‘Lijk ik nu nog meer op een Europese vrouw die een relatie
aan is gegaan met een Tunesiër? Die in
de val is gelopen van zijn charmante praatjes en zijn mooie bruine ogen?’ Ik vraag het me eerlijk gezegd wel eens af als
ik denk dat mensen naar ons staren. Stereotyperingen…we
doen er allemaal aan mee. Waarom
eigenlijk? Is het omdat we enige houvast
zoeken in deze chaotische wereld? Willen
we alles veilig in hokjes kunnen stoppen; dat maakt het in ieder geval iets
overzichtelijker? ‘Is het waar?’ wordt
me nu gevraagd; ‘ Do blondes have more fun?’ Ik hou in ieder geval niet van domme blondjes
grappen en al helemaal niet als een blonde vrouw er zelf mee komt…
Blond ben ik nu, na 45 jaar. Wat
een verandering! Ik heb niet bewust
gekozen voor blond overigens. Het is het
bekende ‘ik spring gewoon maar in het diepe gedrag’, waar ik wel eens vaker
last van heb, en dan kijk ik daarna wel wat ik er van vind. Wat wist ik wel? Dat ik weinig zin had om mijn haar nog langer
te verven. Ik verf het namelijk al enige
jaren… Nu ik Tunesië woon verschiet de
kleur al snel door de zon en al na twee weken zie ik al weer grijze haren
doorkomen. Ik wil af van die nep kleur.
Nu ken ik iemand
die dezelfde leeftijd heeft als ik en al een jaar of twee met verve haar grijze
haren toont. Ze heeft een trendy kapsel
en ik vind haar altijd juist zo opvallend en uniek. Ik besluit om haar eens om raad te vragen. Hoe heb jij dat destijds besloten? Ze vertelt dat ze het verven ook ‘zat’ was. Gewoon lekker kort laten knippen in de lente
en dan groeit je haar vanzelf wat harder. Grijs haar is trouwens harstikke hip tegenwoordig voegt ze er nog aan
toe. Nu had zij zelf zwart haar en die
uitgroei met grijs vond ik wel grappig. Met
mijn kleur bruin lijkt me dat toch iets minder mooi.
Ik ga
als we in juni in Nederland zijn naar de kapper om advies. Dat lijkt me toch wat makkelijker in het
Nederlands. Wat is nu de beste manier om
de overgang te maken van geverfd haar naar grijs? De kapster denkt aan ontkleuren. Dan zie je de overgang het minst volgens haar.
Dat de overgang van donkerbruin naar
blond heel groot is, vergeten we voor het gemak maar even. Dat is een overgang in één keer tenslotte. Ik besluit ter plekke om me zelf er dus maar
in te storten al ben ik wel op mijn hoede. Eerlijk is eerlijk. Ik voel me ontheemd in de kappersstoel. Ik kan eigenlijk wel huilen met het goedje in
mijn haar dat in een kuif is gekunsteld en ik vind dat ik verdacht veel op
Wilders lijk. Als een uurtje later alles eruit is gespoeld
vind ik dat mijn haar geel is. Ik staar
een vreemde aan. Ik zeg dapper dat ik
het te geel vind en krijg er nog een kleine behandeling overheen. Het geel trekt iets weg…maar het is absoluut nog
geen ‘tjee wat ben ik blij effect’. Ik voel nu pas hoe belangrijk mijn haar is
voor mijn eigen identiteit. Ik ben tenslotte
heel mijn leven al een brunette geweest!

En dan komt natuurlijk fase twee. Net zo lastig.
Iedereen dapper onder ogen komen terwijl je zelf nog niet straalt van
blijdschap. Best een aparte fase moet ik
toegeven. Ik besluit om er maar een
soort eigen psychologisch onderzoek van te maken… Eens kijken hoe mensen reageren… Nou
best een leuk onderzoek. Heel
verschillende reacties en als mensen niets zeggen weet ik natuurlijk ook al
voldoende. Maar ik neem ze dat niet
kwalijk. Eerlijk is eerlijk. Ik vind er
zelf namelijk ook nog geen klap aan. Het
eerste wat ik deed was een hoedje kopen om mijn blonde haar te verbergen.
Nu
een paar weken verder merk ik dat ik helaas nog niet helemaal grijs ben, en ik
dacht juist van wel…of hoopte eigenlijk van wel. Peper en zoutkleur lijkt me zo saai. Ik wil zilveren
haren! Ik moet een beetje in mezelf
lachen als ik moedeloos, na weer een bezoek aan de kapper, op de bank zit. Net weer een ontkleuring achter de rug, want
de uitgroei werd wel erg zichtbaar. Mijn
hoofdhuid is rood en pijnlijk van de waterstofperoxide. Wat doen mensen zichzelf aan? Dit kan niet de
bedoeling zijn. Dit was de laatste keer
neem ik mezelf ferm voor. Ik ben vast de
enige vrouw op aarde die graag helemaal grijs wil zijn! De meeste vrouwen die ik spreek lijken
namelijk anti grijs te zijn. Grijs is
synoniem voor ‘oud’. Vooral bij een
vrouw. Bij een man kan het eigenlijk weer
wel. Dan is het juist charmant en stijlvol.
Dat het niet altijd eerlijk verdeeld is in de wereld wisten we al
langer. Ik probeer mijn eigen weg te
zoeken. Ik ben tenslotte zo oud als ik eruit zie. Daar kan ik ook niet al te gek veel aan
veranderen.

Het
is trouwens wel zo dat ik inmiddels aan mijn nieuwe ik gewend ben geraakt. Veel
mensen zijn positief en enthousiast. En onze
bovenbuurman noemt me nu ‘la Suédoise’.
En met een glimlach op mijn gezicht moet ik bekennen dat ik dat één van
de leukste bijnamen vind die ik ooit gehad heb.
Wat is eigenlijk het vrouwelijk equivalent van een
francofiel? En waarom is er een woord
bedacht voor mensen die dol zijn op Frankrijk en alles wat er mee te maken
heeft? Bestaat er ook zoiets als een ´spanjofiel´
of een ´italiofiel´? Volgens google wel,
zie ik net. De toute façon…ik ben op weg
om er één te worden geloof ik; het virus heeft me te pakken. Ik wil al een poosje niets liever dan goed
Frans leren spreken en vind het interessant om mezelf te verdiepen in de Franse
cultuur en historie.

Is dat weer een nieuwe bevlieging?
Ik ken mezelf inmiddels wel een beetje.
Al sinds mijn jeugd kan ik me in een onderwerp of een persoon vastbijten
en dan wil ik er zoveel mogelijk over weten.
Er is ook steeds weer iets nieuws en interessants te ontdekken op deze
wereld.. Tja, ik vind gewoon veel leuk
geloof ik. Ik vraag me af of het soms
niet een beetje ‘te’ is. Een leerling zei een poosje geleden tegen me; ‘ja jij, jij vindt alles leuk! (Maar ik heb hier toevallig even helemaal geen
zin in bedoelde hij mij duidelijk te maken.) Nou ja, zit een kern van waarheid in, maar dat
ik alles leuk zou vinden is natuurlijk
zwaar overdreven. Ter geruststelling; er
zijn heel wat dingen op te noemen die ik echt niet leuk vind!
Op de
middelbare school vond ik in ieder geval Frans de leukste taal van de drie
buitenlandse talen die we kregen. Waar
lag dat aan? De leraar? Dat was iemand met een grote voorliefde voor
Frankrijk. Ik herinner me nog dat we in
de eerste klas naast Frans ook Nederlands van hem kregen en dat hij tijdens het
voorstellen vertelde dat hij het geven van Frans ietsje leuker vond. Nou…ietsje?
Tijdens zijn lessen heb ik veel kennis
opgedaan. Je weet wel, van die leuke
weetdingetjes die hij ons meegaf tijdens de les. Bijvoorbeeld over hoe de stad Parijs is
ontstaan. Of ´zeg in Frankrijk geen retour als je met de trein heen en terug
wilt gaan, maar bestel dan een aller et
retour.´ Ik weet nog dat ik toen
bedacht dat het later altijd handig zou kunnen zijn en dat ik het maar beter
kon onthouden.
Dan,
zo’n kleine dertig jaar later heb ik het Frans echt nodig omdat we in Tunesië
wonen. De basis van de grammaticaregels
is nog aanwezig merk ik als ik nog in Nederland naar de Alliance Française ga. Zo zit het rijtje van de bijvoeglijk
naamwoorden die voor het zelfstandig naamwoord komen nog steeds in mijn hoofd. Ik bedenk me dat het leuk is om dat tegen mijn
leraar te vertellen en ik schrijf hem een briefje. Ik weet trouwens dat hij nog op dezelfde
school werkt want mijn nichtje zit bij hem in de klas.
Het
is overigens geen familiekwestie die voorliefde voor de Franse taal. Mijn nichtje deelt me keer op keer mee dat het
een onnozele taal is en bezweert me dat ze er zo weinig mogelijk tijd aan wil besteden. Ik moet dan altijd een beetje lachen om de
ernst waarmee ze me dat vertelt. Ik zelf
hoop trouwens wel op wat familiair DNA zodat ik me de Franse taal wat makkelijker
eigen kan maken. Zeven generaties terug was er een Franse hugenoot, Daniel
Boudon, die vanuit Zuid Frankrijk naar Rotterdam is gevlucht. . Mijn voor voor voor
vader was een Fransman!
Ik weet het…het is niet alledaags dat ik contact zoek met een leraar. Als ik het aan anderen vertel krijg ik dan ook
meewarige blikken en wordt me gevraagd of ik denk dat hij mij nog kent. Maakt me niet zoveel uit of hij zich mij nog
kan herinneren. Voor hem lijkt het me
gewoon leuk om nog eens terug te horen, ook al zou hij geen idee meer hebben
wie ik ben. Als leraar van pubers heb je
denk ik vast niet zo vaak het gevoel dat het gewaardeerd wordt wat je over
probeert te brengen, maar misschien vergis ik me daarin.
Daarna hebben we af en toe wat heen en weer contact via de mail en ik
besluit de afgelopen keer dat ik Nederland was hem even op te zoeken op school.
Flits, zomaar 30 jaar terug in de tijd. Leuk om te merken dat zijn enthousiasme voor
Frankrijk er nog steeds is. Ik herken
zijn houding, spraak en gebaren. Ik
krijg een hele stapel leesboekjes mee van hem en een lesboekje voor de
leerlingen van het examenjaar. Wat een
leuke positieve ervaring! En hij
schrijft me aan het eind in een mail; ‘Au plaisir de te lire ou
de te voir…en ik vind het heel leuk om weer contact te hebben!’

In
Nederland ga ik ook nog even langs bij een Franse kennis. We hebben volop gespreksstof over allerlei
onderwerpen die met Frankrijk te maken hebben. Bijvoorbeeld hoe de kinderen op de Franse
school perfect leren schrijven en wat te denken over de discipline die daar meegegeven
wordt? Ze beaamt dat zij vindt dat het
Nederlands onderwijs daar veel minder aandacht aan besteedt en dat dit enorm
wennen was voor haar. Ze schrok toen er
dit jaar bij haar dochtertje op het schoolrapport stond dat ze toch wel een
slordig handschrift heeft en wat netter zou mogen gaan schrijven. Als een Nederlander dat zegt, dan is het vast desastreus
dat handschrift, was haar redenatie.
Op
mijn beurt ben ik geschokt als ik het contract van 2 A4-tjes zie dat hier op de
middelbare school moet worden ondertekend door de leerlingen. Er staat bijvoorbeeld in dat je altijd twee
hokjes van de kantlijn begint met schrijven (en dus echt nooit eerder of
later), dat je absoluut niet met rood in je schrift werkt (dat doet de leraar wel) en
meer van die aanwijzingen hoe je hoort te werken. Om de zes weken lever je dan ook ter controle
je schrift in bij de leraar. Is zoiets
nu wel goed voor de eigenheid en de zelfstandigheid, vraag ik me af? Ik bedenk me dat de uitdrukking met de Franse
slag zeker niet altijd op gaat.
Verder
koopt mijn kennis als ze in Frankrijk is schriften met de Franse liniatuur
(heel veel kleine lijntjes). Nou dat vind
ik maar niets. Ik koop juist mijn
schriften als ik in Nederland ben. Dat
dan weer wel. We lachen samen en
beseffen hoe diep bepaalde gewoonten dus in je persoonlijkheid verankerd kunnen
liggen. Zijn de lijntjes in een schrift
nu werkelijk zo belangrijk? Ja,
kennelijk wel!

“In tegenstelling tot het vorige omroepbericht rijdt de
trein in de richting van Lelystad niet verder dan Roosendaal”. Shit!
Heb ik weer. Net op die ene dag
dat ik van plan was met de trein een middagje naar kantoor in Den Haag te gaan,
gaat m’n trein niet verder dan Roosendaal.
M’n trein, die niet verder zal gaan dan Roosendaal, is er trouwens nog
niet. 15 minuten vertraagd. Ook dat nog.
Mooi genoeg tijd om tot een weloverwogen besluit te komen: “ik laat het
maar gewoon over me heen komen en zie wel hoe ver ik kom”. Terwijl ik op het perronnetje van station
Bergen op Zoom, op dat moment nog besluiteloos, me af vraag wat er aan de hand
is en hoe de NS me naar Den Haag denkt te gaan vervoeren, klinkt het volgende
omroepbericht: “In tegenstelling tot het
vorige omroepbericht …” – ik krijg ineens goede moed dat het probleem, wat het
ook moge zijn, is opgelost – “… rijdt de trein in de richting van Lelystad niet
verder dan Roosendaal”. Hé wacht even,
hier klopt iets niet. Ik denk nog even
dat ik het vast niet goed gehoord heb, maar na een derde keer weet ik het
helemaal zeker: Er is na tweeëneenhalf
jaar helemaal geen steek veranderd bij de NS.
Nou goed dan: de trein in de richting Lelystad, maar niet verder dan
Roosendaal, ging eerst altijd in de richting Amsterdam, maar niet verder dan
Roosendaal. Maar mijn vertraging van
vandaag gaat opnieuw de boeken in als een jammerlijk incident. Net als vroeger.
Inmiddels ben ik er achter wat het plan van aanpak gaat worden: met de trein in de richting van Lelystad naar
Roosendaal, daar overstappen op een stoptrein naar Lage Zwaluwe, vervolgens met
de bus naar Zwijndrecht en dan hopen op een aansluitende trein naar Den Haag. Ik maak me wel wat zorgen. Dat Lage Zwaluwe, daar ben ik eens op een
koude winterdag terecht gekomen, ook toen als gevolg van een compleet in het
honderd gelopen feuille de route. Dat
nooit meer. De rillingen lopen me weer
over de rug als ik daar aan terug denk.
Gelukkig
is het vandaag lekker weer. En
verdraaid: het werkt. Al is niet
iedereen het daarmee eens. Een studente,
die op weg is naar iets wat wellicht veel belangrijker is dan mijn afspraak, begint
aan de telefoon zachtjes te snikken. Een
echtpaar op leeftijd met een stel flinke koffers in de hand, kennelijk op weg
naar Schiphol, ziet hun welverdiende vakantie voor hun neus wegvliegen. Of misschien zijn ze wel op weg naar zoon en
schoondochter, geëmigreerd naar een ver weg land en al veel te lang niet meer
gezien.

Ondertussen ben ik wel blij met m’n besluit om op het perronnetje van
station Bergen op Zoom niet meteen rechtsomkeert te maken en alles maar gewoon
over me heen te laten komen. Ik kan het
me permitteren vandaag en een reisje met de trein in Nederland heeft aardig wat
te bieden. Ik geniet van het mooie
groene landschap en kijk op van de explosie aan nieuwe windmolens in de
Nederlandse polders. Ik vind het wel
passen. En dan het nieuwe Rotterdam CS. Imposant.
Ook dat past, bij Rotterdam. Ik
kom tijdens m’n reis nauwelijks toe aan m’n veel te hoog gegrepen Franstalige
romannetje. Gekocht om m’n Frans wat bij
te spijkeren. Ik kan er tijdens m’n reis
m’n aandacht niet goed bijhouden. Ook al
doordat de Metro naar me ligt te lonken.
Ik lees een verhaal over “hidden cash”.
Die kende ik nog niet.
Welgestelden die er een sport van maken om zomaar ergens geld te verstoppen
zodat het door elk willekeurig iemand gevonden kan worden. Maak het dan maar over naar Oxfam Novib, zou
ik zeggen. Ik doe de Sudoku en blader
wat door het krantje heen. Ook aan de
Metro is in de afgelopen jaren helemaal niks veranderd. Maar god-zij-dank weet ik nu wel waar Waylon
is!

In Fès is het al lekker aan het zomeren. Temperaturen van goed boven de dertig graden
en een zon waar je maar beter niet al te lang in blijft rondlopen. Ik was tien dagen in Marokko en aangezien we
sinds dit jaar een paar clubs steunen die in Fès kantoor houden gaf me dat een
mooie gelegenheid om Fès in het weekend te verkennen. En daar moet uiteraard op tijd bij gepauzeerd
worden. Terrasjes genoeg om dat te doen.
Ik heb zelf een
poosje rondgehangen op het terras van het café aan de overkant van m’n
hotel. Beetje gewerkt nog, beetje
passanten kijken, kopje koffie erbij.
Lekker relaxt en volop te beleven.
Het is een inmiddels bekend beeld:
bedelaars, schoenpoetsers,verkopers van tissues, illegaal gecopieerde cd’s
of “echte” Ray-Ban zonnebrillen. Alles
kwam voorbij. Maar daar bleef het niet
bij. In Fès bleek het terras een lopende
band van diverse verkoopwaar. Veel
uitgebreider dan de terrassen in Tunis. Met
de schoenpoetsers duidelijk in de meerderheid.
Dat wel.
Met een zacht klopje van hun schoenborstel op hun houten kistje
probeerden ze de aandacht te trekken, met een scherpe blik op het aanwezige
schoeisel. Niet al te opdringerig
gelukkig. Anders dan mijn ervaring met
de schoenpoetsers in Zuidoost Azië. Die
zijn nog bereid om je witte gympen zo lang te boenen tot ze glimmend zwart zijn. Niet nodig wat mij betreft, hoe hard ze er
ook op aan probeerden te dringen. En
zeker niet met de schoenen die ik nu aanhad.
M’n zwarte lievelingsschoenen nota bene die ik een paar jaar geleden in
Japan heb aangeschaft en die ik pas in de warmte van Tunesië en Marokko vaker
ben gaan dragen. Ik ben er nog steeds
zuinig op. Afblijven dus. Poetsen doe ik zelf wel.
Kom
maar op met die andere waar dus. Zoals
gezegd tissues, cd’s, zonnebrillen. De
bekende rommel waar niemand direct op zit te wachten. Ben even kwijt of ik ook de gebruikelijke
horloges voorbij heb zien komen, maar dat zal vast wel. Nou ben ik niet direct van de
impuls-aankopen. Ga meestal met een
boodschappenbriefje op pad en kom vervolgens meestal thuis met wat ik denk
nodig te hebben, maar een beetje verkoper weet beter dan ikzelf wat ik nodig
heb, niet waar? Toch maar even opletten
wat er verder nog voorbij komt.
Kijk
eens aan: tondeuses. Laten we die nou
net al in huis hebben. Caroline is er
enorm handig mee en heeft me vlak voor ik op reis ging nog even onderhanden
genomen. Echt niet nodig dus. Wel een prettige gedachte dat je in Fès niet
helemaal naar de Mediamarkt hoeft te rijden voor een nieuwe. Nadeel is wel dat je er hier waarschijnlijk
geen gratis kabeltje bij kunt onderhandelen.
Deurmatjes dan misschien?
Hmmm. De matjes zijn net zo grijs
als de verkoper zelf. Die moet wel heel
hard z’n best doen om me er van te overtuigen dat ik zo’n matje nodig heb, maar
z’n matjes hangen lusteloos over z’n arm en z’n gezicht staat al zo somber als
de matjes zelf.
Volgende
klant: zitkussens. Althans, de
hoezen. Leer? Nepleer?
Wie zal het zeggen? Ik heb er
niet veel verstand van en voel geen grote behoefte opkomen om er achter te
komen. De verkopers beginnen zich
inmiddels een beetje te verdringen, maar ik begin te geloven dat ik vandaag met
lege handen blijf zitten. Speelgoed
dan? “Non merci, c’est trop
gentil”. Sokken en hemden? Niet nodig hoor. Een mobieltje? De mijne doet het nog prima hoor, dus waarom
zou ik in hemelsnaam een nieuwe aan moeten schaffen? Als ze me de nieuwste generatie mobieltjes
aan zouden bieden dan zouden mijn twintig jaar jongere collega’s hier
waarschijnlijk wel kansen zien voor me, maar zelfs zij hebben me nog niet weten
te overtuigen.
En bovendien heb ik het
gevoel dat ik deze mobieltjes al veel vaker heb gezien. Van de vrachtwagen gevallen of zo.
Als ik de moed bijna verloren heb staan er plots
een paar strijkplanken naast me. Zeg,
wat denk je nou? Dat ik zo’n kreng
helemaal mee naar Tunis ga slepen? Ineens
moet ik heel erg aan Will Smith denken en verwacht ik dat die elk moment het
terras op kan komen lopen met een medical bone density scanner. Ik zou er in Fès niet van op hebben
gekeken. Hij heeft het geluk
uiteindelijk gevonden. Maar dat was in
Hollywood.
Terug op Djerba hebben we niet één lotus-bloem gezien. En dat terwijl Djerba toch te boek staat als
het land van de lotus-eters. Dat heeft
Djerba te danken aan de legende van Odysseus die tijdens zijn lange reis na de
inname van Troje ook dit eiland aandeed.
Volgens die legende raakte Odysseus er bijna zijn hele bemanning
kwijt. Een aantal bemanningsleden was
van boord gegaan en had zich tegoed gedaan aan lotus-bloemen. Een lokale delicatesse kennelijk. Maar doordat ze compleet bedwelmd waren
geraakt door het eten van de bloemen kostte het Odysseus vervolgens de grootst
mogelijke moeite om weer van het eiland weg te komen. Misschien waren de lotus-bloemen wel zo
populair dat ze daarom nu nergens meer te vinden zijn op Djerba.
En zo kostte het ons niet al te veel moeite
om het hoofd koel te houden. Al was het
wel opvallend dat Caroline de eerste morgen dwars door de oproep voor het gebed
heen sliep terwijl ik rechtop in bed zat en de nodige tijd nodig had om een
beetje bij te komen van de schrik. Ons
hotel lag in het centrum van het oude stadje omgeven door een aantal
moskeeën. En een Maltees kerkje om de
hoek trouwens, wat ook op zondag erg stil was.
Bij ons in La Marsa is het in ieder geval een stuk rustiger.

Hoewel we dus geen lotus-bloemen
hebben kunnen ontdekken is Djerba nog steeds een aantrekkelijk eiland. Desondanks blijven de meeste toeristen
angstvallig binnen de goedbewaakte muren van hun all-in resort aan de
noordoostkant van het eiland. Veel
toeristen waren er trouwens niet.
Afgeschrikt door alle negatieve publiciteit in de westerse media, wat zo
rond kersttijd nog eens flink aangedikt werd.
Kersttijd zou een mooie tijd zijn voor terroristen om toe te slaan en de
toch al wankele politieke situatie in Tunesië verder te ondermijnen. De “dreiging” maakte het er niet gezelliger
op. Veel hotels langs de kust van Djerba
zijn inmiddels al behoorlijk in verval geraakt, en de verscherpte bewaking en de
politiecontroles leveren een nog wat grimmigere sfeer op, ook al hebben die controles
feitelijk weinig om het lijf en ook al worden ze nogal knullig uitgevoerd. Zodra duidelijk is dat je Europeaan bent –
een eenvoudig bonjour of bonsoir is daarvoor over het algemeen al voldoende –
kun je je weg direct vervolgen.
De
toeristen die we op de voorlaatste dag van onze vakantie tegenkwamen op een
terras van één van de all-in resorts die nog wel in bedrijf waren, leken zich overigens
weinig van enigerlei dreiging aan te trekken.
Maar die zijn dan al met weinig tevreden, zolang ze hun natje en droogje
maar op tijd hebben. Jammer, want zo
missen ze heel wat. Zoals we in onze
vorige blog al schreven hadden we zelf een kamer geboekt in een voormalige
fondouk, in het hart van Houmt Souk. Een
klein gezellig stadje met een paar leuke souks en levendige terrasjes. De souks richten zich vandaag de dag vooral op
de toeristen, die er dus nauwelijks zijn, en er zitten daarnaast ook volop
kleine kruideniertjes, kleermakers, weverijen, kapperszaakjes en dergelijke
voor de lokale bevolking. We hebben aardig
wat tijd doorgebracht in Houmt Souk, vooral met een heerlijk glas jus d’orange,
lekker in het zonnetje op een van de vele terrasjes.

Maar we
hebben ook de omgeving van Houmt Souk verkend. Zoals de oude Siciliaanse burcht uit de 13e
eeuw, vlak aan de kust, en het pottenbakkersdorpje Guellala. Niet op de fiets, zoals we aanvankelijk nog
hadden overwogen, maar gewoon met de taxi en met onze huurauto, zoals te doen
gebruikelijk. De reisgidsen hadden ons
vooraf lekker gemaakt door te melden dat Djerba prima met de fiets te verkennen
is en dat er volop fietsenverhuurders zouden zijn, maar dat bleek in de
praktijk nogal tegen te vallen. Ook het
fietspad (!) tussen de toeristenzone en Houmt Souk leek al geruime tijd niet
meer gebruikt te zijn; niet onderhouden
en flink overwoekerd door struiken. We
zijn er inmiddels al wat aan gewend geraakt.

Eén van
de belangrijkste bezienswaardigheden van Djerba is de wereldberoemde synagoge
van Erriadh, een paar kilometer buiten Houmt Souk. Niet vanwege de geweldige architectuur of z’n
enorme omvang of iets dergelijks, maar vanwege z’n historische belang. Djerba heeft van oudsher een relatief grote
joodse gemeenschap en de synagoge van Erriadh is een belangrijk pelgrimsoord
voor joden uit heel Noord-Afrika.
De
synagoge zou gebouwd zijn op de plek waar een steen uit de hemel neer zou zijn
gevallen, waarna een mysterieuze vrouw was verschenen die de bouw van de eerste
synagoge van Noord-Afrika zou hebben geleid.
Meer dan 2000 jaar geleden. Of de
verteller van dat verhaal ook een liefhebber was van lotus-bloemen hebben we
trouwens niet kunnen achterhalen.
Bij ons in La Marsa hangt een hele mooie foto boven de
bank. Een oud bergdorpje met huisjes van
okerkleurige stenen met op de voorgrond een witte minaret. Tamelijk bekend in Tunesië. Het zou ergens in het zuiden van de bewoonde
wereld van Tunesië liggen, in de buurt van Matmata. Daar waar zo’n beetje de woestijn begint. Niet ver van Djerba, waar we voor de kerstdagen
en de jaarwisseling een hotelletje hadden geboekt. Voor een week, om even bij te komen, maar
natuurlijk ook om Djerba en omgeving te verkennen en om met eigen ogen dat
mooie fotogenieke dorpje te gaan zien.
Ons hotelletje was in één van de vele fondouks in Houmt Souk, die
oorspronkelijk dienst hebben gedaan als karavanserai voor de handelaren die in
Houmt Souk zaken kwamen doen.
Dat je in
Djerba in de buurt van de Sahara komt was al snel te merken. Toen we de eerste dag in Houmt Souk op een
terrasje zaten trok er een grote geelgrijze wolk voor de zon. Ik dacht nog even nietsvermoedend aan een
dreiging van regen, maar toen het er ook nog even bij ging waaien kwam er hele
fijne neerslag uit. Zand. Overal in de het stadje ligt zand. Op de pleintjes, op de straten, overal zand. Om bij de woestijn te komen hoef je met de
auto alleen nog maar het eilandje af.
Eén dag, om de omgeving van Matmata te gaan verkennen, hebben we dat
gedaan met het pontje aan de westkant. Zodra
je het eiland af bent kom je in een droog en verlaten landschap. Nog wel wat olijfboomgaarden, maar verder
toch vooral veel zand. In de verte zien
we een kudde kamelen. De streek rond
Matmata is vooral bekend om z’n grotwoningen en oude Berberdorpen in de
bergen.
George Lucas was zo onder de
indruk van deze streek dat hij er opnamen heeft gemaakt voor Star Wars, oftewel
La Guerre des Étoiles, zoals het in goed Frans heet. De landschappen zijn er werkelijk
adembenemend. En de Berberdorpen die we
zien, met name Toujane en Tamezret, waar de tijd heeft stilgestaan, spreken tot
de verbeelding. Maar ze zijn niet zo
fotogeniek als het dorpje op de foto boven onze bank.
Twee dagen later gaan we richting Tataouine. Dit keer nemen we de oude Romeinse dam aan de
zuidkant van Djerba. Weinig herinnert er
nog aan dat de dam door de Romeinen is aangelegd of het moet het hobbelige
wegdek zijn. Na een paar kilometer komen
we bij een kruispunt. Rechtsaf richting
Medenine over een goed begaanbare provinciale weg, of rechtdoor naar Tataouine,
dwars door de woestijn. We kiezen voor
de woestijn. Een kilometer of 75 te gaan
en de weg is tamelijk goed. We zijn blij
dat we voor deze route gekozen hebben.
En hoewel de naam Tataouine klinkt als
een mooie planeet in een “galaxy far far away”, heeft het stadje zelf niet
zo veel te bieden. Nadat we de tank van
onze huurauto opnieuw volgegooid hebben gaan we direct door. Het gebied rond Tataouine staat bekend om de
ksour; een soort burchten die werden gebruikt voor de opslag van graan en
andere goederen. We bekijken de Ksar
Ouled Soltane en Ksar Hadada. Die
laatste fungeerde als decor voor de woonplaats van Anakin in Star Wars, Episode
I, The Phantom Menace.

Maar behalve de ksour
valt er nog meer te genieten. Aan de
westkant van Tataouine zien we in de bergen een kleine witte moskee liggen,
vlak bij het dorpje Chenini. Het blijkt
de moskee van de Zeven Slapers te zijn.
Volgens de legende waren op de plek waar de moskee staat zeven
Christenen op de vlucht voor de Romeinen in slaap gevallen om pas 400 jaar
later wakker te worden in de tijd van de Islam.
Kort nadat ze wakker waren geworden lieten ze al weer het leven, maar
niet nadat ze zich nog snel tot de Islam hadden bekeerd. Zo konden ze gelukkig toch nog naar de
hemel. Althans, zo wil het verhaal. Nog mooier dan het verhaal is het moskeetje
zelf trouwens. Z’n minaret een beetje
scheef als een boompje in de wind.
Prachtig gelegen in de bergen.
Chenini
zelf ligt een kilometer verderop, bovenop een bergkam. Het ziet er mooi uit van een afstandje, maar
we aarzelen om er naar toe te rijden wanneer we een gammel autootje over een
smal onverhard weggetje naar beneden zien hobbelen. We besluiten om toch maar verder te
gaan. Wanneer we om de bergkam
heenrijden zien we Chenini ineens van de andere kant, een okerkleurig dorpje
met een witte minaret er voor.
