Al een aantal maal zijn we op een zaterdagmorgen langs het politiecommissariaat gegaan om te vragen of mijn verblijfsvergunning klaar is. Het blijkt moeilijk om aan te geven door de beambte ‘wanneer’ dit zou zijn. Dus gewoon zo om de drie, vier weken even langs gaan lijkt ons de beste optie. Geen probleem; er is ook geen grote haast bij. Het bureau van de vreemdelingendienst is een piepklein kantoortje bij het politiebureau van de wijk Menzah 5. Iedere keer dat ik er binnenloop , voel ik me als het ware teruggaan in de tijd. Overal staan ordners, liggen stapels papieren en alle handelingen gaan via een groot kasboekachtig schrift. De kaarten liggen in houten bakken. De muren kunnen best een verfje gebruiken.
Er zijn deze keer geen wachtenden voor ons en we kunnen dus meteen doorlopen. Er zitten twee beambten in het kantoortje. We kennen ze inmiddels allebei. Het hoofd van dienst begint in het Arabisch tegen Corné te praten. Hij was even vergeten dat Corné geen Tunesiër is. Dat gebeurt trouwens steeds vaker. En ja, vandaag is mijn kaart klaar! Eerst natuurlijk nog de nodige stempels …en dan ben ik in het bezit van mijn verblijfsvergunning! De beambte is erg vriendelijk en wenst me van harte welkom en een fijne tijd hier. Eenmaal buiten maken we meteen een foto. Een paar Tunesiërs die voorbijlopen, waarschijnlijk agenten in burger van een andere afdeling, kijken geïnteresseerd wat we doen en lachen met ons mee. ‘Leuk voor je, welkom hier, nu ben je een half Tunesische.’
Ik merk dat het heel belangrijk is dat je de taal leert spreken om zo te communiceren. Gelukkig spreken bijna alle mensen Frans, maar ga ik ooit nog op Arabische les? Natuurlijk zakt de moed me wel eens in de schoenen. Tijdens de Franse les deze week werden de werkwoorden behandeld. De regelmatige en onregelmatige. Heeft het werkwoord één, twee of drie stammen en bij welke groep hoort het? En dat allemaal in het Frans. Pfff…. Vervolgens mochten we voor de groep met z’n tweeën een rollenspel doen tussen een makelaar en een potentiële koper. ‘Hoe kan ik nu onzichtbaar worden? ‘ verzucht ik op zo’n moment. Ik vind het wel leuk om voor een groep te staan, maar om voor een groep te stamelen…?
Ik weet dat ik nog een lange weg te gaan heb. Er zijn duizenden woorden die ik nog te leren heb en die dan nog in een goede zin zetten. Gisteren bijvoorbeeld bij de Franse bieb vroeg de mevrouw achter de balie me iets, maar had ik werkelijk geen enkel idee wat ze bedoelde. Ik zag dat ze me aankeek op zoek naar mijn antwoord en ik riep meteen Corné die iets verderop stond. Als hij erbij is, vind ik dat wel zo makkelijk. Ze reageerde meteen en zei: ‘Nee, dat hoeft niet. Ik zal je het nog eens uitleggen, maar dan rustig en in eenvoudige taal. Ze is zo aardig en neemt alle tijd voor me, ondanks de mensen die achter me in de rij staan. Desondanks voelt het een beetje vervelend dat ik de boel aan het ophouden ben. Ik voel me eerlijk gezegd een beetje staan met mijn gebrekkige Frans en mijn stapel stripboeken en jeugdliteratuur. Maar dat is iets wat ik mezelf wijs maak… Ik hou me maar vast aan Kader Abdolah die ook met Jip en Janneke is begonnen en nu een hele avond een interessante lezing kan geven in het Nederlands.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten