zaterdag 26 oktober 2013

Vegetarische Lunch

Vaste afspraak vrijdagmiddag.  Met de collega’s die zin, en vooral ook tijd hebben gaan we buiten de deur een hapje eten.  In de buurt van ons kantoor wemelt het van de eethuisjes.  Broodjeszaken, pizzeria’s, snackbars, kleine restaurantjes.  De menu’s zijn er over het algemeen tamelijk voorspelbaar.  Handig.  Zo kun je er jezelf geen buil aan vallen.  Naast de broodjes en pizza’s vind je er vooral ook de traditionele Tunesische gerechten, zoals de salade mechouia, ojia, couscous op vrijdag of kefteja.  Allemaal klaargemaakt met lokale olijfolie en, afhankelijk van de hoeveelheid harissa, redelijk tot behoorlijk pittig.  Erg smaakvol in ieder geval.

Bij de eettentjes bij ons in de buurt is het over het algemeen goed druk.  Het is lekker makkelijk en, ook belangrijk, over het algemeen niet duur.  Hoewel dat laatste natuurlijk erg betrekkelijk is.  Er zijn veel Tunesiërs die veel minder te makken hebben dan de mensen met een baan op één van de kantoren in onze buurt.  Bovendien zit Tunesië midden in een diepe economische crisis, gepaard gaande met een hoge werkloosheid en een enorme inflatie.  Dat maakt het er allemaal niet makkelijker op.  Volgens de officiële cijfers schommelt de inflatie zo rond de 6%, maar de vraag is wat je daarvoor koopt.

De officiële inflatie-cijfers worden berekend op basis van de prijs van verschillende standaardproducten die een afspiegeling zouden moeten zijn van de kosten van levensonderhoud.  Dat kan bijvoorbeeld de prijs van brood, benzine, melk, water, couscous of huishuur zijn.  Maar wat koop je daar als werkloze voor met een heel ander levenspatroon dan zo’n kantoormedewerker die elke dag met de auto naar het werk komt?  Ook zo’n inflatie-cijfer is dus nogal betrekkelijk.  Daarom  heeft iemand het inflatie-cijfer berekend aan de hand van de samenstelling van een bord kefteji.  En dan kom je ineens uit op een inflatiecijfer van  16,8%.  En dat dus voor een populair traditioneel gerecht wat door jan-en-alleman gegeten wordt.  En nog vegetarisch ook.

Het inflatie-cijfer van 16,8% is gebaseerd op de kosten van de negen verschillende ingrediënten waarmee kefteji gemaakt wordt: peper, paprika, tomaat, aardappel, courgette, pompoen, ei, olijfolie en stokbrood.  En daarmee maak je een heerlijk gerecht.

Benodigdheden (voor zes personen, omdat er in Tunesië over het algemeen iets uitgebreider gekookt wordt dan de vier personen waar we in Nederland meestal mee rekenen):

5 grote aardappelen
1 groene paprika
3 tomaten
500 gram pompoen
1 courgette
3 eieren

  • Schil de aardappelen, de pompoen en de courgette en snij ze in blokjes.
  • Frituur de aardappelen in olijfolie (een laagje van 1 à 2 cm is voldoende), gedurende ongeveer 20 minuten.
  • Frituur daarna de pompoen in dezelfde olie gedurende ongeveer 10 minuten. 
  • Laat de aardappelen en de pompoen daarna goed uitlekken op een stuk keukenpapier.
  • Snij de paprika en tomaten in plakken en leg deze enkele minuten onder de gril.
  • Fruit de blokjes courgette ondertussen in een koekenpan.
  • Meng alles vervolgens door elkaar in een pan en voeg zout en peper toe.
  • Breek de eieren en klop ze door het groentemengsel.  Doe het deksel op de pan om de eieren te laten garen.
  • Serveer het gerecht met een stuk stokbrood.

Met de hoeveelheden kun je overigens variëren.  Eet smakelijk!

zondag 6 oktober 2013

Van de hak op de tak zie ik door de bomen het bos niet meer

Afgelopen week heb ik een behoorlijk drukke week gehad.  Een kennis van me vroeg me of ik haar dochter, een meisje van twintig dat momenteel in Leiden studeert, een stoomcursus Nederlands kon geven.  Ze spreekt weliswaar uitstekend Nederlands maar het Nederlands schrijven is lastiger voor haar.  Ze mist soms net bepaalde regels.  Ze heeft altijd met haar ouders in Tunesië gewoond en is naar de Franse school gegaan.  Ze is hier nu voor tien dagen en wil graag elke dag langskomen.  Natuurlijk wil ik haar helpen.  Het blijkt echter al snel een hele uitdaging te zijn.  Het zijn als het ware de puntjes op de i die ze nodig heeft.  Het is er dus zo’n beetje op uitgedraaid dat het voor mezelf ook een stoomcursus is geworden.  De lessen heb ik zoveel mogelijk op maat proberen te maken.  Ik ben hele dagen bezig geweest met voorbereiden en ook mijn andere lessen gingen natuurlijk gewoon door.  Af en toe zag ik door de bomen het bos bijna niet meer.  Ik ben diep in onze taal gedoken en besefte maar weer eens te meer dat het erg complex is.  Het lijkt ook af en toe dat de ene bron de andere weer tegenspreekt.  Is het nu vlekkeloos of vlekkenloos of mag het allebei en waarom dan?

Ik ben echter erg blij met al mijn leerlingen.  Het is een erg gevarieerd stel en dat zorgt dus voor de nodige afwisseling.  Van mijn vaste groepje is de jongste zeven en de oudste dertien jaar.  Het zijn stuk voor stuk leuke kinderen.  Ik geniet ervan om hen les te geven.  Het één op één contact maakt het ook extra bijzonder.  Daarnaast ben ik niet constant bezig met taal alleen merk ik wel.

Zo vroeg Nana afgelopen dinsdag ineens tijdens het maken van een oefening in haar werkboekje:  ‘ken jij iemand die zijn adem 99 seconden kan inhouden?’  ‘Eh, nee , ik geloof van niet’, antwoordde ik naar waarheid.  ‘Jij?’  Het bleek dat een jongen uit haar klas geprobeerd had om zijn adem in te houden omdat hij ‘dood’ wilde.  En waarom?  Een klasgenootje was verliefd op hem.  En dat zag ie blijkbaar niet zo zitten.  Ik bedenk glimlachend dat jongens toch ook wel in staat kunnen zijn om de Drama Queen uit te hangen.  Uhhh, Drama King dus.

Dan vervolgt ze uiterst serieus:  ‘Denk je dat de hel bestaat?’  Ik probeer haar gerust te stellen.  Ik merk dat ze echt bang is.  ‘Kinderen uit mijn klas zeggen dat je naar de hel gaat als je liegt’ zegt ze.  ‘En toen ik vier jaar was heb ik wel 90 keer gelogen.’  Even later wordt dat zelfs 99 keer.  Ze heeft het blijkbaar goed bijgehouden.  Hilarisch eigenlijk, maar het is een bloedserieus onderwerp.  Ik laat de les maar even voor wat het is en besluit een filosofisch gesprekje met haar te hebben.  Ik denk dat ik haar wel kan begrijpen.  Ik was op haar leeftijd precies zo.  Oprecht bang voor de hel.  Eeuwig branden leek me verschrikkelijkste wat je kon overkomen.  Erg jammer dat sommige kinderen tegenwoordig nog steeds bang zijn.

Even later heeft haar broer les.  Een slimme jongen van 10 jaar die dol is op Pokémon.  Ik bedenk elke keer weer dat ik blij ben dat ik dankzij een aantal oud leerlingen best goed op de hoogte ben van die specifieke wereld.  Het blijkt dé manier om contact met hem te krijgen.  En zo blijf ik ook nog op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen op dat gebied.  Stiekem vind ik het zelf ook hartstikke leuk.


Op donderdag ben ik inmiddels zo moe dat ik me afvraag of ik Esmée wel les ga geven om 4 uur.  Een lichte hoofdpijn is op komen zetten en mijn hele lichaam voelt zwaar aan.  Ik besluit om door te bijten.  Bij Esmée aangekomen drink ik altijd eerst even koffie.  Ik merk al snel dat zij vandaag ook niet zo veel zin heeft in de les.  Ze is stil en haar gezicht spreekt boekdelen.  Als ik de les begin klaart ze gelukkig meteen op.  Vandaag heb ik een alternatieve les over dierendag en het blijkt een schot in de roos te zijn.  Esmée lacht weer en doet de hele les goed mee.  Het geeft mezelf ook weer energie merk ik.  Na de les vraagt Evelien of ik wat blijf drinken.  Ik zeg dat ik naar huis ga maar Esmée vraagt of ik nog even blijf.  Een goed contact met leerlingen vind ik belangrijk en ik besluit toch nog wat te drinken.  Esmée wil het klaar maken.  Even later zit in op de bank met een glas witte wijn met bubbels en een dropje op de rand.  Als ik afscheid neem ben ik wat licht in mijn hoofd.  Logisch, dat heb ik meestal als ik alcohol drink op een vrijwel lege maag.  

Vrolijk en voldaan loop ik op weg naar een taxi en hoop ik dat er vandaag snel eentje langskomt.  Vlak voor het Golden Tulip hotel staat een donkere man met een grappig wit hoedje op.  Hij zegt vriendelijk gedag en ik groet hem terug.  Hij vraagt me wat ik hier doe.  Ik voel me eigenlijk ietwat gehaast, maar besluit hem toch even te antwoorden.  Hij stelt wat vragen en dan vind ik het mijn beurt om hem wat te vragen.  Wat doet u hier in Tunesië?  ‘Ik ben de ambassadeur van Oeganda’ antwoordt hij.  Ik reageer enthousiast en zeg dat ik daar geweest ben en dat het een prachtig land is.
  
We praten even verder en even later geeft hij mij zijn kaartje.  Wat een bijzondere ontmoeting weer!  Ik ben blij dat ik niet doorgelopen ben.  Hij vertelt dat hij ooit de volgende goede raad kreeg van zijn professor in Londen in de tijd dat hij daar studeerde: ‘probeer iedere dag een leuk contact met iemand te maken die je nog niet kent.’  En zo is het maar net!


De namen in deze blog heb ik trouwens gefingeerd ;-)

woensdag 25 september 2013

Raar

Sinds de tweede politieke moord dit jaar op een leider van een oppositiepartij afgelopen juli is Tunesië in een diepe politieke crisis gedompeld.  De oppositie eist het aftreden van de zittende regering omdat het deze niet lukt om voor voldoende veiligheid te zorgen en omdat de economische crisis dieper is dan ooit.  Politiek analisten zijn somber gestemd over de perspectieven.  Er zou wel eens een lange periode van politieke en economische onrust kunnen volgen, gepaard gaande van de nodige onlusten.  Ontwrichting van het openbare leven.  Een enkeling durft zelfs het woord burgeroorlog in de mond te nemen, hoewel die visie weinig weerklank vindt.  Gelukkig is het tot nu toe rustig gebleven.  Regelmatig wordt er gedemonstreerd, maar van onlusten of andere geweldsincidenten is de laatste tijd nauwelijks sprake geweest.  Maar dat is nog lang geen reden om opgelucht adem te halen en rustig achterover te gaan leunen.  Er zou wel eens sprake kunnen zijn van een stilte voor de storm.  Voortdurend wordt ons op het hart gedrukt scherp te blijven.


De gebeurtenissen van de laatste twee maanden geven nog volop redenen voor ongerustheid.  Zo worden journalisten steeds meer de mond gesnoerd en worden leden van de oppositie en anderen die de zittende regering bekritiseren, bedreigd.  Regelmatig vinden er arrestaties plaats van figuren die zich bezig zouden houden met het voorbereiden van aanslagen.  Ondertussen moet de officiële berichtgeving met een extra kritische blik gevolgd worden.  De kwaliteit van de berichtgeving laat het nodige te wensen over.  Ik heb bij mij op het werk een collega die als opdracht heeft het nieuws te filteren en iedereen te informeren over de actuele veiligheidssituatie.  Ze heeft daarvoor de nodige contacten met collega’s bij andere clubs om er voor te zorgen dat we voortdurend goed op de hoogte zijn en blijven.  Het lukt op die manier om een tamelijk goed beeld te krijgen van de veiligheidssituatie.  Maar sommige puzzelstukjes willen maar niet op hun plaats vallen.

Een onderwerp wat de laatste weken opvallend in het nieuws is is dat er ’s avonds na tienen, verspreid over de stad, en ook in andere plaatse overigens, harde knallen te horen zijn.  Knallen waarvan niemand schijnt te weten wat het is en waarom.  Zelf hebben we ze ook een keer gehoord.

Er doen de nodige speculaties de rondte om dit fenomeen te verklaren.  Raar toch dat zoiets, na een week of twee inmiddels, door niemand uitgelegd kan worden en dat het bij speculaties blijft.  Eén van de mogelijke verklaringen die gegeven wordt is dat de knallen niets meer zijn dan vreugdevuur bij het vieren van een bruiloft.  Ook raar.  Iedereen die een jaartje in Tunesië woont weet inmiddels dat er hier bij de viering van een bruiloft geen vreugdevuur afgeschoten wordt.  Wat je wel hoort is het luid rollend tonggeluid waarmee vrouwen hun blijdschap laten blijken.  En toeterende auto’s.

Een andere verklaring is dat er een campagne is gestart om de stad te ontdoen van de hordes verwilderde honden die de stad onveilig maken.  Als fietsliefhebber moet ik toegeven dat ik het geen slecht idee vindt om daar eens iets aan te doen, maar het lijkt me niet echt de meest effectieve methode om ze op deze manier, in het donker, af te schieten.  En mocht dat al zo zijn, dan moet een simpel belletje naar de gemeente voldoende zijn om dit verhaal te ontkrachten of bevestigd te krijgen, zelfs voor een slecht opgeleide en weinig kritische journalist.  Niet dus.

Een derde mogelijkheid die genoemd wordt is dat er sprake is van vuurwerk of schoten in de lucht om mensen voor te bereiden op een periode van onrust waarin er wel eens echt met scherp geschoten zou kunnen gaan worden.  Of dat het misschien een poging is om de politie in verwarring te brengen.  Allemaal weinig overtuigende theorieën.  Niemand die het echt weet.  Bij gebrek aan een betrouwbare journalistiek blijft het dus gissen.  Mocht er nog iemand zijn met een lumineus idee, laat het even weten.  En wat ik er zelf van denk?  Ik denk er het mijne van.

zondag 8 september 2013

De Wesp

Afgelopen week heb ik voor het eerst sinds weken weer een stukje gefietst hier in Tunis.  Omdat het nog steeds tamelijk warm is overdag heb ik wel even gewacht tot de zon gezakt was.  Een beetje donker wel, maar er gaat uiteindelijk weinig boven een ritje tijdens een zwoele zomeravond.  En dat met een constant uitzicht op zee.  Prachtig toch?  Boven m’n hoofd fladdert een vleermuis met me mee.  Een kat kijkt me uitdagend aan en springt vlak voor m’n wielen weg.  Ik ontwijk hem met gemak.  Na een paar minuten zit het tempo er al goed in en begin ik al behoorlijk te zweten.  Caroline komt even een kijkje nemen en moedigt me aan.  Snel maakt ze een paar actiefoto’s voor het thuisfront.
 
