Bikkelen in Rabat
Eindejaarsdrukte bij
Oxfam Novib. Omdat de meeste projecten
die we steunen zo rond 1 januari beginnen en omdat we veel voorbereidingstijd
nodig hebben gehad om lokale organisaties te vinden om mee samen te werken is
november een piekmaand. In deze maand
moeten we knopen doorhakken en contracten afsluiten met lokale organisaties op
basis waarvan we geld ter beschikking stellen.
Een flinke klus waarbij we ons geen missers kunnen permitteren. Dat zijn we immers aan het ministerie van
Buitenlandse Zaken en aan onze donateurs verplicht. Om m’n Marokkaanse collega Asmae bij te staan
ben ik een weekje naar Rabat geweest.
Asmae is onze
vertegenwoordigster in Marokko en kent de lokale situatie goed . Gelukkig heb ik zelf wat verstand van
financiën, dus kunnen we elkaar mooi aanvullen.
Samen bespreken we met een aantal lokale organisaties hun financieringsaanvragen
en brengen we de eventuele risico’s in kaart.
Hier en daar moet er nog wat gesleuteld worden, maar we hebben er
vertrouwen in dat ons geld goed besteed wordt. Jammer genoeg moeten we een hoop tijd besteden
aan bureaucratische beslommeringen. Het
gevolg van constant politiek gesteggel over de vraag of het geld niet in een
diepe put verdwijnt. Ik geloof niet dat
een scepticus te overtuigen valt met alle cijfers die we moeten
vastleggen. Maar neem gerust van mij
aan: het geld is bij ons in goede handen en komt goed terecht. Van het begrip strijkstok hebben ze bij de
clubs waar wij mee samenwerken nog nooit gehoord. Wel van hard werken en je onbaatzuchtig
inzetten voor het goede doel. Maakt u
gerust dit jaar nog een donatie over ;-)
In Marokko besteden we ons geld, net als in Tunesië trouwens, vooral aan
projecten op het gebied van vrouwenrechten en maatschappij-opbouw. In Marokko is het niet zo vanzelfsprekend dat
je een vereniging of stichting opzet die dan de ruimte krijgt om maatschappelijk
actief te zijn. Het is meer gebruikelijk
dat de overheid dat soort initiatieven dwarsboomt en zelf de touwtjes strak in
hand probeert te houden. Afgelopen week
zag ik daar nog een aardig voorbeeld van: op de avenue vlak voor het parlement
was een fototentoonstelling ingericht.
Grote panelen met boven elk paneel een afdak. Een aardig initiatief zo op het eerste
gezicht, maar toch vooral bedoeld om ruimte te claimen die anders misschien wel
eens door demonstranten ingenomen zou kunnen worden.
Hoewel Asmae
onze enige vertegenwoordiger is in Marokko staat ze er niet alleen voor. Ze heeft een bureautje op het kantoor van onze
Spaanse collega’s. Hun kantoor is een
stuk armoediger dan dat van ons in Tunis.
Niet gek. Binnen de hele Oxfam
familie is Novib één van de grootste.
Nog wel in ieder geval want hoe het er over een paar jaar uitziet, met
een geplande bezuiniging van 1 miljard op ontwikkelingssamenwerking is moeilijk
te overzien. Bovendien is Rabat een stuk
duurder dan Tunis. Een hapje eten buiten
de deur valt nog mee – voor een euro of 15 kun je lekker eten – maar de huurprijzen
liggen een stuk hoger dan in Tunis. Als
ik me ’s morgens aan het installeren ben vraagt de schoonmaakster me of ik misschien
zin heb in een kopje thee. ‘Nou, een
kopje koffie misschien?’ ‘Nee, dat heb
ik helaas niet … maar wel Nescafé’.
Nou, lekker toch. En bovendien:
het is de service die telt.
Door de piekdrukte ben ik ook ’s avonds en in het weekend nog druk
bezig. Gelukkig loopt het internet in
het hotel als een tierelier. Okay, je
moet dat met een korreltje zout nemen, want het is niet net als thuis
natuurlijk, maar ik heb zeker niet te klagen.
Voordeel is is dat ik het internet op mijn etage niet met andere gasten
hoef te delen. Ik geloof dat ik zelfs de
enige gast in het hotel ben. Het is vrij
nieuw en moet kennelijk nog wat aan z’n naamsbekendheid doen. Als er tapijt op de vloer zou liggen dan zou
het naar nieuw tapijt ruiken. Als ik
gevraagd wordt of ik misschien nog wat suggesties heb voor verbetering aarzel
ik dan ook geen moment om voor te stellen om een kleedje neer te leggen om de
boel wat aan te kleden. Het is nu nog
een wat kale boel. Ook het restaurant is
trouwens nog niet operationeel. Zou ook
wel een dure grap worden om voor één gast een keuken open te houden. Gelukkig zitten er zat cafeetjes en
restaurantjes in de buurt waar ik een ontbijt kan halen.
Tussen de
bedrijven door heb ik in het weekend toch nog wat tijd om Rabat wat verder te
verkennen. Het is buiig weer en het in
het weekend wordt het zelfs frisjes, maar de meeste regen valt ’s nachts.
Met bakken tegelijk trouwens. Op
tv zie ik beelden vanuit Irfan, een dorpje in de hoge Atlas. Afgelopen voorjaar ben ik er nog langs
gekomen op weg naar Errachidia. Nu ligt
er sneeuw en is de weg nauwelijks nog begaanbaar. Goed dat ik deze keer geen tijd had om daar
heen te gaan. Nadat zaterdagmorgen de
lucht wat geklaard is ga ik naar het werkpaleis van Koning Mohammed VI. Het ligt om de hoek binnen een ommuurde
woonwijk. Om het terrein op te mogen
moet ik m’n paspoort inleveren. Achter
de poort spelen kinderen op straat. Een
vrouw hangt de was buiten. Dagelijkse
taferelen, maar verder waan je je in een compleet andere wereld. Er is maar weinig verkeer en er ligt geen
vuiltje op straat. Alle bomen staan
netjes in het gelid, al is er wel erg slordig gesnoeid, en het gras is strak
gemaaid. Het paleis zelf wordt
ogenschijnlijk niet al te streng bewaakt, maar als ik iets te dicht bij kom om
een foto te maken wordt ik vriendelijk doch dringend verzocht om geen stap
dichterbij te komen. Ze hebben in
Marokko trouwens nog wel een “issue” zo te zien met betrekking tot de bewaking
van het paleis. Alle afdelingen van de
nationale strijdkrachten zijn vertegenwoordigd.
Gelukkig lijkt het allemaal in redelijke harmonie te verlopen. Er wordt gezellig gekeuveld in ieder geval.
Op zondag
bezoek ik Chellah. Da’s echt mooi. Een groot deel van het huidige Rabat is
ommuurd, maar vlak daar buiten liggen de resten van een oude Romeinse stad,
Sala Colonia, of Chellah zoals het tegenwoordig heet. De oorsprong van Rabat. Veel later, nadat Chellah al lang verlaten
was, is bij de overblijfselen van de stad een begraafplaats gemaakt en is de
stad door een Sultan ommuurd. Met een
moskee en een madrassa er bij. Tegenwoordig
wordt de stad nog bewoond door een kolonie ooievaars. Van bovenop de nog fier overeind staande
minaret houdt juffrouw ooievaar constant een oogje in het zeil.
Na een weekje
bikkelen vertrek ik dinsdagmiddag terug naar Tunis. Vanuit Rabat is het een treinrit van een
kleine twee uur naar het vliegveld. Deze
keer verloopt het vlot. Net voorbij Casablanca – het is nog ruim een
half uur met de trein naar het vliegveld – verandert het beeld dramatisch. Op de heenweg was het al donker en had ik er
daardoor weinig van gezien. Eerst rijden
we langs industrie. Daarna passeren we
een aantal armoedige dorpjes. Sloppen
eigenlijk. Paard en wagen doen hier
dienst als groepstaxi. Een man scharrelt
door het afval op zoek naar iets bruikbaars.
Hier leven de mensen op de rand van de samenleving. Een slechtere plek om te leven is moeilijk
voor te stellen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten