zaterdag 30 juni 2012

Het jaar van de draak

Ik heb een feestelijke week achter de rug.  Afgelopen woensdag is namelijk het startsein gegeven voor mijn jaar van de draak.  Volgens de Chinezen is een drakenjaar een jaar van grote veranderingen, van voorspoed en geluk.  Nou hoef je met dit soort voorspellingen hier in Tunesië niet mee aan te komen.  Het voorspellen van iemands lot of toekomst is namelijk voorbehouden aan Allah.  Je bezighouden met astrologie en horoscopen of iets dergelijks is volgens de islam haram.  Niet goed.  Verboden.  Volgens streng gelovigen reden genoeg voor ik weet niet hoeveel stokslagen.  Voor een beetje moslim zijn een draak, een rat of een slang allemaal hetzelfde.  Maar haram of niet, om een of andere reden herken ik mezelf wel in de beschrijving die de Chinezen aan een drakenjaar geven.  Draken staan bij Chinezen in zeer hoog aanzien.  Mooi.  En, niet onbelangrijk, de draak is in China ook het teken van de keizer.  Tsja heren fietsvrienden, ik zit het allemaal niet te verzinnen.
Ik had helaas geen vuurwerk in huis om het nieuwe jaar in te luiden, maar gelukkig wel een lekker flesje wijn.  En hoewel ook alcohol haram is volgens de islam weten ze daar nu juist wel raad mee hier in Tunesië.  Er wordt hier namelijk verdraaid lekkere wijn geproduceerd.  En geconsumeerd trouwens.  En ook niet onbelangrijk, het is niet al te moeilijk om er aan te komen.  De grote supermarkten hebben een aparte afdeling, waar volop bier - ook dat brouwen ze zelf - en wijn verkocht worden.  Kom gerust eens langs om een glaasje te proberen zou ik zeggen.
Ik was afgelopen week niet van plan om m’n collega’s al te veel bij de feestelijkheden te betrekken, maar toevallig had m’n leidinggevende een dag van te voren lucht gekregen van het op handen zijnde feestje.  En zoals het een goed leidinggevende betaamt, had ze een collega nog gauw even op pad gestuurd om een presentje te regelen.  In dit is ‘m dan geworden. 


Een lief bloeiend cactusplantje voor op m’n bureau.  Nou zul je zeggen, “nou, nou, poeh, poeh”.  Maar vergis je niet.  M’n Tunesische collega Bechir wist te vertellen dat de decoratieve steentjes in het potje heel erg speciaal zijn.  Een typisch Tunesisch product.  M’n Marokkaanse collega Salima wist echter te melden dat de steentjes vooral bedoeld zijn om de aandacht van m’n collega’s aan de andere kant van de kamer te trekken.  Niks geen decoratie.  Ah, de messen worden al geslepen.  Omdat ‘s ochtends de patisserie bij mij om de hoek nog niet open was heb ik op weg naar kantoor ijsjes gekocht om m’n collega’s mee te verblijden.  Daar was weinig haram aan.


zaterdag 23 juni 2012

Ambtenarij

Twee weken geleden heb ik me gemeld bij het politiebureau verderop in de stad.  Sinds eind februari loop ik hier rond met een voorlopige verblijfsvergunning en ik zou nu toch wel eens een definitief exemplaar willen hebben.  Zo’n hardplastic kaartje met mooie kleurtjes in plaats van een kreukelig met een onleesbaar handschrift volgekladderd kartonnetje.  Aangekomen bij het kleine eenvoudige gebouwtje wijst een bordje “etrangers” me de weg.  Gelukkig is het niet druk.  De kuipstoeltjes in het gangetje voor de deur van de dienstdoende beambte zijn allemaal leeg.  Nadat die klaar is met een jonge Afrikaanse gast mag ik naar binnen.  Demonstratief geeuwend zit de beambte achter z’n houten bureautje met voor z’n rode neus z’n levenswerk.  De administratie.  Van computervirussen heeft ie voorlopig nog geen last.  Administratie is hier nog een ambacht.  Op m’n vraag of m’n definitieve verblijfsvergunning al binnen is bladert hij een paar maanden terug en ziet al snel dat er nog geen vinkje achter m’n naam staat.  Nog niet binnen.  Enig idee hoe lang het nog kan duren?  Hij haalt z’n schouders op, geeuwt nog een paar keer en zegt “Kom over een poosje maar weer terug”.  Ik voel me een vreemdeling.
Volgende maand verhuist Caroline naar hier.  Dat betekent dat er opnieuw van alles geregeld moet gaan worden op administratief gebied.  Nu was het ons plan om met een volgeladen auto naar Marseille te rijden om dan vervolgens met een veer naar Tunis te varen.  Het invoeren van de auto in Tunesië lijkt echter een onoverkomelijke horde.  Een agente van een bemiddelingskantoor was vorige week nog bij ons op kantoor waarbij ze ons vertelde dat ze de dag daarvoor na een bezoek aan het douanekantoor huilend naar huis was gegaan.  Kennelijk zit er een nieuwe ambtenaar op het douanekantoor die zijn eigen regeltjes er op na houdt.  Diezelfde agente had het in maart nog voor elkaar gekregen om de spullen die ik verscheept had in no time langs de douane te krijgen.  Ik snapte toen al niet hoe ze dat voor elkaar had gekregen, maar nu is er niemand meer die er nog een touw aan vast kan knopen.  Zeker is wel dat de invoer van de auto op dit moment geen haalbare optie is.  We gaan daarom maar gewoon met Tunisair en proppen zo veel mogelijk in onze koffers.
Sinds het vertrek van Ben Ali vorig jaar januari draaien de ambtelijke molens alle kanten op.  Niet alleen bij politie of bij de douane trouwens.  Waar het overheidsapparaat tot vorig jaar nog strak geregeld was en niets aan het toeval werd overgelaten is het nu chaos.  Doordat er in de machtsverhoudingen aan de top wat verschuivingen zijn geweest, maar ook doordat het economisch gezien een puinhoop is en salarissen niet altijd op tijd worden uitbetaald.  Stakingen zijn aan de orde van de dag.  Ook bij de stadsreiniging, in het onderwijs en bij het postbedrijf.  De leveranciers van gas, water en licht nemen het zekere voor het onzekere en bezorgen hun rekeningen zelf.  Maar een poosje geleden had ik een rekening van het telefoonbedrijf in de bus die drie maanden onderweg was geweest.  Om maar niet te spreken over de post uit Nederland die na maanden nog steeds niet is aangekomen.  Maar dat kan ook liggen aan de reorganisatie bij de TNT natuurlijk.

zaterdag 16 juni 2012

Een hele gevaarlijke stad? (2)

Even terug naar mijn verhaal van 2 mei, waarin ik schreef over de “gevaren” die je hier in Tunis zoal tegen komt.  Demonstraties, rellen, het verkeer en kleine criminaliteit.  Wat demonstraties en rellen betreft schreef ik toen dat het risico op gedonder in Tunis niet zo groot leek, maar dat er nog wel heel veel onvrede is met als gevolg dat er in het land hier en daar wel wat incidenten plaatsvinden.  Helaas was het afgelopen week foute boel in Tunis.  Zo erg zelfs dat de regering een avondklok heeft ingesteld voor Tunis en een paar andere plaatsen in het land, waaronder de bij toeristen populaire badplaats Sousse.  Inmiddels is de rust gelukkig weer gekeerd en mogen we ’s avonds weer de straat op.
Wat is er nu gebeurd?  Afgelopen weekend heeft een klein groepje extremistische moslims – er wordt gesproken over een groepje van ongeveer 20 man – een kunsttentoonstelling in La Marsa aangevallen.  Ze zouden het tentoongestelde werk beledigend hebben gevonden voor de profeet Mohammed.  De kunstenaars hebben hun werk, en hun recht op vrije meningsuiting, uiteraard verdedigd waarbij het tot vechtpartijen is gekomen waar ook de oproerpolitie zich mee is gaan bemoeien.  Kennelijk heeft dat er ook toe geleid dat relschoppers mee zijn gaan doen.  
Op sommige plaatsen zijn ook politiebureaus aangevallen en sommige zelfs in brand gestoken.  Om een verdere escalatie te voorkomen is er dinsdagavond door het ministerie van binnenlandse zaken een avondklok ingesteld, waar overigens redelijk flexibel mee is omgegaan.  Hier in de straat was na 9 uur ’s avonds in ieder geval nog aardig wat verkeer op straat en is het pas tegen elven stil geworden.
Het instellen van de avondklok en de zichtbare aanwezigheid van ordetroepen in de wijken en plaatsen waar het onrustig is geweest heeft er toe geleid dat er na maandag weinig meer gebeurd is.  Behalve op politiek gebied dan.  Diverse partijen zijn op de chaotische situatie ingesprongen en hebben geprobeerd zieltjes te winnen. 
Zowel twee extremistische moslimgroeperingen als de gematigd islamitische regeringspartij Ennahdha hebben opgeroepen om vrijdag na het middaggebed de straat op te gaan.   Tegelijkertijd kondigde de minister van binnenlandse zaken een verbod op demonstraties af.  Vrijdag zou daarmee een spannende dag worden en om het zekere voor het onzekere te nemen hebben we zelf besloten om vrijdag niet naar kantoor te gaan.
Uiteindelijk is alles vrijdag rustig gebleven.  Alle aangekondigde demonstraties zijn door de verschillende partijen afgeblazen en na het vrijdagmiddaggebed is iedereen vreedzaam huiswaarts gegaan of weer terug aan het werk gegaan.  Het ministerie van binnenlandse zaken durfde het zelfs al aan om de avondklok gisteravond al in te trekken.
Zelf heb ik van rellen of iets dergelijks niets gezien.  In m’n vorige blog schreef ik geloof ik al dat de wijk waar ik woon, Ennasr, een “betere” wijk is, ver weg van het centrum van de stad.  Het is rustig hier en afgelopen week was hier niets te merken van enige onrust.  Maar de onvrede in het land en de politieke verdeeldheid laten zien dat de ze met de revolutie hier nog lang niet klaar zijn.



zaterdag 9 juni 2012

Voetbal kijken

Eindelijk.  Het is weer zo ver.  Voetbal.  Ik ben er (bijna) klaar voor.  Vorige week in Nederland ben ik nog gauw even langs de Mediamarkt geweest voor een verloopkabeltje.  Van scart naar drie tulp.  M’n huisbaas is zo aardig geweest om begin dit jaar de ronkende kijkkast te vervangen door een gloednieuwe LCD breedbeeldtelevisie, maar toen ik een poosje terug de home cinema set probeerde aan te sluiten kwam ik tot de ontdekking dat de aansluitingen van m’n nieuwe tv net weer ietsje anders zijn.  Afrikaans waarschijnlijk.  Gelukkig is dat probleem nu opgelost en heb ik prachtig beeld.  Vanuit de home cinema set en vanuit de satellietontvanger. 
Nu alleen nog een goeie zender zien te vinden.  Van de meer dan 2000 kanalen had ik er inmiddels een stuk of 15 in de favorieten opgeslagen, maar een paar weken terug ben ik een paar van die zenders kwijtgeraakt, waaronder m’n meest favoriete, BVN en Eurosport.  De Duitse variant, dat dan weer wel.  Ik zit hier op een schotel die ik deel met de andere bewoners en volgens de conciërge is daar toch echt niks aan veranderd.  Gisteravond, tijdens Rusland – Tsechië, maar weer opnieuw met de ontvanger aan de slag gegaan om m’n zenders terug te vinden.  Maar helaas.  Geen spoor meer van BVN en Eurosport.  Nu heb ik wel een paar alternatieven gevonden: Das Erste en Sport Einz.  Tsja, Nederland – Duitsland volgen via een Duitse zender?  Met Eurosport was dat niet veel anders geweest, dus het zou zo maar eens kunnen.
Of lukt het misschien alsnog om het voetbal via internet te volgen.  Aan de internetverbinding kan het niet liggen.  Die is goed genoeg.  En de afgelopen tijd heb ik regelmatig wielerkoersen via internettelevisie gevolgd.  Maar voetbal?  Dat is kennelijk toch een ander verhaal.  Tenzij je gaat betalen natuurlijk, maar dat lijkt me nu ook weer niet helemaal de bedoeling.  Tsja, als het nou wielrennen zou zijn.  En bovendien, mocht het echt niet te doen zijn met het Duitse commentaar op tv, dan kan ik natuurlijk altijd nog de kroeg in.  Dat heet hier dan salon de thé, maar het idee is hetzelfde.
Hier in Ennasr stikt het van de salons de thé.  En als de lokale of nationale trots speelt, dan zitten ze afgeladen vol met thee-zuipende mannen die het huis uit zijn geschopt omdat moeder de vrouw waarschijnlijk liever de Tunesische variant van Goede Tijden, Slechte Tijden wil zien.  De lokale trots hier is Esperance.  De grootste club van het land met de langste historie en een behoorlijke staat van dienst.  In 2011 wonnen ze nog de Ligue des Champions d’Afrique.  De Champions Ligue voor Afrika dus.  Ze mogen spelen in het prachtige Stade de Rades, waar zo’n 60.000 toeschouwers in kunnen.  Als het niet al te heiig is kan ik het witte dak van het stadion, hier hemelsbreed een kilometer of 15 vandaan, in de zon zien schitteren.  
Na 21 speelronden staat Esperance trots bovenaan in de nationale competitie en zijn ze ook nog actief in het nationale bekertoernooi.  Die competities lopen nog wel even door en dat zal alles te maken hebben met de Coup d’Afrique die afgelopen februari is afgewerkt. 
Wie weet is Nederland – Denemarken vanavond ook wel te zien in de kroeg.  M’n Portugese vrienden hebben pech, want Tunesië speelt vanavond zelf uit tegen Kaapverdië in de kwalificatie voor het WK 2014.  Laten we voor ze hopen dat ze het er beter van afbrengen dan afgelopen voorjaar.  Toen ging Tunesië in de Coup d’Afrique roemloos ten onder tegen aartsrivaal Marokko.  Het begin is goed in ieder geval.  Vorige week zaterdag won Tunesië z’n eerste wedstrijd thuis tegen Equatoriaal Guinee met 3-1.

zondag 3 juni 2012

Red Bull

Vanmorgen met een katerig gevoel opgestaan.  Na een heerlijke twee weken thuis in Nederland weer terug naar Tunis.  Nog een keertje alleen.  Ik heb er eigenlijk helemaal geen zin in.  Te veel verwend de afgelopen twee weken.  Te veel mooie momenten met Caroline, familie en vrienden.  Van mij had het nog veel langer mogen duren.  Op weg naar Zaventem staan de hemelpoorten open.  Twee weken thuis, twee weken mooi weer en nu is het klaar.  Toch geloof ik nog steeds in toeval.  Toeval ook dat Tunisair deze keer op tijd is.  Even nog denk ik dat het wel eens een latertje kan gaan worden als een half uur voor de geplande vertrektijd de gate nog niet aangegeven is op de borden, maar dat blijkt slechts een onoplettendheidje van de dienstdoende beambte.  Het toestel blijkt al lang klaar te staan en precies op het afgesproken tijdstip worden we weggeduwd.  En ik was er nog niet klaar voor.
Ik zit bij het raam, maar een blik op de Alpen is me deze keer niet gegund.  Het is in heel Europa bagger onder de wolken.  Kort voor aankomst kondigt captain Krol aan dat het in Tunis 32 graden is.  Het gaat nu echt menens worden.  Als ik de vliegtuigtrap af loop merk ik dat het er flink bij staat te waaien.  Typerend voor de maanden april en mei geloof ik.  Juni misschien ook wel.  De wind brengt in ieder geval de nodige verkoeling.  Alles gaat vlot deze keer.  Ik ben zo langs de douane.  Wachtend bij de bagageband kauwt  een kindje van een jaar of anderhalf op haar kauwgum.  Het kwijl druipt langs haar kin.  Een mevrouw die zo dicht mogelijk bij de band wil staan duwt haar karretje over m’n tenen.  Welkom in Tunis.
Ik heb m’n koffer als één van de eersten te pakken en ga richting vertrekhal om daar een taxi te nemen.  Beter dan de chaos bij de aankomsthal waar je ook nog eens een flinke poot wordt uitgedraaid.  Deze taxi rijdt gewoon op de meter.  Op weg naar Ennasr zie ik flinke stapelwolken.  Zouden we onweer krijgen vandaag?  Terug in m’n appartement ga ik eerst langs de brievenbus, maar helaas, de post uit Nederland die al maanden onderweg is is nog steeds niet bezorgd.  Volgens mij de schuld van de reorganisatie bij de TNT.  In het appartement is alles zoals ik het twee weken geleden achtergelaten heb.  Alleen de ficus in de keuken heeft het avontuur niet overleefd.  
Ik besluit om verder niet al te lang te treuzelen en ga eerst langs de groetenman aan de overkant van de straat.  Daarna ga ik meteen via de achterdeur van het appartementencomplex richting buurtsuper.  Aan die kant zijn de stapelwolken inmiddels uitgegroeid tot een dreigend pak grijze wolken.  In de verte zie ik de condensstreep van een vliegtuig die duidelijk een bochtje gemaakt heeft om het natuurgeweld heen.  Ai, als ik dat maar ga redden.  Ik reken op tien minuutjes lopen naar de super, een kwartiertje rondstruinen in de winkel en nog eens tien minuten terug naar huis. 
Het is krap en ik denk eigenlijk dat ik het niet ga redden, maar toch ga ik er voor.  Op weg merk ik dat ik vlot door kan stappen.  Ik zit kennelijk boordevol energie van de afgelopen twee weken.  Wanneer ik m’n boodschappen gedaan heb en de winkel uitloop vallen de eerste vette spatten regen op straat.  Het grijze wolkenpak heeft zich maar nauwelijks verplaatst, maar nu hoor ik er wel gerommel bij.  Ik loop flink door met twee goed gevulde tassen en blijf de bui gelukkig net voor.  Het zweet loopt langs m’n lijf.  Lekker eigenlijk.  Caroline heeft me ook verzekerd dat ik me ten onrechte zorgen had gemaakt over de paar extra kilootjes die ik terug mee naar Nederland had genomen.  Ook lekker.
Inmiddels is de wind gaan liggen en is het wolkenpak langs getrokken.  De zon schijnt weer volop.  Ik kan er weer even tegenaan.

zondag 13 mei 2012

Een lekker stukske fietsen

Ben net terug van een lekker stukske fietsen.  Gek eigenlijk dat ik daarover nog maar weinig geschreven heb.  Een paar keer in de kantlijn en toen die ene keer dat ik het fietsen verwarde met een uurtje creatief met klei.  De omstandigheden om hier te fietsen zijn niet erg uitnodigend.  De straten liggen vol met rommel en zitten vol met gaten en de buitenwijken van Tunis zien er niet bepaald gezellig uit.  En dat dan nog afgezien van de verkeerschaos, waar ik overigens al aardig aan begin te wennen.  Voor het een beetje gezellig wordt moet ik eerst zo’n tien kilometer rijden, de stad uit.  Maar dan heb je ook wat.
Vandaag heb ik een rit gedaan van een kleine 60 kilometer met veel wind en een temperatuur van dik boven de 30 graden, op de vtt.  M’n oude racefiets heb ik ook hier, maar die is voor de omstandigheden hier niet echt geschikt.  Via de buitenwijken Ariana en Soukra ben ik richting Gammarth gereden, een voorstadje aan de kust.  Een puur toeristisch oord met een flink aantal uit de kluiten gewassen hotels op een rij langs de kustlijn.  Met daartussen een groot aantal niet afgebouwde hotels of wel afgebouwde, maar leegstaande hotels, of hotels die bezit waren van de familie van Ben Ali en tijdens de revolutie vorig jaar gesloopt zijn.  Gammarth ligt tegen een heuvel van waaraf je een mooi uitzicht over de omgeving hebt.  De blauwe zee, het binnenmeer vlak achter de kustweg bij Gammarth en het heuvelachtige achterland. 
Ik had het plan opgevat om vanaf Gammarth de kustweg te gaan volgen richting Raoued Plage, maar de heuvel waar Sidi Bou Saïd op ligt, precies de andere kant op, was wel erg aanlokkelijk.  Na een ommetje via La Marsa richting Sidi Bou Saïd en terug ben ik vanaf Gammarth weer dezelfde route naar huis gefietst.  Met de warmte van vandaag en met het extra niet geplande lusje zat een ronde via Raoued Plage en Raoued er vandaag niet in.  Toch mooi 400 hoogtemeters meegepikt. 
Op weg terug naar huis merk ik op een gegeven moment dat er een fietser in m’n achterwiel hangt.  Een grijs mannetje in een alledaags kloffie op een racefiets.  Als hij ziet dat ik ‘m in de smiezen heb roept ie me wat toe.  Ik draai me om om hem te zeggen dat ik er geen snars van versta en lach hem vriendelijk toe.  Omdat ie z’n zondagse pak niet aan heeft en geen Calmo heet heb ik er geen enkel probleem mee dat ie in m’n wiel blijft hangen.  Hij vertelt me nog dat ie kampioen van Tunesië is geweest en neemt z’n petje af.  Mooi, heb ik iets om thuis te vertellen.
Een andere route, die ook de moeite waard is is naar de Jebel Amar.   De Jebel Amar is een groene heuvel aan de noordkant van de stad die je over de weg langs twee kanten op kunt.  Het is ongeveer 150 hoogtemeters tot aan het dorpje Jebbas.  Weg van de drukte.  Nog leuker wordt het om bij Jebbas van de weg af te gaan en een onverhard pad te nemen.  Dat levert dan nog eens ongeveer 125 extra pittige hoogtemeters op.
Minder ver van huis kan ik natuurlijk altijd nog met de bike het natuurpark Ennahli in fietsen.  Dat gaat constant op en af en nu het de laatste tijd weinig meer heeft geregend is het risico op vastlopen niet heel groot meer.  Wel oppassen voor puntige doorns en vervelende honden.  Het grootste nadeel van het park Ennahli is dat er nogal eens een troep intimiderende straathonden vlak bij de ingang van dat park bivakkeert.  Inmiddels heb ik een “dazer” hier waarmee ik de honden op een afstand kan houden.
Het fietsen buiten de stad levert heel wat mooie plaatjes op en ik stop dan ook geregeld om wat foto’s te maken.  Ik was van plan om die naar Google Earth te uploaden, maar dat is me jammer genoeg nog niet gelukt.  Zodra dat voor mekaar is laat ik het weten.

zaterdag 5 mei 2012

Een hele gevaarlijke stad?

