souterrain en blauw te staan van de rook. Een soort maffia-hol eigenlijk, of misschien
een zeerovershol. We zitten immers vlak
bij de haven die er niet bepaald uitnodigend uitziet. Na een snel bakkie houden we het voor gezien
en gaan we naar de waterkant waar we nog snel een stiekem hapje eten uit onze
meegenomen koelbox.
Drie
kwartier voor de geplande afvaart van de boot gaan we naar de kade. Ruim een uur eerder hadden we te verstaan
gekregen dat een halfuurtje voor vertrek de poort open zou gaan en dat we niet
hoefden te reserveren, maar we zien tot onze schrik al een gigantische rij
wachtende auto’s. Er is gelukkig nog
plek, maar we hadden geen kwartier later moeten komen. Het inschepen gaat op z’n Tunesisch. Chaotisch.
Ik moet een auto die van rechts komt – kennelijk een abonnementhouder –
voor laten gaan, maar die moet halverwege de oprit vol in de remmen, waardoor
onze aanloop ook niet helemaal zonder horten en stoten gaat. De oprit wordt gewoon gedeeld met
voetverkeer, dus da’s oppassen geblazen.
Eenmaal op de boot is het aanschuiven en ineens baal ik er van dat ik
van onze vaste verhuurder deze keer een extra dikke auto heb meegekregen. Stukje klantenbinding. Gelukkig kijken ze bij de verhuur niet op een
krasje meer of minder, want geheel zonder kleerscheuren zijn we er geloof ik niet
vanaf gekomen. Ik meen tenminste het
autoportier van onze buurman in het portier van onze huurauto te herkennen,
maar ik geef toe dat dat inbeelding kan zijn.
Later, wanneer we de auto terugbrengen in La Marsa, komt de
wagenparkbeheerder na een plichtmatig rondje rond de voor ons uitstapje veel te
dikke auto, met een brede grijns het kantoortje binnenlopen en zegt ie “nou
zullen we het maar weer door de vingers zien deze keer”. Ik denk dat ie een grapje maakt, maar zeker
weten doe ik het niet. Maar nu gauw terug
naar Kerkennah.
Na
vijfenzeventig minuten varen leggen we aan op Kerkennah, waar het ontschepen
nog chaotischer verloopt dan het inschepen.
Daar werden nog wat aanwijzingen gegeven, maar bij het ontschepen is het
ieder voor zich, God voor ons allen. De
gemoederen raken zodanig verhit dat op de kade een paar mensen mekaar in de
haren vliegen. Het zal vast ook te maken
hebben met de Ramadan. Hoe langer die
duurt, hoe chagrijniger mensen er van worden.
Eenmaal van het
haventerrein af wordt het een stuk makkelijker.
Nog een halfuurtje rijden naar ons hotel wat niet moeilijk te vinden moet
zijn, schatten we. Kerkennah is niet al
te groot immers. En het klopt. Zonder al te lang zoeken komen we aan bij het
Grand Hotel. Twee sterren maar, maar
volgens de reisgidsen wordt het hotel daarmee wel een beetje tekort gedaan. Het blijkt een prachtige plek te zijn, direct
aan het strand, en met zeezicht vanuit alle kamers. Eén groot nadeel wel. De watervoorziening op Kerkennah is dusdanig
slecht dat een groot deel van de tijd de waterdruk te laag is om lekker te
kunnen douchen. Met kattenwasjes lukt
het ons om ons een beetje toonbaar te houden.

Op maandag maken we eerst een toer
over het eiland. Het is idyllisch. Hier
en daar en klein dorpje omringd door olijfboomgaarden en wat dadelpalmen. En verder rust, rust en nog eens rust. Vooral op maandag is Kerkennah helemaal
uitgestorven. Er zijn maar weinig mensen
buiten. Hier en daar zien we een
familie, op weg naar opa en oma om daar het begin van het Suikerfeest te
vieren. Terug in het hotel gaan we naar
het strand. Ook daar rust. We huren een paar ligstoelen en relaxen. Ik
ga zelf nog even het water in. En da’s
tamelijk uniek. Vind het zeewater meestal
te koud, maar hier op Kerkennah kun je een paar honderd meter de zee in lopen
zonder dat je haar nat wordt – niet dat ik daar nu direct wakker van zou liggen
- en dat betekent ook weer dat het water makkelijk opgewarmd raakt. En dan, in de late namiddag zien we vanaf ons
balkon de zon in de zee zakken. T’is
mooi op Kerkennah.
Dinsdagmorgen beginnen we de dag actief.
We maken een wandeling langs het strand richting Borj El Hissar. Een in de zestiende eeuw door de Spanjaarden
gebouwd fort. Het blijkt hermetisch afgesloten. Ik probeer nog langs de vestingwal naar boven
te klauteren om een beter vergezicht te krijgen over het eiland, maar ik kom
niet ver. Ik zie wel dat een paar
honderd meter verder onze strandstoelen naar ons liggen te lonken, dus we gaan
maar gauw terug. Net op tijd voor een
plekkie onder een parasol. Het Grand
Hotel blijkt namelijk het epicentrum van Kerkennah te zijn. Behalve een paar hotelgasten uit Tunis, komt
heel Kerkennah naar het strand bij het Grand Hotel. Gelukkig is er op het strand en in het water
genoeg plek voor iedereen. Het is
gezellig. Er wordt volop gebadderd, een
spelletje strandtennis gespeeld en kinderen voeren een dansje op voor oma. In het strandrestaurant is het rond lunchtijd
dringen geblazen. Bij zo veel drukte slaan
de stoppen in de keuken volledig door, wat betekent dat we even op onze salade
en onze pizza moeten wachten. Maar we
hebben geen haast.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten