zondag 10 februari 2013

De moord op Chokri Belaïd

Tunesië is in shock.  Afgelopen woensdagmorgen is, voor de deur van zijn woning, oppositieleider Chokri Belaïd vermoord.  Drie gerichte schoten raakten hem in de hartstreek, z’n nek en z’n hoofd.  Chokri Belaïd was mensenrechtenadvocaat en leider van een relatief kleine partij die de laatste tijd steeds meer aanhang heeft verworven, vooral onder de arbeidersbeweging.




Op dinsdagavond had ie zich in een televisieoptreden nog eens kritisch uitgelaten over de huidige regering, waarin de islamitische partij Ennahda de grootste is.  Ennahda heeft zich bij de eerste verkiezingen na de revolutie gepresenteerd als gematigd islamitische partij en heeft toen 40% van de stemmen gekregen.  Niet helemaal verwonderlijk.  In de tijd van Ben Ali was er voor de geloofsbeleving weinig tot geen ruimte.  Moskeebezoek werd sterk ontmoedigd.  Mannen mochten geen lange baarden dragen en imams kregen door de regering voorgeschoteld wat ze mochten preken.  Dit alles werd gecontroleerd door de geheime politie.  Er wordt gezegd dat Belaïd, samen met nog enkele anderen, op een dodenlijst stond en dat Ennahda achter de moord op Belaïd zou zitten.  Zijn naaste familie heeft dit zelfs publiekelijk gezegd.  Ennahda zelf ontkent uiteraard elke betrokkenheid.

Belaïd is afgelopen vrijdag begraven.  Voor dezelfde dag was uit protest een nationale staking afgekondigd.  De eerste sinds 1978.  Het was een erg spannende dag met een grote kans op onlusten.  Sinds de revolutie, nu iets meer dan twee jaar geleden, verkeert het land in een diepe economische en bestuurlijke crisis.  De huidige regering is niet in staat gebleken het tij te keren.  Daar zijn allerlei verklaringen voor.  Toen oud-dictator Ben Ali het land werd uitgeschopt is de hele corrupte ambtenarij op z’n plek blijven zitten.  De huidige regering wordt gevormd door onervaren politici die zelf jarenlang gevangen hebben gezeten.  En ze zijn veel te druk met onderling gekrakeel in een strijd om de gunst van het volk, terwijl democratie voor de mensen überhaupt iets nieuws is.  Een duidelijke reactie op de aanslag is van regeringswege tot nu toe achterwege gebleven.  De premier, zelf van Ennahda, heeft aangekondigd de huidige regering te zullen ontbinden en een overgangsregering van technocraten te vormen, maar dit besluit werd door zijn eigen partij niet gesteund.

Wij, als relatieve nieuwkomers hier, die de revolutie niet hebben meegemaakt, luisterden vooral naar mensen die hier al langer woonden.  Waar konden we ons op voorbereiden?  Dat wist natuurlijk niemand precies.  De stemming op het kantoor van Oxfam was erg bedrukt.  Donderdag waren de Tunesische collega’s in het zwart.  De Nederlandse ambassade stuurde ons een bericht met daarin het advies om bepaalde plaatsen niet op te zoeken.  Wij besloten, zoals de meeste niet-Tunesiërs, om thuis te blijven.  We volgden het nieuws zo goed mogelijk via internet.  Het geeft een vreemd gevoel als je bedenkt dat enkele kilometers verderop iets groots aan de gang is wat de geschiedenisboeken in gaat en je zelf binnen zit en er geen deel van uit kan maken.

De begrafenis van Chokri Belaïd in een arme buurt in het zuiden van Tunis, is massaal bezocht door Tunesiërs.  Belaïd was mede door zijn afkomst voor velen een rolmodel.  Er waren ook vrouwen aanwezig, wat in feite tegen de regels van de islam ingaat.  De begrafenis is respectvol en vreedzaam verlopen.  Op een paar plekken in het land is het wel tot botsingen gekomen tussen ordetroepen en betogers.  En helaas waren er op verschillende plekken in Tunesië enkele onruststokers die de situatie hebben aangegrepen om te plunderen en auto’s in de brand te steken.  Bij het winkelcentrum hier aan het eind van de straat, waar overigens ook een paar Franse winkelketens een vestiging hebben, zag Caroline zaterdagmorgen dat het leger daar een paar gewapende soldaten had geposteerd.  Vijf man sterk en een pantservoertuig.  Eén soldaat kwam aangelopen met een doos met daarin gebakjes voor zijn maten.  Een surrealistisch beeld voor iemand uit Nederland.

