Terwijl de boerenkool in Nederland op tafel staat te dampen
schijnt hier in Tunis nog een lekker warm zonnetje. Het is een graad of 30. Prima weer om er een weekendje op uit te
trekken. Vlak onder Tunis begint het
schiereiland Cap Bon. Een heuvelachtig
landbouwgebied waar heerlijke olijven en wijn vandaan komen. Maar ook citrusvruchten, vuurrode pepers en
tomaten. En een gebied met verschillende
bezienswaardigheden langs de kust. Een
veelbelovend vooruitzicht. We huren een
auto voor een paar dagen bij een bedrijfje in La Marsa. Ze kennen Oxfam daar inmiddels en zijn best
bereid om een mooi prijsje te maken.
Voor 150 dinar, zo’n 75 euro, krijgen we een auto mee voor drie
dagen. Een Renault Symbol, eigenlijk een
Clio met een flinke kont, met nog maar net 13.000 kilometer op de teller. Het is vrijdag rond de middag en gelukkig
niet al te druk. Het verkeer is om deze
tijd redelijk overzichtelijk, maar we vinden het evengoed bloedstollend
spannend. Vanuit La Marsa zitten we al
snel op de brede autoweg. Het gaat goed
allemaal, maar het duurt al met al wel drie kwartier voor we de stad echt
achter ons gelaten hebben.
Onze eerste stop op Cap Bon is Korbous. Mooi gelegen aan de kust en volgens de Lonely
Planet is de toegangsweg naar Korbous, vlak langs een steile klif, adembenemend
mooi. Het kost wat moeite om de goeie
weg te vinden, maar een vriendelijke Tunesiër in een pick-up truck rijdt een
stukje voor ons uit om ons de weg te wijzen.
Nadat we een heuvel over gestoken zijn daalt de weg slingerend richting
zee. Voor ons zien we een paar
restaurantjes, waar we stoppen voor een lunch.
Een stevige dame nodigt ons uit in haar restaurantje. We zijn de enige gasten, maar in de andere
restaurantjes is het net zo stil. Geen
reden voor ongerustheid dus. De dame
stelt een heerlijk visje voor, maar we houden het toch maar op een eenvoudige
salade tunisienne en een omelet. Die zijn ook al heerlijk. Hoe moet dat visje dan niet smaken? Bij het afrekenen drukt de dame ons nog eens
op het hart om een volgende keer toch echt het visje te proberen. Geen verkeerd idee volgens mij.
Behalve om de heerlijke vis bij de stevige dame staat Korbous
ook bekend om z’n heilzame bronnen. De
restaurantjes staan bij één van de bronnen die hier in zee uitmondt. Het water komt hier met een temperatuur van
zo’n 50 graden aan de oppervlakte. We
nemen een kijkje terwijl een aantal mensen een lekker warm bad in zee neemt. In het kleine stadje zelf is een badhuis te
vinden, gebouwd bij één van de bronnen.
Verder een paar hotels, maar ook in het stadje zelf is het vrij
stil. We rijden door, maar na een paar
honderd meter staan we ineens voor een geblokkeerde weg. Ah, dat moet dus de toegangsweg geweest zijn
waar de Lonely Planet het over had.
Kennelijk door een aardverschuiving of iets dergelijks buiten gebruik
geraakt. We kunnen alleen maar dezelfde
weg terug nemen en gaan op weg richting El Haouaria, waar we willen
overnachten.
El Haouaria ligt helemaal aan de oostkant van Cap Bon. De Bed and Breakfast die we op het oog hadden
was helaas vol geboekt, dus kloppen we aan bij een hotelletje in het centrum
van het plaatsje. Het duurt even voor er
iemand op komt dagen bij de receptie.