Van onder m’n achterwiel  klinkt inmiddels een indringend gezoem.  De magneet die moet zorgen voor de nodige weerstand. 
Het doet me denken aan de dubbeldekker van de NS waarmee ik jarenlang naar Den Haag ben gereisd.  Die had dat ook.  Als je er lang genoeg mee reist hoor je dat gezoem niet meer, maar nu ik al een poos niet meer met de trein ben mee geweest valt het meteen op.  Het schiet me ineens te binnen dat die trein de bijnaam “de wesp” had.  Het is geel met blauwe strepen en het zoemt.  Niet gek bedacht die bijnaam.  De mijne is hemelsblauw.  Een blauwe wesp.  Ach, waarom ook niet?

Na een voorjaar en zomer waarin het fietsen wat op de achtergrond was geraakt is het fietsvirus weer aardig gaan kriebelen.  Terug in Nederland heb ik afgelopen augustus twee korte ritjes gemaakt door de Nederlandse polder.  'O, wat was het mooi' en 'oei, dat viel niet mee' en, 'ja ik wil meer'.  Om mijn voornemen om weer wat meer aan de conditie te gaan werken kracht bij te zetten had ik via internet een fietstrainer aangeschaft en in Bergen op Zoom laten bezorgen.  Een echte Tacx.  We hadden al eens eerder zo’n apparaat in huis.  Een ouderwetse rollenbank waar ik zo af en toe eens een halfuurtje op ging trainen.  M’n fietsmaten fronsten er hun wenkbrauwen bij, maar ik heb er veel plezier aan gehad.  Tot het apparaat een paar jaar geleden op de milieustraat terecht is gekomen bij het oud-ijzer.  Verroest, versleten en verworden tot een lelijke sta-in-de-weg.


Nee, dan zo’n nieuw apparaat.  Een kilo of tien alles bij elkaar en inklapbaar zodat je het altijd aan de kant of onder bed kunt schuiven.  Of in je koffer kunt stoppen.  De koffer van Caroline bleek precies groot genoeg te zijn om het apparaat mee te kunnen nemen naar Tunis.  En zo kwam het dat Caroline een paar weekjes terug met een koffer vol met mijn fietsspullen en ik met een koffer vol met Caroline’s kleding terug naar Tunis zijn gereisd.  Probleemloos passeerden we de douane op Zaventem en Tunis.  Een beetje opgelucht ook wel, want wat zou zo’n douanebeambte wel niet denken van de inhoud van mijn koffer.  En bovendien is zo’n apparaat nou niet bepaald gangbaar, zeker niet hier in Tunesië.

De Bianchi, m’n racefiets waar ik een aantal jaren in Nederland op gereden had en die nu al weer anderhalf jaar werkeloos tegen de muur stond, moest nog wel even afgesopt worden.  Er was inmiddels een aardig laagje stof op gekomen.   En ook de derailleurs moesten weer even bijgesteld worden.  Geen fijne klus, want wat dat betreft heb ik echt twee linkerhanden.  En het zou niet de eerste keer zijn dat ik uiteindelijk, na een hoop gepruts, met m’n fiets in de hand en het schaamrood op de kaken, nog vlak voor de koers naar de fietsenmaker kon.  En aangezien het zoeken is naar een speld in een hooiberg om hier in Tunis een fietsenmaker te vinden die verstand heeft van racefietsen kon ik maar beter geen fouten maken.  Maar het is allemaal voor elkaar gekomen.  De boel is geïnstalleerd en ik kan aan de slag.  En over een paar weken zijn de temperaturen ook weer zo dat ik met de bike ook weer de weg op kan.  Weer bouwen aan een betere conditie en op naar een nieuw fietsseizoen.  Ik heb Caroline al voorzichtig gepeild hoe ze denkt over een lange vakantie in de Alpen, met fiets.

woensdag 28 augustus 2013

Dag lieve oom Kees

‘Wonderbaarlijk is het toch hoe snel jij nog dezelfde nacht over iets kan dromen dat je overdag meegemaakt hebt’, zegt Corné als ik hem maandag de droom van de vorige nacht vertel.