Hoewel het voor ons in eerste instantie leek alsof Tunesië één was in z’n afkeuring van deze politieke moord bleek zaterdag hoe verdeeld het land werkelijk is.  ’s Middags was er in het centrum van Tunis weer een grote demonstratie.  Deze keer georganiseerd door Ennahda, als tegengeluid.  Daarbij heeft de Franse minister van binnenlandse zaken gezegd dat de moord op Belaïd is gepleegd door fascistische Islamieten.  Olie op het vuur natuurlijk.  Hierdoor wordt het voor de Fransen die hier wonen en Franse instellingen en winkels extra opletten.  Afwachten of Caroline deze week naar het Institute Française kan…                        

Hoe de komende tijd zal verlopen is sowieso een vraag.  Tunesië bevindt zich nog steeds op het kruispunt.  Wat we weten is slechts het topje van de ijsberg.  Allerlei belangen spelen een rol, waarbij ook verschillende grootmachten zoals Qatar, Saoedi-Arabië en de VS een vinger in de pap hebben.  Het is onrustig en dat zal het nog wel even blijven.

zondag 27 januari 2013

Hadji

Vorig weekend zijn we in ons nieuwe appartement getrokken in La Marsa.  De benedenetage van een vrijstaand huis van drie verdiepingen.  Het huis staat in La Marsa, Corniche.  Een klein wijkje aan zee.  Er staan voornamelijk vrijstaande villa’s.  Veel bewoond door redelijk welgestelde Tunesiërs of door expats.  Het huis waar we in getrokken zijn is familiebezit.  Onze huisbaas, meneer Fetih, is de broer van de eigenaar, en bewoont zelf de eerste en tweede etage.  Het is nog een beetje afwachten hoe dat gaat uitpakken, maar tot nu toe mogen we niet mopperen.  Het is een vriendelijke, toegankelijke man.  Afgelopen week kwam hij nog even langs met een schaaltje Assida.  Een toetje op basis van een traditioneel recept ter gelegenheid van Moeled, de viering van de geboortedag van Mohammed.
Inmiddels zijn we twee keer bij meneer Fetih binnen geweest.  Hij heeft z’n woonkamer op de bovenste etage.  Van daar uit heeft ie werkelijk een prachtig panoramisch uitzicht over de Middellandse Zee.  Zelf kunnen we vanuit onze woonkamer en tuin maar een stukje van de zee zien, vanwege de schutting die om het huis staat.  Maar wij hebben dan weer een tuin die meneer Fetih zelf niet heeft en kunnen we nog volop genieten van het geruis van de golven.  Meneer Fetih besteedt veel zorg aan z’n huis.  Bij hem binnen is alles netjes aan kant en ook onze benedenverdieping is mooi opgeknapt.  Alles is opnieuw in de verf gezet.  Het houtwerk, de muren, het traliewerk voor de ramen.  Afgelopen week moest er nog even gesleuteld worden aan de geiser en dat had ie in no-time geregeld.  We voelen ons gerustgesteld met de gedachte dat we niet overal zelf achteraan moeten. 
Maandag zijn we nog even bij meneer Fetih langs geweest om nog wat zaken te regelen.  Hij was alleen thuis met z’n dochter Khadija.  Eerder had ie al eens terloops laten vallen dat ie vorig jaar z’n vrouw heeft verloren.  Ze zal niet oud geworden zijn.  Ik schat dat meneer Fetih zelf een jaar of 60 is.  Nadat Khadija ons een kopje thee gebracht had verdween ze discreet om ons verder niet te storen.  Meneer Fetih vraagt ons wat we doen in Tunesië en waar we precies vandaan komen.  Het zegt hem niet zo veel, maar hij vertelt dat ie begin jaren 70 zelf wel eens in België is geweest.  Samen met een vriend is t’ie naar een popfestival in Bilzen geweest.  Hij vertelt dat ie vroeger vooral fan was van Ten Years After en Wishbone Ash.  Maar ook Jimi Hendrix en Deep Purple vond ie leuk.  Destijds in ieder geval.  Of dat nu nog zo is valt nog even te bezien.  Zodra Khadija uit beeld verdween had meneer Fetih de radio op een Zwitserse jazz-zender gezet.  Ik denk niet dat we meneer Fetih er een groot plezier mee doen wanneer we hem mee laten genieten van onze mee naar Tunesië genomen collectie Jimi Hendrix en Deep Purple.  Die tijd lijkt voor hem wel voorbij al verraadt de twinkeling in z’n ogen dat ie nog met plezier aan z’n wilde jaren terugdenkt. 
Op het eerste gezicht is het nauwelijks voor te stellen dat meneer Fetih vroeger los ging op Ten Years After en Wishbone Ash.  Eigenlijk ziet ie er uit als een onopvallende brave burger.  Niets aan z’n voorkomen verraadt ook iets over z’n geloofsbeleving.  Maar wanneer we komen te spreken over de buurt, dat het er zo heerlijk rustig en groen is, maar dat het ook opvallend is dat er geen moskee staat, gaan meneer Fetih z’n ogen glimmen en begint hij hartstochtelijk te vertellen.  Vorig jaar, het jaar waarin hij zijn vrouw verloor, is meneer Fetih voor het eerst op bedevaart naar Mekka geweest.  Een maand is ie er geweest samen met een paar reisgenoten uit La Marsa.  Een reis die duidelijk enorm veel indruk op hem heeft gemaakt.  Nog nooit had ie zo een immens grote moskee gezien, nog nooit had ie zijn geloof met zo veel andere gelovigen tegelijk beleefd, nog nooit had ie zo geloofd.  Wat een enorm contrast met z’n wilde jaren met rock, en wie weet, drank en misschien wel stiekem een jointje.  Hij straalt van trots en we kunnen ons maar moeilijk los rukken van z’n verhaal.  Meneer Fetih is Hadji en daar kan geen Ten Years After of Wishbone Ash tegen op. 

woensdag 16 januari 2013

'Between you and me'

Afgelopen week was een week met allerlei gezellige, maar ook openhartige gesprekken.  Eigenlijk zomaar, op onverwachte momenten.

Dinsdag stapte ik in een taxi op weg naar Gammarth, naar Mónica, mijn Spaanse leerlinge.  De taxichauffeur is een jonge man van een jaar of dertig, schat ik.  Een beetje een stoer ventje met een grote zonnebril en een vlekkeloos kapsel.  Geen haartje scheef.  Zijn auto is helaas iets minder smetteloos.  In feite echt een gare bak.  Er ontbreekt zo te zien van alles op het dashboard.  Hij vertelt me vrij snel dat hij over twee weken een nieuwe auto gaat krijgen.  Hij zegt zelfs welk merk het gaat worden.  Erg leuk dat hij mij wat dat betreft zo serieus neemt.  We komen aan de praat over van alles en nog wat.  Van de economische situatie is de stap maar klein naar de politieke situatie.  Ik vind het fijn als een taxichauffeur een beetje babbelt.  Is wel zo gezellig en ik kan meteen mijn Frans oefenen.  Deze taxichauffeur spreekt ook een beetje Engels.  En dus wordt het een mix van beide talen.  Mijn ogen worden steeds getrokken naar de rode doodskopstickers op zijn stuur.  Ook al zo stoer…  Op een gegeven moment vraag ik hem hoe hij het vindt om taxichauffeur te zijn.  Hij begint zijn zin met : ‘Between you and me’.  Wauw, spannend ...  Ben meteen benieuwd wat er gaat komen.  Dan volgt zijn openbaring.  Eigenlijk is hij een politieagent maar hij verdient te weinig om daar van rond te kunnen komen.  Dus rijdt hij ook nog wat uurtjes in de taxi.  Even later vertelt hij wat over zijn opleiding en waar hij zoal gewerkt heeft.  Hij zegt dat hij in een luxueus hotel gewerkt heeft waar zelfs een keer Janet Jackson op vakantie geweest is.  En ook Mariah Carey heeft hij daar ontmoet.  Dat was helemaal bijzonder.  Veel 14-jarigen vielen flauw toen ze haar zagen.  Helaas kon hij zelf niet veel anders dan alleen maar naar haar kijken.  Als hij toenadering zou zoeken zou hem dat zijn baan kunnen kosten.  

‘Maar’, nadat hij nogmaals ‘between you and me’ zegt, ‘ik had haar erg graag willen kussen.’

Op donderdagmorgen ga ik op bezoek bij Victoria.  Tijdens de feestdagen is ze naar ‘huis’ geweest in de States en het is leuk om nu weer bij te kletsen.  Ze is een klasgenote van de Franse les.  We hebben regelmatig contact met elkaar buiten school om.  Ik kan erg met haar lachen.  

Ze is in september in Tunesië komen wonen met haar Franse vriend.  Dat ze zelf een Amerikaanse is durfde ze overigens eerst niet te vertellen tijdens de les.  Ze kwam precies aan op de dag aan van de aanval op de Amerikaanse ambassade en school.  Ze vertelde daarom maar dat ze uit Canada kwam.  Daarmee bracht ze zichzelf overigens juist in een lastig parket.  Ze kreeg allerlei serieuze vragen over Canada van medestudenten waar ze helemaal geen antwoord op kon geven.  Het was daarna echter ook weer moeilijk om eerlijk te vertellen dat ze Amerikaanse is.  Victoria woont in een schilderachtige plek in Side Bou Saïd.  Ze heeft een fantastisch uitzicht vanaf haar terras.  We hebben donderdag gewandeld en lekker bijgepraat.  En ... ik kreeg van haar mijn favoriete Amerikaanse snoepjes!  Wintergreen (tandpastasmaak) pepermuntjes! 
 

Vrijdag spontaan na de Nederlandse les met Mónica op stap geweest.  Haar vriend is een Belg.  Hij werkt hier op de ambassade.  De lessen zijn een typisch voorbeeld van een win-win situatie.  Ik leer namelijk veel van Mónica.  Al vanaf het moment dat ik haar voor het eerst zag vond ik haar een schatje.  We kunnen goed met elkaar overweg en blijken een aantal dezelfde interesses te hebben.  Dat praat makkelijk.  We doen samen wat boodschappen en gaan vervolgens lunchen.  Mónica kent een leuke plek waar ze gezonde voeding serveren.  Het is een kledingwinkeltje, restaurantje en ontmoetingsplek voor moeders in één.  Monica en ik bestellen een heerlijke salade.  Het gesprek dat we voeren is al vrij snel openhartig.  We praten over onderwerpen zoals relaties, religie en tenslotte over de keuze van wel of geen kinderen.  We delen onze ervaringen en ideeën daarover met elkaar en denken daar in grote lijnen hetzelfde over.  We zitten er met enthousiasme over te kletsen.  Ineens besef ik dat we dat doen tussen alle andere moeders!  Goede plek hebben we uitgekozen voor dit gespreksonderwerp!  We lachen er samen om.  Mónica vertelt dat ze kinderen niet opzoekt, maar dat ze juist daardoor naar haar toe willen komen.  Net als katten doen terwijl ze daar allergisch voor is.  Het doet haar denken aan een keer dat ze vrienden uit de brand wilde helpen.  Ze paste op hun twee dochtertjes.  Daar zat ze op het grote tweepersoonsbed met aan iedere zijde een meisje en aan haar voeten drie katten, naar een DVD te kijken….

zondag 6 januari 2013

Brieven aan Madelon

In april is het veertig jaar geleden.  Mijn eerste officiële schooldag.  Ik weet nog dat ik er erg naar uitkeek om naar school te kunnen gaan.  Ik wilde graag groot zijn, net als mijn broers.  Omdat het wachten vrij lang duurde, verzon ik van te voren alvast mijn ‘eigen’ school: ‘de Bosjesschool’.  Naast ons huis stond een klein parkje met bomen en paadjes waar we graag speelden.  Ik zei dan tegen mijn moeder dat ik naar de Bosjesschool ging, naar de Bosjesjuffrouw.

Op maandag 23 april was het dan eindelijk zover.  Ik mocht naar de kleuterschool!  Precies op deze dag kwam er ook een ander nieuw meisje, Madelon.  Zij was op 7 april vier jaar geworden.  We zijn allebei na de paasvakantie gestart.  Het samen nieuw komen schepte meteen een band.  Daarnaast deelden we, denk ik, veel dezelfde interesses.  We werden al snel vriendinnetjes.

Madelon vierde van links en ikzelf tweede van rechts

Madelon op haar vijfde vejaardag

We konden samen volledig opgaan  in een magische wereld, zoals alleen kleine kinderen die kunnen beleven.  De wereld van sprookjes met feeën en kabouters.  Madelon leek overigens zelf op een fee met haar lange blonde haren en tengere postuur.


Ik herinner me dat we graag tekenden aan de grote tafel.  Ook hebben we veel gespeeld met het poppenhuis.  Zij had er een met lampjes die echt konden branden.  Ze had ook van die leuke Fisherprice poppetjes.  Haar ouders hadden thuis een moderne inrichting en ze hadden stoelen waar je heel goed tenten omheen kon bouwen.  Dat deden we graag.  Ik herinner me nog de keer dat we in de zomer van oude lappen een tent in onze tuin hadden gebouwd (met hulp) en daar wilden blijven slapen.  Dat mocht, maar uiteindelijk zijn we ’s avonds toch maar binnen gaan slapen.  Madelon had een cavia, Liesje, die we op schoot mochten houden met een kussen eronder.  Bij de trainrails bij ons voor de deur zochten we naar witte steentjes.  We hadden bedacht dat de witte steentjes geluk brachten.

Het zijn van die details die ik me nog herinner, vast omdat ze indruk op me hebben gemaakt.  De keer dat haar tante Nel er was en we gingen knutselen.  Een bruidspaar van pijpenragers en crêpepapier.  Of dat we onze schoenen verwisselden.  Ik voelde me zo gelukkig met haar sandalen aan.  Rood met een open blauw rondje aan de bovenkant.  Zelf had ik altijd, vond ik zelf, stomme veterschoenen nodig met een voetbed.  Vanaf de eerste klas liepen we samen naar school.  Ik haalde Madelon thuis op.  Ik weet nog dat een grote jongen naast ons kwam lopen en zei dat Sinterklaas toch niet bestond.  Ik wist net dat dat zo was, maar weet nog hoe ik Madelon van het tegendeel heb overtuigd.  In de zomer kwamen we een keer te laat op school omdat we te lang bij een vlinderstruik hadden staan kijken naar de vele vlinders die erop zaten.

Op een dag kwam Madelon met een rieten mand met appels in de klas.  Ze zou gaan verhuizen.  Ik weet nog goed hoe ik me voelde.  Mijn moeder troostte me door te zeggen dat we nog konden blijven schrijven.  Dat hebben we ook gedaan.  Ik mocht nog op haar verjaardagsfeestje komen, maar dat voelde toch al wel anders met haar nieuwe vriendinnetjes die ik niet kende.  Logeren bij haar heb ik ook nog gedaan.  Op mijn tiende zijn we zelf verhuisd.  Zien deden we elkaar niet meer, schrijven nog wel.

We volgden elkaar door de jaren heen.  Madelon ging naar het Atheneum, daarna studeren in Groningen en ze heeft ook nog in Los Angeles gewoond.  Ik weet nog dat ze een keer schreef dat ze Bruce Willis had gezien, maar hem helemaal niet kende.  Ik kon het me niet voorstellen, want ik vond hem destijds juist zo grappig in de serie ‘Moonlighting’.  Pas toen ik zelf al op de flat in Bergen op Zoom woonde heb ik haar weer eens opgezocht.  Ze woonde toen in Den Haag op kamers.  Het was gezellig en we hebben veel bijgepraat.  Ze vertelde me nog dat ze als kind lang had gezocht naar die eetbare witte steentjes bij de spoorrails.  Ik had haar blijkbaar een keer pepermuntjes gegeven en erbij gezegd dat ik die gevonden had bij de spoorrails.  We hadden inmiddels een ander en eigen leven.  Contact blijven houden was niet echt vanzelfsprekend.

Nu ik hier in Tunis ben en les geef, schrijf ik zelf verhalen en teken ik er bij.  Als ik teken, denk ik aan Madelon, omdat ik als kind al haar stijl heb overgenomen.  Zij kon van die mooie poppetjes tekenen.  Ik wilde het haar graag vertellen.  Via Linkedin stuurde ik haar een berichtje, maar ik kreeg geen reactie.  Ietwat teleurgesteld bedacht ik me dat ze vast geen behoefte meer had aan contact.  Vorige week zocht ik haar op internet.  Tot mijn schrik kwam ik een in memoriam tegen en later een overlijdensadvertentie.  Ik las met tranen in mijn ogen dat Madelon erg ziek is geweest en op 7 januari vorig jaar is overleden.  Ik voelde me erg verdrietig.  Het verraste me dat het me zo diep raakt.  Zo ver weg, maar kennelijk toch nog zo dichtbij. Het is moeilijk om voor te stellen dat ze er niet meer is.


Inmiddels heb ik mailcontact gehad met haar ouders. Ik wil hen graag de brieven geven die ik heb bewaard van Madelon.
 
 

donderdag 27 december 2012

Brood en spelen


Nadat ik meer over de pelgrimsstad Kairouan gelezen heb, wil ik er erg graag zelf naar toe.  Kairouan ligt in midden Tunesië en is een belangrijke plaats voor moslims in Noord Afrika.  Na Mekka, Medina en Jeruzalem de vierde pelgrimsstad.  Als je hier zeven keer geweest bent, staat dit gelijk aan één keer naar Mekka gaan.  In vroegere tijden mochten niet moslims er zelfs niet komen.  Net zoals dat nu nog in Mekka het geval is.  Dit maakt me juist nieuwsgierig.
Zou december een goede tijd zijn?  Hoe is het weer hier dan?  Tot nu toe vrij goed en we besluiten het kerstweekend dan ook naar Kairouan te gaan.  We worden van te voren wel gewaarschuwd dat het er onveilig kan zijn.  Het is een bolwerk van Salafisten (fundamentalistische moslims).  Werpen we onszelf voor de leeuwen?  ‘Misschien is het wel verstandig om een hoofddoek te dragen’,  zegt Malik, een collega van Corné.  Ik zie wel.  In Iran was dat ook het geval en ik heb er weinig problemen mee, als dat er voor nodig is om het met eigen ogen te kunnen zien.  Na nog wat waarschuwingen van mensen die hier langer dan wij wonen, besluiten we niet in Kairouan te overnachten, maar in Sousse.  Het is nog steeds onrustig in Tunesië en het is verstandig om voorzichtig te zijn.
Op de heenweg nemen we de trein naar Sousse.  Prima vervoermiddel en zo zien we meteen wat van het landschap.  Helaas gaat er iets mis.  Bij Sousse aangekomen stopt de trein bij een klein voorstadje, nog geen 5 kilometer van Sousse.  De conducteur loopt langs en roept iets, maar dat is in het Arabisch.  Voor alle zekerheid vragen we aan een medepassagier of we hier uit moeten stappen voor Sousse, maar hij weet het zelf ook niet.  Na een minuut of twee vraagt onze medereiziger waar we eigenlijk heen willen.  ‘Ja, hallo, Sousse.’  ‘Uhhhh…. kweenie, misschien moet u hier dan wel uitstappen.’  We grissen snel onze tassen uit het rek en proberen ons een weg te banen naar de uitgang.  Dat valt niet mee, want het gangpad is inmiddels behoorlijk volgestroomd en we stranden op het overvolle balkon.  Balen.  We hebben eigenlijk geen idee wanneer de volgende stop is.  Sfax misschien?  Uiteindelijk na 50 minuten stopt de trein op een klein stationnetje.  El Jem, lezen we op het bord.  Kunnen we hier wel makkelijk een trein terug pakken?  We aarzelen even, maar als we voorbij het stationsgebouw kijken zien we meteen het enorme colloseum van El Jem.  Het op één na grootste van het oude Romeinse Rijk na dat van Rome.  De kolos torent hoog uit boven het kleine dorpje.   We springen snel naar buiten.   De perronopzichter vertelt ons dat de eerstvolgende trein terug naar Sousse over ongeveer anderhalf uur gaat.  Een beetje krap voor een uitgebreid bezoek, maar tijd zat voor een heerlijke lunch op een terras voor het colloseum.  We genieten van het lekkere zonnetje en prijzen ons gelukkig met dit kerstcadeautje.  Het gebouw ziet er nog redelijk goed uit.  Een groot deel is weliswaar verdwenen, maar van uitlaatgassen heeft het niks te lijden gehad.  Corné: ‘Ik probeer me in te beelden hoe het er vroeger aan toe ging.  Zouden er interlands gehouden zijn tussen Romeinse gladiatoren en een team van locals?  Er is daar binnen die muren veel bloed gevloeid.  Zo veel is wel zeker.  Als je je ogen dicht doe kun je nog het gegil horen van de terdoodveroordeelden die door de leeuwen verscheurd worden.  Aangemoedigd door zo’n 30.000 bezoekers.  Geef de mensen brood en spelen.’
 
In Sousse overnachten we twee nachtjes in een groot hotel vlakbij het strand.  Er zijn veel overwinterende oudjes.  Kerstmis wordt hier niet overgeslagen.  In de lobby staan verschillende kerstbomen en de kerstman ontbreekt ook al niet.  In de omgeving van het hotel zijn alle restaurants ook in kerstsfeer gebracht.  Brood en spelen voor de toerist van de 21e eeuw.  Niet helemaal op z’n plaats hier, vinden we.  Zelf proberen we de andere dag hier aan te ontsnappen en gaan we met de louage op weg naar Kairouan.  De chauffeur zet ons af bij de poort van de Grote Moskee.  De eerste die ooit op Afrikaanse bodem gebouwd is.  We kijken in alle rust rond op de binnenplaats met als middelpunt een waterbron die volgens de overlevering in contact zou staan met de bron Zamzam in het hart van Mekka.  We merken al snel dat we veel te warm gekleed zijn.  Onze winterjassen hadden we beter thuis kunnen laten.  Wanneer we naar buiten gaan worden we opgewacht door een clandestiene gids die ons op sleeptouw neemt door de medina.  Het wachten is op de onvermijdelijke tapijtwinkel, maar hij laat ons veel leuke details van de oude stad zien, dus we laten het maar over ons heen komen.  De tapijtwinkel blijkt gehuisvest in het oude huis van de Bey, een voormalig gouverneur.  Caroline jokt dat ons huis in Tunis al helemaal vol ligt met handgeknoopte tapijten en na een paar minuten staan we gelukkig al weer buiten.
Na een lunch op een dakterras tegenover de Grote Moskee bezoeken we nog de Moskee van de Barbier.  In het kleine mausoleum bij de moskee ligt de kapper van Mohammed begraven.  In z’n graf ligt het kleed waarin hij drie baardharen van Mohammed heeft genaaid.  Opvallend genoeg ligt aan de overkant van de moskee een speeltuin waarvan de toegangspoort versierd is met Mickey Mouse.  Mickey Mouse verbroedert, maar wat zullen de Salafisten daar niet van denken?  We hebben overigens weinig mannen met baarden en djellaba’s  gezien.  Als we langs de kasba lopen en daar een prachtig hotel zien liggen nemen we ons voor om daar volgende keer te gaan slapen.  Na even gewinkeld te hebben in de souk stappen we weer op de louage naar Sousse.
Daar gaan we de volgende dag eens rond kijken.  Als we uit de taxi stappen bij de medina worden we ‘welkom’ geheten door een joviale jongen die ons zegt te kennen van het hotel.  Mmm, hij komt ons niet direct bekend voor, maar er loopt ook zoveel personeel rond.  Hij vertelt ons dat hij vandaag een vrije dag heeft en dat het vandaag feest is in de medina.  Omdat het kerstmis is?  Nee, het is iedere dag feest in de medina, weten we inmiddels vanuit Tunis.  Met een handig praatje staan we in een mum van tijd in een sieradenwinkel.  Of we wellicht geïnteresseerd zijn in een handje van Fatima?  Wederom hebben we dit niet nodig, want ook die hebben we al.  Echt waar.  Willen we iets anders kopen misschien en een kopje thee?  Nee, we willen  vooral de bezienswaardigheden zien.  Sportief nemen ze afscheid van ons.  Geamuseerd dubben we nog even hoe dit trucje nu in elkaar stak.  Kennelijk had de taxichauffeur die ons bij het hotel oppikte z’n maat bij de medina stiekem in weten te seinen.  Een knap staaltje.  Dat mag gezegd.
We bekijken inderdaad nog enkele bezienswaardigheden zoals de Ribat, een oud koopmanshuis en de medina.  Langs het strand lopen we weer terug naar het hotel om onze tassen op te pikken.  Deze keer nemen we de louage terug naar Tunis waar we zonder kleerscheuren weer aankomen.

donderdag 13 december 2012

Étape par étape

Het tweede blok van de Franse les zit er weer op.  Ik ben in september begonnen met een intensieve cursus van vier dagen les per week en dat vier weken lang.  Daarop volgde een blok van twee lessen per week, maar dan acht weken lang.  Ieder blok wordt afgesloten met een toets en vervolgens heb je de keuze of je wilt stoppen of doorgaan met de lessen.  Ik ga zeker door.  In januari start er weer een cursus van acht weken.

Inmiddels ben ik al aardig thuis op school.  De beveiligingsbeambten groeten me vriendelijk en ik kan zo doorlopen.  We hebben een leuke Franse juf, Ophélie.  Ook de klasgenoten zijn erg aardig.  We hebben inmiddels een eigen groep ‘club du Français’ op Facebook,  waar we allerlei informatie met elkaar uitwisselen zoals oefeningen, recepten en liedjes.  Op dinsdagmorgen kunnen we, wie zin en tijd heeft, een Franse film kijken (met Franse ondertiteling) in de mediatheek.  Tot nu toe heb ik twee films gezien, die ik trouwens ook in Nederland  al heb gezien.  Dat scheelt weer.  Ophélie wil ook gaan starten met een aantal workshops Franse poëzie.  Ik vind het niet alleen leuk om een nieuwe taal te leren, maar tegelijkertijd steek ik een hoop andere nieuwe dingen op en maak ik leuke contacten.



Tijdens de les krijgen we regelmatig een opdracht voor een rollenspel.  Dit om onze spreekvaardigheid te oefenen.  Op mij heeft het vaak meer het tegenovergestelde effect, want ik kan op zo’n moment  helemaal niet zo goed uit mijn woorden komen.  Regelmatig bedenk ik me dan ook tijdens de les dat ik toch echt niet bij het juiste niveau ben ingedeeld.  Veel klasgenoten babbelen er namelijk  vrolijk op los.  Nu zal je denken dat ik misschien overdrijf.  Maar om een voorbeeld te geven:  Een Russische klasgenote is al vijf jaar samen met haar Franse echtgenoot en spreekt alleen Frans met hem.  Mmm, ik snap dus echt niet waarom wij in dezelfde klas zitten.  De juf zegt dat het normaal is dat de Tunesiërs een voorsprong hebben.  Zij zijn immers opgevoed in een tweetalige omgeving en hebben op school al veel vakken in het Frans gehad.