Plek zat nog in het hotel. Ook in
El Haouaria is het toeristenseizoen afgelopen, maar het hotel heeft op het
moment helaas geen warm water. Daar
hebben we weinig trek in. Gelukkig
vinden we iets verderop een hotelletje met wel warm stromend water, het pension
Les Grottes. In de buurt van El Haouaria
hebben de Romeinen stenen gehouwen om onder andere het colosseum in Rome van te
bouwen. Om bij de beste kwaliteit stenen
te komen hebben ze hele tunnels gegraven.
Het pensionnetje, van iets recentere tijd gelukkig, ligt er om de hoek. Vandaar de naam.
In het restaurant van het pension nemen we deze keer wel de
vis. Geen kleine jongens trouwens. De baas vraagt of we er niet een glaasje wijn
bij lusten. Nou dat zal er vast wel in
gaan, maar een half litertje is meer dan genoeg. Hij aarzelt even - een half litertje is
kennelijk niet gebruikelijk – maar bedenkt zich snel. We krijgen een hele fles wijn en als we de
helft laten staan rekent ie gewoon een halve fles en drinkt ie de rest zelf wel
op. Prima plan. Terwijl we zo zitten te eten is buiten het
weer inmiddels omgeslagen. Onweer. En niet zo zachtjes ook. Ineens steekt een storm op en klappen ramen
en deuren hard dicht. Het begint
gigantisch te hozen. Het onweer trekt na
een uurtje weg, maar de hele nacht blijft het regenen. Als we ’s morgens wakker worden regent het
nog steeds en is het hartstikke grijs.
Bah. Het geplande bezoekje aan de
steengroeven laten we voorbij gaan. Hier
hadden we niet echt op gerekend. Na het
ontbijt stappen we in de auto en rijden toch nog even naar het haventje van El
Haouaria. Misschien is daar nog wat te
beleven, maar ook daar is het stil. Van
het zilverkleurige strand van El Haouaria is ook niet veel te zien. Wat mismoedig rijden we verder richting
Kerkouane. Daar is een archeologisch
museumpje. Misschien is dat nog wat? Terwijl we op weg zijn wordt het in de verte
zowaar een stukje lichter. Zou het dan
toch nog opklaren vandaag? Misschien is
het wel droog na het bezoek aan het museum?

Het museum ligt vlak naast de resten van een oude Punische
stad. Prachtig gelegen aan de kust,
zelfs bij grijs weer. De godin Tanit was
er behoorlijk populair. Beschermvrouw
van de Feniciërs. Op verschillende
plekken is haar symbool terug te zien: een cirkel die het hemelse voorstelt,
zon en maan, door een horizontale lijn gescheiden van het aardse - aan de basis
het begin van het leven, een opgaande lijn die de jeugd en volwassenheid
voorstelt en een neergaande lijn voor de ouderdom en dood. In het kleine museumpje zijn nog veel
aardewerk en sieraden te zien met de beeltenis van Tanit. Maar het meest indrukwekkend is misschien wel
het deksel van een sarcofaag van cypres-hout.
Uit de derde of vierde eeuw voor Christus, maar nog in redelijk goede
staat.
Na het bezoek aan het museumpje is het zowaar bijna droog en
lopen we, laverend tussen de plassen door, het terrein op van de oude stad. Een paar spatjes regen houden ons nu niet
meer tegen. Maar jammer genoeg hebben we
iets te vroeg gejuicht. Een paar minuten
later valt de regen er weer met bakken uit en rennen we snel terug naar de
auto. ‘A la prochaine’, groeten we de
meneer achter de kassa. Wel een
tegenvaller. Het zag er even naar uit
dat het toch nog droog zou worden, maar we hebben ons kennelijk vergist. We besluiten om toch maar richting Kelibia te
rijden, de volgende geplande stop, om daar te lunchen. Daarna zien we wel verder, maar we beginnen
er steeds serieuzer aan te denken om maar terug te rijden naar Tunis.
In Kelibia staan de straten blank. Het riool kan de overtollige regen van
afgelopen nacht en van vanmorgen niet aan.
We rijden door naar het haventje van Kelibia, waar we aan de voet van
een oude door de Carthagezen gebouwde burcht, een restaurant vinden met
uitzicht op zee. We bestellen allebei
een crêpe met chocola. Dat was geen best
idee. De kok heeft in elke crêpe een
halve pot Nutella gepropt. We proberen
de crêpe nog een beetje te redden door de meeste chocola er uit te scheppen,
maar veel mag het niet meer baten. Smerig.
Maar het goede nieuws is dat ineens toch de zon tevoorschijn is
gekomen. Allebei een beetje misselijk
rijden we opgewekt de weg op naar de burcht boven ons. We genieten van het prachtige uitzicht over
het achterland van Kelibia en de haven onder ons. De hemel trekt helemaal open en we besluiten
om terug te rijden naar Kerkouane. 10
kilometer maar, en we hebben alle tijd, dus waarom niet? We vragen de meneer achter de kassa of we met
onze eerder gekochte kaartjes nog een keertje naar binnen mogen. Geen probleem. Terwijl we voor de resten van de oude stad
staan vliegt een Flamingo voorbij. Na
een uurtje rondslenteren over het terrein horen we dat het toegangshek gesloten
wordt. Het loopt inmiddels tegen
vieren. Blijkbaar sluitingstijd. Tijd om terug te gaan naar Kelibia om een
hapje te eten. Er schijnt een heerlijk
namiddagzonnetje en we prijzen ons gelukkig dat we niet terug naar Tunis zijn
gereden.


Voor onze tweede overnachting op Cap Bon gaan we naar het
Africa Jade hotel in Korba, een goed half uur verder. We vangen nog een glimp op van de ondergaande
zon aan de achterkant van de heuvels.
Het hotel is een tip van m’n collega Malik. Het blijkt een groot viersterren hotel te
zijn aan een hagelwit strand. Behoorlijk
druk hier, maar aan kamers geen gebrek. We
drinken een martini met een olijf bij het zwembad en gaan ’s avonds lekker
dineren in één van de restaurantjes van het hotel. ’s Morgens worden we wakker van het ruisen van
de zee. Na het ontbijt gaan we nog even
naar het strand. De zee glinstert in de
morgenzon. Een mooie plek om te zijn. Voor we terug gaan richting Tunis rijden we
nog langs een lagune, vlak bij Korba, waar veel Flamingo’s komen overwinteren. Het is nog wat vroeg in het seizoen, dus veel
zijn er nu niet te zien. Het zijn vooral
jonkies. Goed te herkennen omdat ze nog
niet zo mooi roze zijn als de volwassen exemplaren.
Terwijl we terug richting Tunis rijden begint het al weer
aardig dicht te trekken. Er is nog meer
slecht weer op komst. In Soliman stoppen
we even om wat te drinken. Terwijl we
binnen staan gaan de hemelpoorten open.
Binnen een mum van tijd staat de straat blank. Snel springen we in de auto, bang om anders
niet meer weg te komen. Even buiten
Soliman komen we twee spookrijders tegen.
De andere kant van de weg is inmiddels niet meer begaanbaar. Ze gaan gelukkig niet hard, maar het is wel
lullig dat de ene spookrijder links zit en de ander rechts. Het verkeer is hier echt niet te vertrouwen. Vlak voor Tunis, in Hamam Lif, is er bijna
geen doorkomen meer aan. We rijden tot
onze assen door het water. Maar wij
hebben nog mazzel. Het verkeer de andere
kant op is volledig vastgelopen. Wij kunnen
gewoon met de stroom mee. Ietsje
verderop, in Tunis, schijnt de zon al weer.
We parkeren de auto ongeschonden voor de deur van het verhuurbedrijf. We hebben al weer zin in een volgend
uitstapje! Het is leuk om op ontdekkingsreis
te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten