zaterdag 17 mei 2014

La poursuite du bonheur

In Fès is het al lekker aan het zomeren. Temperaturen van goed boven de dertig graden en een zon waar je maar beter niet al te lang in blijft rondlopen.  Ik was tien dagen in Marokko en aangezien we sinds dit jaar een paar clubs steunen die in Fès kantoor houden gaf me dat een mooie gelegenheid om Fès in het weekend te verkennen.  En daar moet uiteraard op tijd bij gepauzeerd worden.  Terrasjes genoeg om dat te doen.

Ik heb zelf een poosje rondgehangen op het terras van het café aan de overkant van m’n hotel.  Beetje gewerkt nog, beetje passanten kijken, kopje koffie erbij.  Lekker relaxt en volop te beleven.  Het is een inmiddels bekend beeld:  bedelaars, schoenpoetsers,verkopers van tissues, illegaal gecopieerde cd’s of “echte” Ray-Ban zonnebrillen.   Alles kwam voorbij.  Maar daar bleef het niet bij.  In Fès bleek het terras een lopende band van diverse verkoopwaar.  Veel uitgebreider dan de terrassen in Tunis.  Met de schoenpoetsers duidelijk in de meerderheid.  Dat wel.

Met een zacht klopje van hun schoenborstel op hun houten kistje probeerden ze de aandacht te trekken, met een scherpe blik op het aanwezige schoeisel.  Niet al te opdringerig gelukkig.  Anders dan mijn ervaring met de schoenpoetsers in Zuidoost Azië.  Die zijn nog bereid om je witte gympen zo lang te boenen tot ze glimmend zwart zijn.  Niet nodig wat mij betreft, hoe hard ze er ook op aan probeerden te dringen.  En zeker niet met de schoenen die ik nu aanhad.  M’n zwarte lievelingsschoenen nota bene die ik een paar jaar geleden in Japan heb aangeschaft en die ik pas in de warmte van Tunesië en Marokko vaker ben gaan dragen.  Ik ben er nog steeds zuinig op.  Afblijven dus.  Poetsen doe ik zelf wel.

Kom maar op met die andere waar dus.  Zoals gezegd tissues, cd’s, zonnebrillen.  De bekende rommel waar niemand direct op zit te wachten.  Ben even kwijt of ik ook de gebruikelijke horloges voorbij heb zien komen, maar dat zal vast wel.  Nou ben ik niet direct van de impuls-aankopen.  Ga meestal met een boodschappenbriefje op pad en kom vervolgens meestal thuis met wat ik denk nodig te hebben, maar een beetje verkoper weet beter dan ikzelf wat ik nodig heb, niet waar?  Toch maar even opletten wat er verder nog voorbij komt.

Kijk eens aan: tondeuses.  Laten we die nou net al in huis hebben.  Caroline is er enorm handig mee en heeft me vlak voor ik op reis ging nog even onderhanden genomen.  Echt niet nodig dus.  Wel een prettige gedachte dat je in Fès niet helemaal naar de Mediamarkt hoeft te rijden voor een nieuwe.  Nadeel is wel dat je er hier waarschijnlijk geen gratis kabeltje bij kunt onderhandelen.  Deurmatjes dan misschien?  Hmmm.  De matjes zijn net zo grijs als de verkoper zelf.  Die moet wel heel hard z’n best doen om me er van te overtuigen dat ik zo’n matje nodig heb, maar z’n matjes hangen lusteloos over z’n arm en z’n gezicht staat al zo somber als de matjes zelf.

Volgende klant: zitkussens.  Althans, de hoezen.  Leer?  Nepleer?  Wie zal het zeggen?  Ik heb er niet veel verstand van en voel geen grote behoefte opkomen om er achter te komen.  De verkopers beginnen zich inmiddels een beetje te verdringen, maar ik begin te geloven dat ik vandaag met lege handen blijf zitten.  Speelgoed dan?  “Non merci, c’est trop gentil”.  Sokken en hemden?  Niet nodig hoor.  Een mobieltje?  De mijne doet het nog prima hoor, dus waarom zou ik in hemelsnaam een nieuwe aan moeten schaffen?  Als ze me de nieuwste generatie mobieltjes aan zouden bieden dan zouden mijn twintig jaar jongere collega’s hier waarschijnlijk wel kansen zien voor me, maar zelfs zij hebben me nog niet weten te overtuigen.  
En bovendien heb ik het gevoel dat ik deze mobieltjes al veel vaker heb gezien.  Van de vrachtwagen gevallen of zo. 
Als ik de moed bijna verloren heb staan er plots een paar strijkplanken naast me.  Zeg, wat denk je nou?  Dat ik zo’n kreng helemaal mee naar Tunis ga slepen?  Ineens moet ik heel erg aan Will Smith denken en verwacht ik dat die elk moment het terras op kan komen lopen met een medical bone density scanner.  Ik zou er in Fès niet van op hebben gekeken.  Hij heeft het geluk uiteindelijk gevonden.  Maar dat was in Hollywood.

woensdag 22 januari 2014

In het land van de lotus-eters

Terug op Djerba hebben we niet één lotus-bloem gezien.  En dat terwijl Djerba toch te boek staat als het land van de lotus-eters.  Dat heeft Djerba te danken aan de legende van Odysseus die tijdens zijn lange reis na de inname van Troje ook dit eiland aandeed.  Volgens die legende raakte Odysseus er bijna zijn hele bemanning kwijt.  Een aantal bemanningsleden was van boord gegaan en had zich tegoed gedaan aan lotus-bloemen.  Een lokale delicatesse kennelijk.  Maar doordat ze compleet bedwelmd waren geraakt door het eten van de bloemen kostte het Odysseus vervolgens de grootst mogelijke moeite om weer van het eiland weg te komen.  Misschien waren de lotus-bloemen wel zo populair dat ze daarom nu nergens meer te vinden zijn op Djerba. 
En zo kostte het ons niet al te veel moeite om het hoofd koel te houden.  Al was het wel opvallend dat Caroline de eerste morgen dwars door de oproep voor het gebed heen sliep terwijl ik rechtop in bed zat en de nodige tijd nodig had om een beetje bij te komen van de schrik.  Ons hotel lag in het centrum van het oude stadje omgeven door een aantal moskeeën.  En een Maltees kerkje om de hoek trouwens, wat ook op zondag erg stil was.  Bij ons in La Marsa is het in ieder geval een stuk rustiger.

Hoewel we dus geen lotus-bloemen hebben kunnen ontdekken is Djerba nog steeds een aantrekkelijk eiland.  Desondanks blijven de meeste toeristen angstvallig binnen de goedbewaakte muren van hun all-in resort aan de noordoostkant van het eiland.  Veel toeristen waren er trouwens niet.  Afgeschrikt door alle negatieve publiciteit in de westerse media, wat zo rond kersttijd nog eens flink aangedikt werd.  Kersttijd zou een mooie tijd zijn voor terroristen om toe te slaan en de toch al wankele politieke situatie in Tunesië verder te ondermijnen.  De “dreiging” maakte het er niet gezelliger op.  Veel hotels langs de kust van Djerba zijn inmiddels al behoorlijk in verval geraakt, en de verscherpte bewaking en de politiecontroles leveren een nog wat grimmigere sfeer op, ook al hebben die controles feitelijk weinig om het lijf en ook al worden ze nogal knullig uitgevoerd.  Zodra duidelijk is dat je Europeaan bent – een eenvoudig bonjour of bonsoir is daarvoor over het algemeen al voldoende – kun je je weg direct vervolgen.

De toeristen die we op de voorlaatste dag van onze vakantie tegenkwamen op een terras van één van de all-in resorts die nog wel in bedrijf waren, leken zich overigens weinig van enigerlei dreiging aan te trekken.  Maar die zijn dan al met weinig tevreden, zolang ze hun natje en droogje maar op tijd hebben.  Jammer, want zo missen ze heel wat.  Zoals we in onze vorige blog al schreven hadden we zelf een kamer geboekt in een voormalige fondouk, in het hart van Houmt Souk.  Een klein gezellig stadje met een paar leuke souks en levendige terrasjes.  De souks richten zich vandaag de dag vooral op de toeristen, die er dus nauwelijks zijn, en er zitten daarnaast ook volop kleine kruideniertjes, kleermakers, weverijen, kapperszaakjes en dergelijke voor de lokale bevolking.  We hebben aardig wat tijd doorgebracht in Houmt Souk, vooral met een heerlijk glas jus d’orange, lekker in het zonnetje op een van de vele terrasjes.


Maar we hebben ook de omgeving van Houmt Souk verkend.  Zoals de oude Siciliaanse burcht uit de 13e eeuw, vlak aan de kust, en het pottenbakkersdorpje Guellala.  Niet op de fiets, zoals we aanvankelijk nog hadden overwogen, maar gewoon met de taxi en met onze huurauto, zoals te doen gebruikelijk.  De reisgidsen hadden ons vooraf lekker gemaakt door te melden dat Djerba prima met de fiets te verkennen is en dat er volop fietsenverhuurders zouden zijn, maar dat bleek in de praktijk nogal tegen te vallen.  Ook het fietspad (!) tussen de toeristenzone en Houmt Souk leek al geruime tijd niet meer gebruikt te zijn;  niet onderhouden en flink overwoekerd door struiken.  We zijn er inmiddels al wat aan gewend geraakt.

Eén van de belangrijkste bezienswaardigheden van Djerba is de wereldberoemde synagoge van Erriadh, een paar kilometer buiten Houmt Souk.  Niet vanwege de geweldige architectuur of z’n enorme omvang of iets dergelijks, maar vanwege z’n historische belang.  Djerba heeft van oudsher een relatief grote joodse gemeenschap en de synagoge van Erriadh is een belangrijk pelgrimsoord voor joden uit heel Noord-Afrika. 
 