Ik fiets en ben op weg naar de begrafenis van oom Kees.  Ik heb al een heel eind gefietst, namelijk van Oosterhout naar Noordwijk.  Ik voel me behoorlijk moe en hoop er nu bijna te zijn.  Het miezert.  Dan zie ik een prachtige rode beuk staan.  Ik stop even om die te bewonderen.  Ineens vraag ik me af waar de begrafenis eigenlijk is.  Waarom ben ik zomaar zonder dit te weten op weg gegaan?  Daar snap ik ineens niets meer van.  Ik zal Gerard maar even bellen, die weet het vast wel.  Hij kan me misschien zelfs nog wel ophalen hier vandaan?  Ik vrees toch wel dat ik niet meer op tijd ben en dat maakt me verdrietig.

Zondagavond, als ik met Lisha skype, vraagt ze me bedachtzaam of ik het al gehoord heb.  Ze wacht even af, ik stel haar wat vragen en dan zegt ze ‘Kees is vanmiddag overleden’.  Het moet nog even doordringen en dat doet het niet meteen.  ‘Opa was er nog naar toe’ zegt ze, maar hij was net een kwartier te laat.’  Er flitsen beelden door mijn hoofd van mijn vader die alleen naar Ridderkerk rijdt en ook weer terug rijdt met de wetenschap dat zijn broer nu overleden is...

Even later gaat de telefoon.  Mijn vader.  Hij vertelt dat de pastoor vanmorgen nog is langs geweest bij oom Kees en dat hij hem de laatste zegen heeft kunnen geven.  Kees kon niet meer praten, maar aan zijn ogen merkten ze dat hij dit nog bewust heeft meegemaakt.  Deze wetenschap geeft mijn vader een enorme steun.

Vorige week heb ik oom Kees nog aan de telefoon gesproken.  Mijn moeder vertelde me dat hij zich zorgen over me maakte, over de situatie in Tunesië.  Ze geeft me het mobiele nummer zodat ik hem kan bellen in het ziekenhuis.  Het idee raakt me: een zieke man die het benauwd heeft en nu toch echt heel wat anders aan zijn hoofd heeft, denkt ook nog aan mij?  Als ik hem bel is hij inderdaad erg kortademig en ook klinkt het of hij volschiet.  Is het zo of is het mijn verbeelding?  Hij bedankt mij dat ik hem bel.  Als we afscheid nemen en ik naar woorden zoek zeg ik ‘dag lieverd’.  Het floept er gewoon uit.  Ik weet dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat ik hem gesproken heb.

Maandag, de dag na zijn overlijden, besluit ik om te proberen een vlucht naar Nederland te boeken. Ik zie steeds oom Kees voor me, die, na de begrafenis van oom Henk, onze andere oom, ons als neven en nichten bedankte dat we er waren.  Hij liet duidelijk merken dat hij dat op prijs stelde. Zoiets nog even zeggen hoorde bij oom Kees.  Door de manier waarop hij dat zei maakte het dat het indruk op mij maakte.  Een ander zou het misschien ook zeggen, maar dan kwam het anders over. Zoiets.

De hele dag struin ik internet af, maar de prijzen van vluchten naar Amsterdam, Brussel of Düsseldorf zijn absurd hoog.  Het is het einde van de vakantieperiode en de meeste vluchten zitten vol.  Ik hoop op een gaatje ergens.  Als ik het reisbureau probeer, blijkt het al gesloten te zijn.  Impulsief neem ik een taxi naar het vliegveld.  Misschien daar?  Op het vliegveld is het een drukte van jewelste en het blijkt dat ze me daar ook niet verder kunnen helpen.  Een soort koppigheid neemt het van me over. Ik wil nu niet meer…ik moet.  Zo voelt het.  Ik daag hogere machten uit.

Ik vraag mezelf af wat me zo drijft.  Ik geloof haast dat het verder gaat dan het overlijden van oom Kees alleen.  Ik voer een persoonlijke strijd tegen de nuchterheid en het calvinisme.  De woorden van mensen die me willen en proberen te troosten, spoken door mijn hoofd.  Goedbedoelde zinnen zoals:  ‘het is zo het beste zo voor oom Kees, je wordt al vertegenwoordigd door Gerard en Leo en op de begrafenis is het toch heel druk, je kan ook op een andere manier afscheid nemen. ' Iedereen heeft er alle begrip voor als ik niet kan komen, niemand verwacht het van me...

Daardoor voelt het haast alsof ik mijn emoties overdrijf.  Of ik onzinnige dingen wil.  Ik wil nu helemaal niet nuchter en verstandig zijn…Het voelt alsof ik mijn verdriet niet mag tonen, mijn emoties moet beheersen.  Mogen we nu dan niet huilen met elkaar?  Ik wil er ook bij zijn!  Niet alleen voor mezelf trouwens, maar zeker ook voor mijn vader.  Gelukkig zijn Lisha en Isabel er ook voor opa.  Lisha heeft opa geholpen met het ophalen van de bloemstukken en Isabel geeft opa steeds kledingadvies over wat hij op de begrafenis het beste aan kan doen.  Ik merk, wanneer ik m’n vader aan de telefoon spreek, dat dit hem goed doet.