Verdraaid, het dorpje van de foto boven onze
bank. Inderdaad erg fotogeniek. Beneden staan twee bussen en een aantal
souvenirwinkeltjes, maar in het dorpje is het rustig. We blijven zelf niet al te lang, want we
hebben nog een aardige weg voor de boeg, terug naar Djerba, het land van de
lotus-eters.
Sinterklaas is ons niet vergeten, ook al wonen we in Tunesië.
Al in oktober had hij er voor gezorgd
dat we volop lekker snoepgoed en grappige cadeautjes tot onze beschikking
hadden. Hij had dit meegegeven aan onze
vriendinnen Desiree en Rianne en aan Marleen.
En via de bank kwam er ook nog iets binnen. Harstikke lief van de Sint dus. Maar eerlijk gezegd was dit jaar mijn gevoel
over het feest van Sint wel een beetje dubbel. Teleurgesteld over de felle discussie die in
Nederland was ontstaan over het eventueel aanpassen van de kleur van de Pieten.
Nou ja, discussie? Daar leek het eigenlijk niet echt meer
op… Maar ja, de meeste veranderingen
kosten nu eenmaal tijd.
Sinterklaas
zou na het vieren van zijn verjaardag in Nederland, op 8 december een bezoek
brengen aan Tunesië. Zou ik gaan? Ik twijfelde. Geraldine en Carin vroegen me op de avond dat
we de Sint hielpen met het inpakken van de cadeautjes of ik hen ’s morgens de 8e
wilde helpen met de zaal versieren. ‘Jij
hebt geen kinderen en dat is wel zo makkelijk.’
‘Ja inderdaad’…daar is geen speld tussen te krijgen, ahum.
Dus zondagmorgen vroeg uit de veren
en op naar de zaal waar Sint en zijn pieten ’s middags aan zouden komen. Toen we aankwamen was de zaal nog ongezellig
en rommelig. De resten van het feestje
van gisterenavond waren nog niet opgeruimd. Snel aan de slag dus. Samen met het Tunesische personeel toverden
we de zaal in een paar uurtjes om in een gezellige feestzaal. Bijzondere plek met een prachtig uitzicht. Exotisch hoor, Sint tussen de palmbomen. Zo’n kleine honderd mensen kwamen op het feestje
af en werden verwelkomd door onze nieuwe ambassadeur.
De ambassade heeft een financiële bijdrage
geleverd aan het feest, maar er zijn ook een aantal plaatselijke bedrijven die
gesponsord hebben.
Toen iedereen
weer naar huis ging stond ik bij de deur chocolade muntjes uit te delen. Voor iedereen was er een zakje. De kok kwam naar me toe en vroeg beleefd of
hij ook een zakje mocht. Natuurlijk
mocht dat. Even later vroeg hij aan ons
of we op een briefje wilden schrijven dat hij dit cadeautje van ons ontvangen
had met een telefoonnummer van één van ons erbij. En ja hoor, Geraldine werd inderdaad nog
gebeld door de security-gard of dit toch wel klopte… Toch wel een beetje pijnlijk, dat het
personeel zo gecontroleerd wordt.
En
inmiddels is het alweer eind december. Corné
zijn contract is weer met een jaar verlengd!
De kerstdagen staan voor de deur. In La Marsa schittert de kerstverlichting weer
volop bij het winkelcentrum. Van de week
kregen we zelfs een kerstpakketje per post! Een lieve verrassing. Het was trouwens nog wel even spannend of ik
het wel mee naar huis zou krijgen. Toen
de postbode langs was geweest waren we niet thuis. Ook hier krijg je dan een briefje dat je het
pakketje op kan halen bij het postkantoor.
Nu stond er alleen Caroline en Corné op de envelop. Dat correspondeerde natuurlijk niet met mijn
namen in mijn paspoort… Oeps. Gelukkig wist ik de twijfelende beambte met
mijn betrouwbare uitstraling te overtuigen.
De meeste
mensen de we kennen zijn dit weekend naar huis vertrokken. Zelf gaan we gaan een weekje naar Djerba, een
eiland in het zuiden. We wilden graag
wat meer van Tunesië gaan zien nu we hier wonen. Zo’n kleine vijftien jaar geleden ben ik er
samen met Diana een weekje geweest in de herfstvakantie. Ik ben benieuwd of ik nog veel herken. Ik vind het trouwens een bijzonder idee dat
ik er toen nog geen enkel vermoeden van had dat ik ooit in Tunesië zou gaan
wonen.
We hebben erg veel zin in dit weekje Djerba! We zijn allebei eerlijk gezegd wel aan een
vakantie toe. We kijken terug op een
druk, maar vooral ook erg leuk en leerzaam jaar!