De synagoge zou gebouwd zijn op de plek waar een steen uit de hemel neer zou zijn gevallen, waarna een mysterieuze vrouw was verschenen die de bouw van de eerste synagoge van Noord-Afrika zou hebben geleid.  Meer dan 2000 jaar geleden.  Of de verteller van dat verhaal ook een liefhebber was van lotus-bloemen hebben we trouwens niet kunnen achterhalen.

dinsdag 7 januari 2014

Het zuiden

Bij ons in La Marsa hangt een hele mooie foto boven de bank.  Een oud bergdorpje met huisjes van okerkleurige stenen met op de voorgrond een witte minaret.  Tamelijk bekend in Tunesië.  Het zou ergens in het zuiden van de bewoonde wereld van Tunesië liggen, in de buurt van Matmata.  Daar waar zo’n beetje de woestijn begint.  Niet ver van Djerba, waar we voor de kerstdagen en de jaarwisseling een hotelletje hadden geboekt.  Voor een week, om even bij te komen, maar natuurlijk ook om Djerba en omgeving te verkennen en om met eigen ogen dat mooie fotogenieke dorpje te gaan zien.  Ons hotelletje was in één van de vele fondouks in Houmt Souk, die oorspronkelijk dienst hebben gedaan als karavanserai voor de handelaren die in Houmt Souk zaken kwamen doen.

Dat je in Djerba in de buurt van de Sahara komt was al snel te merken.  Toen we de eerste dag in Houmt Souk op een terrasje zaten trok er een grote geelgrijze wolk voor de zon.  Ik dacht nog even nietsvermoedend aan een dreiging van regen, maar toen het er ook nog even bij ging waaien kwam er hele fijne neerslag uit.  Zand.  Overal in de het stadje ligt zand.  Op de pleintjes, op de straten, overal zand.  Om bij de woestijn te komen hoef je met de auto alleen nog maar het eilandje af.  Eén dag, om de omgeving van Matmata te gaan verkennen, hebben we dat gedaan met het pontje aan de westkant.  Zodra je het eiland af bent kom je in een droog en verlaten landschap.  Nog wel wat olijfboomgaarden, maar verder toch vooral veel zand.  In de verte zien we een kudde kamelen.  De streek rond Matmata is vooral bekend om z’n grotwoningen en oude Berberdorpen in de bergen.

George Lucas was zo onder de indruk van deze streek dat hij er opnamen heeft gemaakt voor Star Wars, oftewel La Guerre des Étoiles, zoals het in goed Frans heet.  De landschappen zijn er werkelijk adembenemend.  En de Berberdorpen die we zien, met name Toujane en Tamezret, waar de tijd heeft stilgestaan, spreken tot de verbeelding.  Maar ze zijn niet zo fotogeniek als het dorpje op de foto boven onze bank.


Twee dagen later gaan we richting Tataouine.  Dit keer nemen we de oude Romeinse dam aan de zuidkant van Djerba.  Weinig herinnert er nog aan dat de dam door de Romeinen is aangelegd of het moet het hobbelige wegdek zijn.  Na een paar kilometer komen we bij een kruispunt.  Rechtsaf richting Medenine over een goed begaanbare provinciale weg, of rechtdoor naar Tataouine, dwars door de woestijn.  We kiezen voor de woestijn.  Een kilometer of 75 te gaan en de weg is tamelijk goed.  We zijn blij dat we voor deze route gekozen hebben.  En hoewel de naam Tataouine klinkt als  een mooie planeet in een “galaxy far far away”, heeft het stadje zelf niet zo veel te bieden.  Nadat we de tank van onze huurauto opnieuw volgegooid hebben gaan we direct door.  Het gebied rond Tataouine staat bekend om de ksour; een soort burchten die werden gebruikt voor de opslag van graan en andere goederen.  We bekijken de Ksar Ouled Soltane en Ksar Hadada.  Die laatste fungeerde als decor voor de woonplaats van Anakin in Star Wars, Episode I, The Phantom Menace.

Maar behalve de ksour valt er nog meer te genieten.  Aan de westkant van Tataouine zien we in de bergen een kleine witte moskee liggen, vlak bij het dorpje Chenini.  Het blijkt de moskee van de Zeven Slapers te zijn.  Volgens de legende waren op de plek waar de moskee staat zeven Christenen op de vlucht voor de Romeinen in slaap gevallen om pas 400 jaar later wakker te worden in de tijd van de Islam.  Kort nadat ze wakker waren geworden lieten ze al weer het leven, maar niet nadat ze zich nog snel tot de Islam hadden bekeerd.  Zo konden ze gelukkig toch nog naar de hemel.  Althans, zo wil het verhaal.  Nog mooier dan het verhaal is het moskeetje zelf trouwens.  Z’n minaret een beetje scheef als een boompje in de wind.  Prachtig gelegen in de bergen.