Nadat ik ook merk dat er meer mensen met me meedenken en me echt proberen te helpen om te kunnen gaan, word ik vanzelf wat rustiger.  Ik voel me moe en emotioneel.  Buiten is inmiddels het noodweer losgebarsten.  Het regent, onweert en het stormt.  Ineens zie ik de reis niet meer zitten, zo moe voel ik me.  Oké dan, ik laat het zo.  De teleurstelling is echter groot.

De volgende dag heb ik een hoofdpijn die niet weggaat met paracetamol, een zenuw die blijft kloppen onder mijn oog en voel ik de tranen hoog zitten.  Dit alles verrast me.  Het verdriet overvalt me.  Ik wist toch immers dat oom Kees erg ziek was en het einde van zijn leven heel dichtbij kwam? Het voelt alsof er met zijn overlijden een deurtje open wordt gemaakt in mijn hoofd waarin de herinneringen aan vervlogen tijden worden bewaard in prachtig versierde pakketjes.

Het begint eigenlijk al met het wonderbaarlijke verhaal dat oom Kees de dag van mijn geboorte voorspeld heeft.  Mijn moeder was op de 17e april uitgerekend, maar oom Kees beweerde dat ik pas op zondag de 20e zou komen.  En hij had gelijk!

Oom Kees, de oom op wie we allemaal extra dol waren, omdat hij de grappigste was van allemaal.  Als hij er was kon je lachen!  De vrolijke man met het volle maan gezicht en met pretoogjes.  Oom Kees, die mij, samen met tante Gré, op kwam zoeken op mijn kamertje in Bergen op Zoom.  Die een paar jaar later meehielpen met het verven in de flat.  Later kwamen ze ons ook opzoeken samen met Fred in mijn eerste echte woning met tuin.  Daarin zijn zij als familieleden uniek.  Geen andere ooms en tantes hebben dit voor mij gedaan en ik ben ze er dankbaar voor.


Ik herinner me ook dat ik een paar keer zelf naar Ridderkerk ben gegaan toen ik eenmaal auto kon rijden.  We hebben een keer met zijn tweetjes gewandeld door het dorp.  We dronken een kopje koffie en ik mocht twee bonbonnetjes uitzoeken.  Het lijkt nu haast iets uit een gedichtje van Annie MG Schmidt.  Oom Kees vertelde over vroeger.  Ook zei hij hoe hij het waardeerde dat mijn vader de familie zo bij elkaar kon houden.  Corné en ik zijn ook een keer mee geweest met hem en tante Gré naar Kinderdijk.  Oom Kees zei toen: ‘Kom nog eens langs en neem dan je moeder mee Corné.’  Zo was hij, een mensenmens.  Ik weet zeker dat hij erg geliefd is bij de meeste mensen.  Hij maakte makkelijk contact met een ander met een aardig woordje of een grapje.   Ik bewonder dat hij zich actief in zette voor zijn medemens, bijvoorbeeld als vrijwilliger bij de voedselbank.  Een man die het woord van God volgde met zijn daden.

Een gezellige grapjas, maar vergis je niet.  Het kon ook een temperamentvolle man zijn.  Vast ook een beetje koppig en ongeduldig.  Ik herinner me dat er een poos weinig contact is geweest tussen sommige familieleden na een ruzie op een verjaardag bij oom Kees thuis.  Hij had een tante de deur uitgezet.  Ik was er toen niet bij, maar wel op een moment dat hij op een verjaardag bij ons thuis boos werd op een tante die mopperde op ‘die’ buitenlanders.  Hij viel behoorlijk heftig uit tegen haar en herinnerde haar aan het vreselijke lot van de Joden in de Tweede Wereldoorlog.  ‘Wil je dat soms weer?’  Het punt was duidelijk en er viel een ongemakkelijke stilte.

Het bewust meemaken van de Tweede Wereldoorlog heeft ongetwijfeld zijn sporen nagelaten bij zowel oom Kees als bij mijn vader.  Ze woonden in Rotterdam Crooswijk en hebben het bombardement meegemaakt.  De twee jongste jongens van het gezin van Stralen.  Ze scheelden drie jaar en deelden samen een slaapkamer.  Daar speelden ze als kleine jongens een zelfverzonnen rollenspel waarin ze de twee poezen ‘Poetie’ en ‘Oetiepoetie’ waren.  ‘Poetie’ en ‘Oetiepoetie’ waren vooral geïnteresseerd in een lekker scholletje, begreep ik wel uit de verhalen.

Mijn vader, als jongste, werd ook wel gezien als het meest ‘verwend’ en moest dat natuurlijk tot op de dag van vandaag ook nog steeds aanhoren.  Oom Kees betitelde zichzelf als ‘de hond’, degene die het het vaak het slechts getroffen heeft.  Zo moesten ze in de oorlog naar een boerenfamilie in Brabant omdat er thuis te weinig eten was.  Mijn vader hield het daar niet uit en mocht al heel snel weer met zijn vader mee naar huis, terwijl oom Kees wel moest blijven.  Ik vraag me af hoe dat geweest moet zijn bij zo’n wildvreemde familie…Er werd vast niet veel aandacht geschonken aan je gevoelens daarover.  Je moest wel…

Vanmorgen belde mijn vriendin Diana mij speciaal om even met me te praten.  Ze vertelde dat ik zo liefdevol over mijn oom had geschreven in een mail aan haar en dat het haar had doen beseffen dat ze zelf ook wel zo’n oom had gewild.  ‘Ik voel me eigenlijk één van de velen in onze familie’ vertelde ze.  Ja, ze heeft gelijk, vaak gaat dat zo.  Ik herken dat ook wel.  Ooms die je naam niet echt kennen en weinig over je weten.  De mensen die echt aandacht aan je besteden en wat moeite voor je doen, maken toch het verschil.  Ik ben door haar woorden eigenlijk nog extra dankbaar voor zo’n oom als oom Kees.
 
Oom Kees had geld meegegeven aan mijn ouders toen ze hier op bezoek kwamen, zodat wij iets leuks voor onszelf konden kopen. Het maakt de chechia's, waar ik toch al zo dol op ben, extra bijzonder.
De komende dagen zullen de pakketjes met herinneringen prominent aanwezig zijn.  Er flitst steeds van alles door mijn hoofd.  Oom Kees, een oom die in mijn hart gewoon verder leeft.  Ik zal zijn kaarten met dat kleine, haast onleesbare, handschrift gaan missen.

dinsdag 23 juli 2013

'On va s’aimer, on va danser, on va chanter. C’est la vie.'

Okay, het is niet helemaal realistisch, maar we hebben het dan ook niet over de laatste Oxfam strategie voor de Maghreb.  Het is inmiddels een jaar geleden  dat Caroline naar Tunesië kwam.   Reden voor een feestje.
 

Afgelopen weekend zijn we daarom naar een concert geweest van Cheb Khaled.   De ongekroonde koning van de Rai.  Ritmische Noord Afrikaanse muziek, meestal over liefde en geluk, eenzaamheid en verdriet.  Liedjes met een hoog niveau van romantiek in ieder geval.

Khaled was gestrikt voor het internationale festival van Carthago.  Het festival biedt de hele zomer optredens van grote Tunesische en internationale artiesten in een indrukwekkend decor.  Het oude Romeinse Theater van Carthago.  Onze bezoekers van afgelopen voorjaar hebben we dat theater nog niet laten zien omdat het leeg niet eens heel erg bijzonder is.  Het theater heeft een halfcirkelvormige ruimte voor toeschouwers, met banken die tegenwoordig allemaal van modern beton zijn.  Ook het oorspronkelijke toneel is inmiddels vervangen.   Dat er zo’n 10 000 mensen in kunnen zou je zo op het eerste gezicht niet zeggen, maar wanneer het volgepakt zit met een superenthousiaste menigte wordt het een ander verhaal.  Kippenvel toen we het theater inliepen.


Er was duidelijk niet veel voor nodig om het publiek op te warmen.  De avond was zwoel en na een ongetwijfeld uitbundig avondmaal – omdat we nog midden in de Ramadan zitten begon het concert pas om half elf – was de stemming helemaal top.  De komst van Khaled werd met het nodige gevoel voor drama aangekondigd.  Het thema van A Space Odyssey deed Carthago nog maar weer eens op z’n grondvesten schudden.  Hoe vaak zou Carthago dat al niet eens eerder meegemaakt hebben?

Sommigen hadden nog kussentjes meegenomen, maar risico om een houten, of misschien liever een betonnen kont te krijgen was er niet echt, want al bij de eerste klanken van Khaled stond het publiek op de banken.  Alle nummers heupwiegend meezingend.  De meeste nummers in het Arabisch.  Een paar in het Frans.  En die kennen we nu ook … althans, een stukje.

We stonden er midden in en hebben genoten van de geweldige sfeer en de mooie muziek.  Sommige fans om ons heen keken Khaled zwijmelend aan.  Niet alleen vrouwen trouwens.  Ook mannen.  Direct bij z’n opkomst kreeg Khaled een paar jasmijnkransen omgehangen en na afloop wist de beveiliging Khaled maar met moeite van het podium af te leiden.  Hij werd direct bestormd door een aantal mannen die ‘m kennelijk even wilden knuffelen.

Halverwege het concert  werd het trouwens nog wel even spannend toen een paar donkere wolken voor de bijna volle maan langs trokken en een paar vette regendruppels naar beneden kwamen.  In allerijl werden parasols neergezet boven de twee synthesizers en werd hier en daar wat apparatuur onder plastic bedekt.  Maar het bleek loos alarm.  Althans.  Toen na twee uur spelen Khaled met z’n klassieker Aïcha het publiek een geweldige uitsmijter had bezorgd brak er niet meer dan twee minuten later een enorm noodweer los boven Carthago.   Goed getimed.

We zijn blij dat we dit meegemaakt hebben en breken ons het hoofd hoe het Festival van Carthago vorig jaar aan onze aandacht is kunnen ontsnappen.  Dat gaat ons geen tweede keer gebeuren.  Caroline gaat dit jaar nog met Sara naar de Franse chansonnière Patricia Kaas en samen gaan we nog naar Paco de Lucia, de Spaanse gitaargrootmeester van de flamencomuziek .  Benieuwd wat voor sfeer er bij die optredens in het theater  is.  Volgend jaar staat Adèle misschien wel op het programma.  Die is hier wellicht nog wel populairder dan Khaled.  Wij zijn er bij, Insh'Allah.

dinsdag 16 juli 2013

Echt HEMA

Yeah!  We hebben een Hema hier in Tunis!  Geweldig nieuws.  Een gevoel van blijdschap stroomt door mijn lijf.  Dat moet ik echt even aan jullie vertellen!  Zoals sommigen wel weten is de Hema één van mijn favoriete winkels.  Typisch Nederlands.  Eigenlijk ook helemaal niet raar dat ze hier dan ook Nederlands personeel hebben rondlopen.  Hoe zouden ze dat eigenlijk doen?  Steeds heen en weer vliegen?  Ik zie dat die aardige mevrouw van de bonbonwinkel uit Bergen op Zoom nu hier is gaan werken en ik ben enthousiast.   Leuk om haar weer eens te zien.  Ze zal zelf ook wel verbaasd zijn om me hier in Tunis te zien.  Ik zoek naar een speciaal artikel dat ik niet kan vinden.  Een zweetbandje wat je om kunt doen zodat je ’s nachts niet je bed uit hoeft om te gaan plassen.  Ik vraag het haar.  Ze begrijpt meteen waar ik het over heb, maar als we ernaar toe lopen is het toch niet wat ik zoek.  Ik besef ineens dat het artikel misschien wel helemaal niet bestaat.  Ik zeg tegen haar: ‘mmm, ik denk dat ik me vergis, ik denk dat ik het gedroomd heb…  Eigenlijk weet ik dat wel zeker’ 
 

Vervolgens loop ik verder en kom langs allerlei lekkere dingen.  De aardbeientaartjes zien er heel lekker uit.  Ze zijn dan ook al bijna uitverkocht.  Ik kijk meteen of ik hier nog een leuke jurk kan vinden, want daar ben ik al even naar op zoek.  Ja, ik zie allerlei leuke kleding.  Als ik een leuk gestreept exemplaar uit het rek opzij trek om eens goed te bekijken, zie ik ineens dat er grijze zeehondjes op de rand aan de onderkant staan.  ‘Hé nee, stom zeg.  Ik ga toch echt niet met zeehonden op mijn jurk lopen.’  En dan… word ik wakker uit een diepe slaap.  Ik moet plassen.  Een moment moet ik nadenken en dan weet ik dat het een levensechte droom is geweest.  Met nog stramme benen strompel ik naar het toilet en voel me enigszins teleurgesteld.  Goh, ik heb me eigenlijk helemaal niet zo beseft dat ik de Hema hier mis.  Ik weet wel dat ik straks in Nederland juist extra ga genieten van de dingen die hier niet zijn.  Wat eerst ‘gewoon’ was, is nu ‘niet zo gewoon’ meer.  Mmm, een boterham met pure hagelslag bijvoorbeeld.

Het zit ook wel een beetje in de menselijke aard om het liefst het complete plaatje te willen…of net datgene te willen dat er nu net niet is.  Zo is er op de zomerschool een jongetje dat sneeuwpoppen maakt van brooddeeg en ze tekent, terwijl het hier nu boven de dertig graden is.  Hij heeft nog nooit echte sneeuw gezien.  Een prachtig meisje met donkere haren en bruine ogen zegt dat ze liever blond is en blauwe ogen heeft. 
Tja…

Maar ondanks het gemis aan een Hema ben ik tevreden met wat we hier hebben.  Vorige week zei Corné nog tegen me: ‘Je bent volgende week een jaar hier, hoe zullen we dat gaan vieren?’  Waarschijnlijk met een gezellig etentje.  En we hebben sowieso ook nog een paar leuke concerten voor de boeg deze maand.  In Carthago is er op het moment een internationaal muziekfestival en we hebben kaartjes voor Khaled en Paco de Lucia.  Ook ga ik met Sara naar Patricia Kaas.  En dan begin augustus naar Nederland.  Hoe zal dat zijn?  In ieder geval fijn om iedereen weer te zien en te spreken.

Ons leven hier voelt goed en ik heb het erg naar mijn zin.  Het zijn van die onverwachte momenten dat ik dat nog eens extra besef.  Afgelopen vrijdag liep ik door La Marsa en kwam ik verschillende bekenden tegen.  Ook als ik ze zelf niet direct zag, riepen ze me om me te groeten.  Het voelde voor mij als ‘thuis’.  En bijvoorbeeld ook na het etentje op Corné’s verjaardag kreeg ik een sterk gevoel van ‘het leven is goed hier’.  Rond tien uur ’s avonds liepen we terug door het nog steeds gezellig drukke La Marsa.  Spontaan kwam de gedachte in me ‘Ik wil hier helemaal niet weg over vier jaar!’  Nou ja, dat is nog een hele tijd…