Sidi Bouzid.  Een stoffig stadje in een agrarische uithoek van Tunesië.  Ongeveer 250 kilometer van Tunis.  Volgens de Lonely Planet niet de moeite van een bezoekje waard.   Sidi Bouzid is het stadje waar de Arabische Lente begon.  Het is zo’n typisch provinciestadje waar de inwoners moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, maar waar de corruptie net zo goed welig tiert.  Het is zo’n typisch provinciestadje waar de mensen boos zijn.  En niet zo’n heel klein beetje ook.  En nog.  In Tunesië zijn ze er nog lang niet klaar mee.  Goed, bijna anderhalf jaar geleden hebben ze Ben Ali het land uitgeschopt, waarna via vrije verkiezingen een nieuwe regering is gekozen, maar de economische malaise is groter dan ooit.  Wilde stakingen komen er met de regelmaat van de klok voor, en die lopen geregeld uit de hand.
De inwoners van de Sidi Bouzid’s van Tunesië voelen zich flink achtergesteld bij Tunis. In Tunis is alles beter.  Nou ja, in economisch opzicht dan toch, hoewel ook hier veel mannen overdag in een barretje achter een bakje koffie of muntthee hun tijd zitten te verdoen.  In Tunis is het tamelijk rustig.  Ook hier wordt wel gestaakt, maar dat gaat over het algemeen op een ordentelijke manier.  Morgen, zondag (!!) 6 mei gaat het basisonderwijs in staking voor een hoger loon.  Vorige maand, tijdens de Dag van de Martelaren ging het in het centrum van de stad trouwens nog wel mis, maar dat was de stomme schuld van de Minister van Binnenlandse Zaken.  Die had besloten om demonstraties op de Avenue Habib Bourguiba, in het hart van de stad, te verbieden.  En dat had ie nou niet moeten doen, want dat deed de demonstranten net iets te veel denken aan de tijd van voor de revolutie.  De oproerpolitie hoeft daarbij met knuppels en traangas ingegrepen.  Gelukkig is dat besluit gauw teruggedraaid en heeft de minister in het Parlement een flinke oorwassing gekregen.  Afgelopen week, op de Dag van de Arbeid waren er weer demonstraties, die deze keer wel naar de Avenue Habib Bourguiba mochten, en die zijn zonder enige wanklank verlopen.  Het risico op supportersrellen in Nederland is op het moment groter dan gedonder hier in Tunis.
De demonstraties zijn sowieso ver van hier.  In de wijk waar ik woon, Ennasr, krijg ik daar allemaal niets van mee.  Ennasr is een “betere” wijk van Tunis.  Geen demonstraties hier en het centrum van de stad is ongeveer 10 kilometer verder.  Nou betekent dat ook weer niet dat ik zorgeloos de straat op kan.  Het grootste gevaar zit ‘m namelijk in het verkeer en kleine criminaliteit.  Stoepen zijn er weinig, laat staan vrijliggende fietspaden.  En dat betekent dat al het verkeer elkaar tegen komt op de rijbaan.  Oppassen dus.  In een eerdere blog schreef ik al eens over m’n verwondering hoe auto’s elkaar net niet weten te raken.  Dat moet ik eerlijk gezegd wel wat nuanceren.  Auto’s raken elkaar regelmatig, maar doordat het verkeer zich over het algemeen langzaam voortbeweegt leidt dat meestal tot niet meer dan wat blikschade.  Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. 
En het zijn trouwens niet alleen auto’s die elkaar raken.  Ook overstekende voetgangers worden soms geraakt.  Soms treiterend, op een manier van “loop jij eens ff door zeg, je ziet toch dat ik haast heb met m’n auto”.  M’n mountainbike gebruik ik alleen in het weekend om af en toe een stukje te gaan fietsen.  Ook wat dat betreft ligt de wijk Ennasr gunstig.  Ben vrij snel met m’n fiets uit de drukte en zoek meestal de noordkant van de stad op waar het wat heuvelachtig is of de oostkant, richting strand en duinen.
Naast het verkeer is de kleine criminaliteit het andere risico.  Daarbij moet je dan vooral denken aan zakkenrollerij.  Vooral op drukke plekken zoals de Medina of in de tram is het oppassen.  Maar ook wat dat betreft is het niet veel erger dan in Amsterdam of in de trein van Amsterdam naar Brussel al willen overbezorgde Tunesiërs je nog wel eens anders doen geloven.  Vooral als je met een rugzakje de toerist uit loopt te hangen.  Vorige week nog toen Caroline hier was werden we streng en betuttelend toegesproken door een Tunesische meneer.  Dat we toch vooral goed op onze spullen moesten letten.  Jahaaaaaaaaaaa!