Chenini zelf ligt een kilometer verderop, bovenop een bergkam.  Het ziet er mooi uit van een afstandje, maar we aarzelen om er naar toe te rijden wanneer we een gammel autootje over een smal onverhard weggetje naar beneden zien hobbelen.  We besluiten om toch maar verder te gaan.  Wanneer we om de bergkam heenrijden zien we Chenini ineens van de andere kant, een okerkleurig dorpje met een witte minaret er  voor.
Verdraaid, het dorpje van de foto boven onze bank.  Inderdaad erg fotogeniek.  Beneden staan twee bussen en een aantal souvenirwinkeltjes, maar in het dorpje is het rustig.  We blijven zelf niet al te lang, want we hebben nog een aardige weg voor de boeg, terug naar Djerba, het land van de lotus-eters.

maandag 23 december 2013

Wie komt er alle jaren?


Sinterklaas is ons niet vergeten, ook al wonen we in Tunesië.  Al in oktober had hij er voor gezorgd dat we volop lekker snoepgoed en grappige cadeautjes tot onze beschikking hadden.  Hij had dit meegegeven aan onze vriendinnen Desiree en Rianne en aan Marleen.  En via de bank kwam er ook nog iets binnen. Harstikke lief van de Sint dus.  Maar eerlijk gezegd was dit jaar mijn gevoel over het feest van Sint wel een beetje dubbel.  Teleurgesteld over de felle discussie die in Nederland was ontstaan over het eventueel aanpassen van de kleur van de Pieten.  Nou ja, discussie? Daar leek het eigenlijk niet echt meer op…  Maar ja, de meeste veranderingen kosten nu eenmaal tijd.


Sinterklaas zou na het vieren van zijn verjaardag in Nederland, op 8 december een bezoek brengen aan Tunesië.  Zou ik gaan?  Ik twijfelde.  Geraldine en Carin vroegen me op de avond dat we de Sint hielpen met het inpakken van de cadeautjes of ik hen ’s morgens de 8e wilde helpen met de zaal versieren.  ‘Jij hebt geen kinderen en dat is wel zo makkelijk.’  ‘Ja inderdaad’…daar is geen speld tussen te krijgen, ahum.



Dus zondagmorgen vroeg uit de veren en op naar de zaal waar Sint en zijn pieten ’s middags aan zouden komen.  Toen we aankwamen was de zaal nog ongezellig en rommelig.  De resten van het feestje van gisterenavond waren nog niet opgeruimd.  Snel aan de slag dus.  Samen met het Tunesische personeel toverden we de zaal in een paar uurtjes om in een gezellige feestzaal.  Bijzondere plek met een prachtig uitzicht.  Exotisch hoor, Sint tussen de palmbomen.  Zo’n kleine honderd mensen kwamen op het feestje af en werden verwelkomd door onze nieuwe ambassadeur. 

De ambassade heeft een financiële bijdrage geleverd aan het feest, maar er zijn ook een aantal plaatselijke bedrijven die gesponsord hebben.

Toen iedereen weer naar huis ging stond ik bij de deur chocolade muntjes uit te delen.  Voor iedereen was er een zakje.  De kok kwam naar me toe en vroeg beleefd of hij ook een zakje mocht.  Natuurlijk mocht dat. Even later vroeg hij aan ons of we op een briefje wilden schrijven dat hij dit cadeautje van ons ontvangen had met een telefoonnummer van één van ons erbij.  En ja hoor, Geraldine werd inderdaad nog gebeld door de security-gard of dit toch wel klopte…  Toch wel een beetje pijnlijk, dat het personeel zo gecontroleerd wordt.

En inmiddels is het alweer eind december.  Corné zijn contract is weer met een jaar verlengd!  De kerstdagen staan voor de deur.  In La Marsa schittert de kerstverlichting weer volop bij het winkelcentrum.  Van de week kregen we zelfs een kerstpakketje per post!  Een lieve verrassing. Het was trouwens nog wel even spannend of ik het wel mee naar huis zou krijgen. Toen de postbode langs was geweest waren we niet thuis.  Ook hier krijg je dan een briefje dat je het pakketje op kan halen bij het postkantoor.  Nu stond er alleen Caroline en Corné op de envelop.  Dat correspondeerde natuurlijk niet met mijn namen in mijn paspoort…  Oeps.  Gelukkig wist ik de twijfelende beambte met mijn betrouwbare uitstraling te overtuigen.

De meeste mensen de we kennen zijn dit weekend naar huis vertrokken.  Zelf gaan we gaan een weekje naar Djerba, een eiland in het zuiden.  We wilden graag wat meer van Tunesië gaan zien nu we hier wonen.  Zo’n kleine vijftien jaar geleden ben ik er samen met Diana een weekje geweest in de herfstvakantie.  Ik ben benieuwd of ik nog veel herken.  Ik vind het trouwens een bijzonder idee dat ik er toen nog geen enkel vermoeden van had dat ik ooit in Tunesië zou gaan wonen.

We hebben erg veel zin in dit weekje Djerba!  We zijn allebei eerlijk gezegd wel aan een vakantie toe.  We kijken terug op een druk, maar vooral ook erg leuk en leerzaam jaar!

zaterdag 30 november 2013

Hoog bezoek


Bijna twee jaar Tunesië zitten er op.  Een groot avontuur.  Geen dagelijkse kost.  Ver van familie en vrienden, ver van wat daarvoor ons thuis was.  Gelukkig wonen we hier niet in een achterlijk land.  Telefoon en internet doen het uitstekend zodat we prima contact kunnen houden met het thuisfront.  Maar daarmee lukt het niet om iedereen goed op de hoogte te houden.  En daarom hebben we dan ook nog het blog ‘Van Jasmijn en Olijven’.  In februari 2012, drie weken na mijn aankomst hier in Tunesië, verscheen het eerste verhaal.  Inmiddels staat de teller, met deze erbij, op 72.  Vorig jaar nog verscheen er bijna elke week een nieuw verhaal.  Tegenwoordig schrijven  we iets minder fanatiek, maar aan belangstelling is nog steeds geen gebrek.  Vorige week zagen we dat we inmiddels meer dan 5 000 page-views hebben gehad.  Statistieken.  We nemen het met een korreltje zout, maar dat het blog nog steeds met veel belangstelling gevolgd wordt doet ons deugd.

Het verhaal met het hoogste kijkcijfer tot dusverre is ‘Zeg nooit nooit’, gepubliceerd op 16 juni 2013.  Volgens dezelfde statistieken 66 keer bekeken.  De goeie rekenaar weet dan meteen dat er iets met de statistieken loos is, maar dat neemt niet weg dat het heel aannemelijk is dat dit verhaal de meeste belangstellenden getrokken heeft.  Dat verhaal gaat namelijk over het bezoek van Jack en Anita begin juni.  En zij hebben, nog vol van enthousiasme van hun bezoek, het verhaal fanatiek onder de aandacht gebracht van hun vrienden en kennissen.  Op nummer twee en drie staan de verhalen ‘Hadji’ over onze huisbaas, meneer Fetih, wat 63 keer bekeken is en ‘Met vallen en opstaan’, het allereerste verhaal wat we gepubliceerd hebben, wat 56 keer bekeken is.  Het minst bekeken, de verhalen van de afgelopen maand niet meerekenend, is het verhaal ‘Ambtenarij’ van 23 juni 2012.  Dat verhaal is, tot nu toe, slechts vier keer bekeken.  Aldus de statistieken.

We nemen de statistieken dus maar met een korreltje zout.  Vijfduizend page-views lijkt me wat aan de hoge kant.  Volgens dezelfde statistieken zijn de verhalen het meest bekeken vanuit Nederland.  Dat stelt gerust.  Maar ook hebben we kennelijk regelmatig bezoek gehad uit de VS, Rusland en de Oekraïne.  Die laatste twee kunnen we nog wel plaatsen met in gedachten de zakenreizen van Gerard naar het Oostblok.  Maar dat bezoek uit de VS, daar ben ik toch een stukje minder zeker van.  Als je inmiddels paranoia zou zijn geraakt door alle verhalen over afluisterpraktijken van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA of van de AIVD, of door de wekelijkse security-updates die we hier krijgen, dan zou je nog kunnen geloven dat er hier en daar iemand mee zit te gluren.  Ik denk dat het allemaal wel los zal lopen.

Wij gaan in ieder geval vrolijk door met schrijven, al hebben de trouwe volgers al wel gemerkt dat we inmiddels iets minder fanatiek zijn met de publicaties.  Vorig jaar nog kwamen we bijna elke week met een nieuw verhaal.  Dat is nu wel een stuk minder.  Een teken dat we ons hier inmiddels goed thuis voelen.  De nieuwigheid is er een beetje af.  Wat vorig jaar nog een avontuurlijk uitstapje was is nu inmiddels een routineklus geworden.  En de ontwikkelingen op politiek en economisch gebied gaan zo tergend langzaam dat daar ook niet veel nieuws over te melden is.

Tegelijkertijd hebben we zelf nog een flinke verlanglijst.  Een lijst die nog volop stof gaat opleveren voor mooie verhalen.  Over dingen die we in Tunesië willen beleven.  Plaatsen die we willen bezoeken.  Interessante mensen die we ongetwijfeld nog gaan ontmoeten.  De kerstdagen en de jaarwisseling gaan we dit jaar met z’n tweetjes doorbrengen op Djerba.  Caroline was daar al eens eerder, maar zelf ben ik er nog niet geweest.  We verheugen ons nu al op een weekje er lekker tussen uit.  Daar zijn we allebei aan toe.  Want vergis je niet, hoe mooi het af en toe ook is, we hebben het afgelopen jaar allebei hard gewerkt en zijn toe aan een weekje vrij.  En dan zijn er ook nog plaatsen als Douz, Tozeur, Sfax en Monastir, waar we absoluut nog eens een keertje naar toe moeten.  We zijn nog lang niet klaar met onze ontdekkingsreis door Tunesië, dus blijf ons beslist volgen.

zondag 24 november 2013

In the bubble



Nu het herfst is geworden in Tunesië is het meteen een stuk frisser.  Warme kleren en laarzen moeten weer tevoorschijn gehaald worden.  Als we uit ons huiskamer raam kijken zien we dat de sinaasappels oranje worden.  Dat geeft mij steeds weer een exotisch gevoel.  Maar ‘s avonds gaat de verwarming toch wel aan.  Meestal is de hemel overdag nog strak blauw, maar er is ook vaker bewolking.  En als ik er zo over nadenk is dat niet alleen letterlijk, maar staan er ook figuurlijk wel wat meer wolken aan de lucht.
 
 
Zoals ik al in het vorige blog schreef, merk ik aan mezelf dat ik veel meer op mijn hoede ben dan, zeg maar, een paar weken geleden.  Ik wil er toch nog even wat verder op doorborduren.  We schrijven natuurlijk wel vaker over de situatie hier.  Het is al langer bekend dat er genoeg uitdagingen voor Tunesië zijn, zowel politiek als sociaal-economisch gezien.  Daarom is Oxfam Novib ook hier.
 
Ik heb pas het boek ‘De Jasmijnrevolutie’ van Volkskrant-journaliste Leen Vervaeke gelezen.  Het boek geeft een duidelijk beeld van Tunesië voor en na de revolutie.  Heel interessant om te lezen.  Een aanrader voor wie geïnteresseerd in achtergronden is.  Maar als je het leest, word je wel uit je ‘bubble’ gehaald…als je daar al in mocht zitten.
 
En eerlijk gezegd kan dat hier in Tunesië vrij makkelijk, leven in een ‘bubble’…en ja dan is het leven behoorlijk comfortabel.  Bijna altijd zonnig, aardige mensen, prachtige bloemen overal het hele jaar door, leuke restaurantjes … om zomaar wat te noemen.  Op Franse les had ik zelfs mijn eigen ‘bubble boy’.  Een grapje van Victoria, omdat ik de man in het glazen hokje bij de ingang er zo charmant uit vond zien.  Verder kom ik vooral in contact met de mensen die het financieel goed hebben en waarvan ik de kinderen les geef.  Ook op Espace Junior komen de kinderen van de rijke Tunesiërs en de expats.  Maar goed, er is dus ook die andere kant.  Tunesië is in mijn ogen een land met nogal wat contrasten.  Zo is er een behoorlijk rijke bovenlaag, maar is er ook erg veel armoede.   Ik weet dat dat ook in Nederland zo is, maar hier is het anders, schrijnender en op veel grotere schaal.
 
Ik bedenk me trouwens ook wel vaak dat de studie gedragsspecialist, die ik net voor vertrek in Nederland heb kunnen afronden, wat dat betreft precies op het goede moment in mijn leven is gekomen.  Ik heb er juist ook hier erg veel aan!  Ik heb geleerd dat je alles op de wereld ziet en beoordeelt vanuit je eigen perspectief.  Wat je van iets vindt en er van denkt, zegt alles over je eigen visie, onder andere gevormd door je persoonlijkheid en culturele achtergrond.  Zo kijk ik er na anderhalf jaar nog steeds verbaasd van op dat ouders hun kinderen voorin in de auto laten zitten zonder gordel om.  En heb ik te doen met mensen die bij verkeerslichten tissues proberen te verkopen.  En ook hou ik mijn hart vast als ineens iemand de snelweg (!) over steekt.  En dat gebeurt regelmatig!  En het kon helaas niet uitblijven dat ik er van de week getuige van was dat dit mis is gegaan.  Met de taxi reed ik vlak langs een groepje politiemensen die naast een toegedekt lichaam stonden.  Ik zag alleen de voeten nog…  Later las ik in de krant dat het om een 37-jarige vrouw ging die was aangereden.
 
Vorige week zondag gingen we ’s middags een hapje eten in een sjiek restaurant vlakbij ons.  We gingen er naar toe omdat je daar een prachtig uitzicht op zee hebt.  Op de parkeerplaats staan de duurste auto’s.  Voor we binnen mochten werden we even gescreend met een detector.  Een potentiële plek voor een aanslag omdat er alcohol geschonken wordt?  Het voelt even minder prettig aan.  Eenmaal binnen kon ik mijn muizenissen snel laten varen.  We hadden een gezellige lunch.  Wat mij opviel is dat op zo’n plek alles mooi en goed lijkt.  De klanten zien er picobello uit en het bedienend personeel ook.  Maar als je blik even afdwaalt naar de schoenen van de obers zie je dat die niet zo glimmend en nieuw meer zijn.  Dat is natuurlijk een detail, maar bij mij zijn het juist vaak net de details die het ‘m doen.
 
Voor de dagelijkse realiteit kun je je ogen moeilijk sluiten.  Knap als je in je bubble kunt blijven zitten.  Door alle negatieve berichten en de incidenten die plaatsvinden zou je jezelf makkelijk van de wijs kunnen laten brengen.  De balans vinden is dus wel wat lastig.  Vorige week was er in het theater in de stad een voorstelling over het leven van Chopin.  Het hoofd beveiliging van de Amerikaanse School had geadviseerd om niet naar het centrum van Tunis te gaan in verband met mogelijke demonstraties, maar dat advies werd niet door andere bronnen gesteund.  We besloten om toch te gaan, maar het spookte nog wel door m’n hoofd.  Tijdens de voorstelling zag ik twee bezoekers de zaal uit lopen en een rode rugzak die achter gelaten werd.  In mijn hoofd speelde er automatisch een ‘worst case’ scenario af.  Mijn ogen bleven zich richten op die plek en ik bedacht me dat dit dan misschien wel serieus kon gaan worden.  Want waarom neem je je rugzak niet mee als je even weg gaat?  Uiteindelijk kwamen ze - Allah is groot - toch weer terug.  Wellicht even naar buiten gegaan om te roken.

Een paar dagen later ontving ik een mail van Jack met als onderwerp : ‘aanslag’.  Ik zeg eerlijk, mijn hart sloeg even over.  ‘Wat weet Jack dat wij nog niet weten?’ flitste er door mij heen.  Is er weer een aanslag gepleegd?  Ook dit bleek al snel loos alarm te zijn.  Het ging over een belastingaanslag en het was uiteindelijk alleen maar goed nieuws.  Toch deed dit me beseffen dat ik veel achterdochtiger aan het worden ben.  Als ik met Corné praat merk ik meteen dat hij er veel nuchterder mee omgaat.  Zo proberen we elkaar in balans te houden.
 
In februari  2014 krijgt het Oxfam Novib personeel een veiligheidstraining.  Je leert er wat te doen of hoe te reageren bij verschillende incidenten zoals bijvoorbeeld bij een kidnapping.  Corné heeft al eens zo’n training gehad in Nederland.  Deze keer mag ik ook meedoen.  Ik vind het een goed idee, maar ook dit is eerlijk gezegd spannend!
 

zaterdag 9 november 2013

Ben je bang?

Als er nu nog iemand vraagt of ik Nederlandse les kan geven, zeg ik dat het op het moment niet gaat, nam ik mezelf een poosje geleden voor.  Op woensdagmiddag, terwijl ik les aan het geven ben op Espace Junior, gaat mijn telefoon.  Een Tunesische vrouw die mijn telefoonnummer via de ambassade heeft, vraagt naar de mogelijkheden van Nederlandse les.  Ik beloof haar snel terug te bellen.  Overdag heb ik misschien nog wel een gaatje denk ik.  De meeste leerlingen hebben namelijk na schooltijd les.  Ook lijkt het me interessant om aan een Tunesische vrouw les te geven.  Dus spreken we zaterdagmorgen af in Ennasr, in de straat waar we eerst woonden.  Zij woont daar vlakbij en ik wil haar toch graag eerst ontmoeten voor ik definitief ‘ja’ ga zeggen.

 's Morgens rijd ik met de taxi richting Ennasr en vraag me af hoe het zal zijn.  Toch wel spannend zo’n ontmoeting met een totaal onbekende persoon.  Ik voel me trouwens erg moe van de drukke dagen afgelopen tijd en moet mezelf ook wel een beetje oppeppen, maar het avontuur lokt.  Op de afgesproken tijd ontmoeten we elkaar in een rustig café.  De Tunesische vrouw heet Nesrine en ze woont  eigenlijk in hartje Amsterdam, maar is voor twee maanden in Tunesië bij haar ouders.  Ze wil graag Nederlands leren om haar kans op werk te vergroten.  Haar man werkt voor de Vrije Universiteit en is momenteel in Amerika.  Voordat ze in Amsterdam zijn komen wonen hebben ze in Tokio gewoond.  Maar na de ramp met de kerncentrale wilden ze daar weg.
 


We hebben een fijn gesprek. Eerst praten we over de les en alles wat we daarover willen weten van elkaar.  We wisselen Engels en Frans af.  Dan vraagt Nesrine hoe ik het in Tunesië vindt.  Ik vind het altijd nogal lastig om hier op te antwoorden, zeker tegen Tunesiërs.  Op het moment hebben we hier een fijn leven en zijn we volop allerlei nieuwe dingen aan het ontdekken.  Toch weet ik dat het voor Tunesiërs helemaal geen makkelijke periode is.  De politieke- en economische situatie is daarvoor veel te onstabiel.  Nesrine vertelt dan ook dat vrij uitgebreid wat ze zelf van de huidige situatie vindt.  En inderdaad blijkt het dat ze zich grote zorgen maakt over de toekomst van haar land.

Al is het gesprek erg interessant, na een poosje voel ik me echt erg moe.  Ik wil eigenlijk wel weer richting huis, maar Nesrine heeft nog steeds een half glas citronade.  Na een poosje maak ik toch maar aanstalten om te vertrekken.  Nesrine laat haar halve glas staan.  Tja…is ook weer zo.  Het is een gewoonte van Tunesiërs om niet alles helemaal op te drinken.  Dat is als het ware een beetje onbeleefd, net of je eigenlijk nog meer had gewild.

We hebben afgesproken dat ik twee keer in de week naar Nesrine toe zal gaan.  De eerste keer zal ze me aan de straat opwachten om de weg naar haar huis te wijzen.  Onderweg bel ik haar en legt ze uit aan de taxichauffeur waar hij naar toe moet rijden.  Het huis van Nesrine haar ouders ligt iets achter een doorgaande weg.  Een zandpad brengt je naar hun huis.  Een ommuurde woning die van buiten een beetje grauw lijkt, maar binnen vrij luxueus is ingericht.  Een typisch Tunesische stijl, nogal klassiek.  Aan de muur hangen veel schilderijen die haar moeder zelf gemaakt heeft. Als ik vraag of haar ouders wel eens in Nederland op bezoek zijn geweest, vertelt ze me dat dit niet zo makkelijk gaat.  Haar moeder krijgt geen visum.  De Nederlandse overheid is bang dat ze zal blijven, terwijl ze niet weg wil uit Tunesië.  Haar ouders hebben hier hun eigen huis en hun werk.  Ik besef maar weer eens hoe oneerlijk het verdeeld kan zijn op de wereld.


Op woensdag 30 oktober is er een (zelfmoord)aanslag bij een hotel in de drukke badplaats Sousse. Diezelfde morgen wordt er in Monastir een jongen opgepakt die een aanslag wil plegen bij het mausoleum van Habib Bourgiba.  Slecht nieuws.  Dit doet geen goed aan het beeld van Tunesië als veilig vakantieland en van het toerisme is Tunesië voor een groot deel afhankelijk.



Als ik de donderdag erna naar Nesrine ga om les te geven, vraagt ze aan me of ik bang ben.  Nesrine geeft me meer details over de incidenten.  Het waren jongens van een jaar of zeventien, achttien.  Jongens die uit een arm gezin komen en weinig toekomstperspectief hebben.  Het is het klassieke verhaal van jonge mensen die worden misbruikt voor een (heilige) strijd naar meer macht.  Het stemt me triest.

In de taxi naar huis toe vraagt ook de chauffeur vrijwel meteen of ik nu bang ben.  Hij zegt dat het gewone leven vandaag weer door gaat.  ‘Kijk maar om je heen.’  De hele weg naar huis toe praat hij met me over de politieke situatie en hij zegt dat dit allemaal niets met de islamisten of salafisten te maken heeft, maar met de politieke maffia van dit moment.  Hij voert een prachtige rede over de gemengde samenleving in Tunesië die altijd goed met elkaar is om gegaan.  De moslims en de joden hebben jarenlang goed samen geleefd hier.  Ik geniet van zijn enthousiasme en mooie woorden, maar vooral van het feit dat hij me blijkbaar serieus genoeg neemt als gesprekspartner.  Alle stereotyperingen die mensen zo graag gebruiken, vallen weer even weg.  We zijn op dit moment gewoon twee mensen die met elkaar in gesprek zijn.  Als ik aankom bij mijn volgende leerling wil ik hem een fooitje geven.  Daar wil hij niets van weten.  Ook bijzonder want de meeste taxichauffeurs nemen het graag aan en kunnen het ook goed gebruiken.  ‘Voor een kop koffie voor u’ probeer ik nog, maar ‘nee’, het is goed zo.



Als ik me nu afvraag hoe ik me op dit moment voel in Tunesië, moet ik toegeven dat ik wat meer op mijn hoede ben.  Ik ben ook minder positief over de huidige situatie dan een aantal weken geleden.  Ik volg het nieuws en wil het liefst het naadje van de kous weten.  En dat is nu juist zo moeilijk blijkt wel.  Het is allemaal zo onduidelijk.  Wat wel duidelijk is dat we niet weten wanneer het overgangskabinet geleid door technocraten van start gaat.  De wijze mannen die het land zouden moeten gaan leiden naar eerlijke verkiezingen.  Er kan maar geen overeenstemming gevonden worden…