Nadat ik weer eens door de bomen het bos niet meer zie, zeg ik na de les tegen Ophélie dat ik denk dat het beter voor mij is dat ik dit niveau nogmaals overdoe.  Verbaasd vraagt ze me waarom.  ‘Dan moet je hetzelfde nog eens een keer doen.’  Net of dat oersaai zou zijn en dus alles behalve aantrekkelijk.  Zelf verzucht ik dat dat hetgene is wat ik juist dolgraag zou willen.


Allerlei begrippen vliegen me constant om de oren.  Op een geven moment heb ik een lijstje gemaakt voor mezelf.  L’impératif, le passé composé, le conditionnel, l’imparfait...  Vaak denk ik dan aan een drankje, maar dat is dan weer ‘parfait d’amour.’  Gelukkig kan ik online veel oefeningen vinden en van alles nog eens in het Nederlands opzoeken.  Lang leve internet!

Afgelopen maandag hadden we de eindtest.  Iets vroeger dan normaal vertrok ik van huis om zeker op tijd te zijn.  Het komt niet vaak voor, maar ik trof net weer een taxichauffeur die niet wist wat ik bedoelde met ‘L’ avenue de la Liberté, s‘il vous plaît.’  Zouden de Fransen trouwens  zo chauvinistisch zijn dat ze deze straat uitgekozen hebben voor hun instituut?  Nog niet uit het veld geslagen vertel ik hem de Arabische naam voor de straat.  Die heb ik voor de zekerheid ook geleerd.  Nee, er gaat nog geen belletje rinkelen.  Pas als ik een plein er vlakbij noem is het duidelijk.  We gaan dus vol goede moed op weg.  De taxichauffeur verontschuldigt zich, in wat op mij overkomt als Italiaans, dat hij geen Frans spreekt.  Het enige wat ik denk is dat ik hem volkomen begrijp.  Dat schept weer een band.  Net als met m’n nichtje Lisha, die nu Frans krijgt in de tweede klas van de middelbare school.  Ze verzucht steeds hartgrondig,  als ik met haar Skype, dat ze Frans haat.  In tegenstelling tot haar vind ik de taal zelf erg mooi.

Tijdens de test moeten we twee teksten schrijven en krijgen we een luisteroefening.  Eén in de tegenwoordige tijd en één in de verleden tijd.  We krijgen er een kladpapier bij.  Na de les vraagt Ophélie of we ook het kladpapiertje in willen leveren.  Althans dat begrijp ik eruit.  Ik weet dat leerkrachten geïnteresseerd zijn in het (stuntel)proces van hun leerlingen.  Als ik even later wat ga drinken met mijn Amerikaanse klasgenote Victoria vraagt ze waarom we toch twee keer de tekst over moesten schrijven.  Ze had er nog pijn in haar hand van.  Of was het een extra blaadje voor als je plaats te kort zou komen op de test?  Nou ga ik toch nog twijfelen…  Pfff, soms raak je juist met elkaar de weg kwijt.  Had ik nou zo onnozel gereageerd en mijn volgekladderde papier ingeleverd?  Zou iemand daar sowieso wijs uit kunnen?  Wat was ik nu helemaal aan het denken?  Voor de zekerheid stuur ik Ophélie maar een mail (met Corné z’n hulp).  Die stuurt me een mailtje terug en verzekert me dat ze toch echt om het kladpapiertje gevraagd heeft.  Dus toch…  Leerkrachten zijn ook overal hetzelfde.

Vandaag de uitslag van de test gekregen.  Het is me alles meegevallen.  Stapje voor stapje kom ik er wel.  Ik wil ook wel weer heel veel in een korte tijd.  Ophélie vertelt dat er in januari speciaal een cursus start die zich richt op het vlot kunnen praten.  Dat klinkt aantrekkelijk.

Aan het eind van de les vraagt Ophélie aan iedereen of we haar willen vertellen wat we goed en minder goed vonden aan deze cursus.  ‘Tops en tips’ noemden we dat op de Biezenhof.  Ik vertel dat ik de lessen erg fijn heb gevonden.  Ik zeg eerlijk dat ik het niet altijd kan volgen.  Dat weet ze vast al wel.  Ik heb namelijk vaak het idee dat ik haar met grote hertenogen aan sta te kijken.  ‘Als je de woorden op het bord schrijft vind ik dat fijn.’  Meestal valt dan het kwartje ook inderdaad wel.  Ophélie vraagt:  ‘Vind je dat ik te snel praat?’  ‘Voor mij soms wel’, zeg ik eerlijk.  ‘Maar dat geldt uitsluitend voor mij’, gebaar ik.  Ophélie zegt: ‘Nee, nee hoor,  ik weet dat ik te snel praat.  Zelfs mijn eigen moeder zegt me dat.  Dus ook voor Franse mensen praat ik te snel…’

zondag 9 december 2012

Huizenjacht

Half januari ben ik precies een jaar in Tunesië en eind van die maand loopt het huurcontract af van ons appartement hier in Ennasr.  Een prima plek, waar we het met z’n tweetjes uitstekend naar de zin hebben.  Maar ook een plek met wat nadelen, zoals een moeilijke bereikbaarheid tijdens de ochtend- en avondspits en het ontbreken van een leuk terras of tuintje.  We hebben daarom besloten op zoek te gaan naar en andere woning en hebben ons contract hier opgezegd.

Vorige week hebben we ons bij een aantal makelaars ingeschreven in La Marsa, een bij expats populaire voorstad vlak bij zee, op zoek naar een woning met een tuintje of terras en met een extra kamer om logees te kunnen ontvangen.  Vooralsnog gaan we uit van een gemeubileerde woning, om met de inrichting niet al te veel gedoe te hebben.  En hoewel we nog alle tijd hebben zijn we afgelopen weekend al op jacht gegaan.  Tot nu toe zonder resultaat, behalve dan dat we er wel een stuk wijzer van geworden zijn.  Bijvoorbeeld van wat er te krijgen is voor het budget dat we hebben en van wat de verschillende wijken in La Marsa te bieden hebben.                                       

Zelf hadden we bij makelaar 1, Tecnocasa, een verzoek neergelegd om twee woningen te bekijken.  De volgende dag, vrijdag, was de vertegenwoordigster die met ons mee zou gaan al weer vergeten dat we geen eigen vervoer hadden, waardoor we pas met een half uur vertraging op pad konden.  De tweede woning die ze ons liet zien leek in de verste verte niet op hetgeen we op internet hadden gezien, maar bij navraag bleek die woning al verhuurd te zijn.  Woning twee bleek trouwens ook in de verste verte niet aan ons wensenpakket te voldoen.  Een hele grote tuin en een hele grote woning met veel kamers, maar de meubels waren té erg.  Pure kitsch.  Ach, het begint al aardig te wennen dat je steeds voor verrassingen komt te staan en dat er slecht geluisterd wordt.

Makelaar 2, Actimo, kwam op een hele andere manier verrassend uit de hoek.  Nadat we ons daar vrijdagmorgen ingeschreven hadden, kregen we vrijdagmiddag een uitnodiging om de andere dag langs te komen om een paar woningen te bekijken.  Dat bleken er uiteindelijk niet minder dan zes te zijn!  Er zaten een paar bijzondere exemplaren tussen.  Een benedenetage bijvoorbeeld op 20 meter van zee.  Leuk hoor, zo dicht bij, maar er bleek wel een berg rommel op het strand te liggen.  Niet echt uitnodigend.  Ook het woninkje bleek een vreselijke gribus te zijn.  Met een verlaagd plafond waar we acuut claustrofobie van kregen.  Caroline dacht meteen dat haar broer Leo hier gebukt zou moeten rondlopen. 
 
Bij woning zes dachten we even dat het misschien wel eens wat zou kunnen gaan worden.  De makelaar parkeerde z’n auto bij de ‘impasse Dahlia’, een pittoresk doodlopend straatje in Sidi Bou Saïd, vlak naast La Marsa, met woninkjes met traditionele blauwe Tunesische deuren.  De makelaar nam ons mee naar het woninkje helemaal achterin.  Aan de voorkant een wel wat donker, maar gezellig terras met een sinaasappelboom.  Maar binnen ...  tsja, laten we er verder maar niet al te veel woorden aan vuil maken…  Wat een onooglijke toestand.  Om de zaak nog wat kracht bij te zetten denderde tijdens ons bezoek een trein voorbij.  De lijn vanuit Tunis naar La Marsa bleek op nog geen vijf meter van de achterkant van het huisje te liggen.

Na een vlug kopje koffie aan de boulevard van La Marsa was het snel door naar onze derde afspraak.  Deze keer met een Nederlandse dame die expats begeleidt bij het zich installeren in Tunesië en die samen met een paar collega’s een makelaarskantoortje runt.  Diezelfde dame neemt trouwens ook elk jaar het initiatief voor het organiseren van het sinterklaasfeest voor de kinderen van de Nederlandse gemeenschap hier.  Een hele aardige mevrouw die van alle markten thuis is.  Zij had twee bezichtigingen voor ons geregeld.  De eerste woning hoog gelegen in het hart van het schilderachtige Sidi Bou Saïd.  Caroline was bij binnenkomst op slag verliefd op het ongeveer tweehonderd jaar oude huis, nog volledig in traditionele stijl.  Het zou zo maar eens kunnen dat het op één van de schilderijen van Paul Klee te zien is.  Jammer genoeg sloeg diezelfde vonk bij mij niet over.  Ook het adembenemende uitzicht vanaf het dakterras kon daar weinig aan veranderen.  Het drukke tegelwerk binnen en de kleine kamertjes waren me wat te veel van het goede.  Dat was dus wel even slikken voor Caroline.

Na nog twee bezichtigingen ’s avonds stond de teller uiteindelijk op 12 in totaal.  Appartementen, benedenetages van villa’s, bovenetages van villa’s, oude traditionele woningen, we hebben van alles gezien.  Nieuw en oud.  Goed onderhouden, slecht onderhouden.  Met oude robuuste meubels, met oude gammele meubels, met nieuwe meubels of met helemaal geen meubels.  Meubels met leuke details, meubels met stomme details.  Maar geen met goeie meubels naar onze smaak.  Over smaak valt niet te twisten, maar over die meubels, daar moesten we het toch nog maar eens over hebben.