zondag 13 mei 2012

Een lekker stukske fietsen

Ben net terug van een lekker stukske fietsen.  Gek eigenlijk dat ik daarover nog maar weinig geschreven heb.  Een paar keer in de kantlijn en toen die ene keer dat ik het fietsen verwarde met een uurtje creatief met klei.  De omstandigheden om hier te fietsen zijn niet erg uitnodigend.  De straten liggen vol met rommel en zitten vol met gaten en de buitenwijken van Tunis zien er niet bepaald gezellig uit.  En dat dan nog afgezien van de verkeerschaos, waar ik overigens al aardig aan begin te wennen.  Voor het een beetje gezellig wordt moet ik eerst zo’n tien kilometer rijden, de stad uit.  Maar dan heb je ook wat.
Vandaag heb ik een rit gedaan van een kleine 60 kilometer met veel wind en een temperatuur van dik boven de 30 graden, op de vtt.  M’n oude racefiets heb ik ook hier, maar die is voor de omstandigheden hier niet echt geschikt.  Via de buitenwijken Ariana en Soukra ben ik richting Gammarth gereden, een voorstadje aan de kust.  Een puur toeristisch oord met een flink aantal uit de kluiten gewassen hotels op een rij langs de kustlijn.  Met daartussen een groot aantal niet afgebouwde hotels of wel afgebouwde, maar leegstaande hotels, of hotels die bezit waren van de familie van Ben Ali en tijdens de revolutie vorig jaar gesloopt zijn.  Gammarth ligt tegen een heuvel van waaraf je een mooi uitzicht over de omgeving hebt.  De blauwe zee, het binnenmeer vlak achter de kustweg bij Gammarth en het heuvelachtige achterland. 
Ik had het plan opgevat om vanaf Gammarth de kustweg te gaan volgen richting Raoued Plage, maar de heuvel waar Sidi Bou Saïd op ligt, precies de andere kant op, was wel erg aanlokkelijk.  Na een ommetje via La Marsa richting Sidi Bou Saïd en terug ben ik vanaf Gammarth weer dezelfde route naar huis gefietst.  Met de warmte van vandaag en met het extra niet geplande lusje zat een ronde via Raoued Plage en Raoued er vandaag niet in.  Toch mooi 400 hoogtemeters meegepikt. 
Op weg terug naar huis merk ik op een gegeven moment dat er een fietser in m’n achterwiel hangt.  Een grijs mannetje in een alledaags kloffie op een racefiets.  Als hij ziet dat ik ‘m in de smiezen heb roept ie me wat toe.  Ik draai me om om hem te zeggen dat ik er geen snars van versta en lach hem vriendelijk toe.  Omdat ie z’n zondagse pak niet aan heeft en geen Calmo heet heb ik er geen enkel probleem mee dat ie in m’n wiel blijft hangen.  Hij vertelt me nog dat ie kampioen van Tunesië is geweest en neemt z’n petje af.  Mooi, heb ik iets om thuis te vertellen.
Een andere route, die ook de moeite waard is is naar de Jebel Amar.   De Jebel Amar is een groene heuvel aan de noordkant van de stad die je over de weg langs twee kanten op kunt.  Het is ongeveer 150 hoogtemeters tot aan het dorpje Jebbas.  Weg van de drukte.  Nog leuker wordt het om bij Jebbas van de weg af te gaan en een onverhard pad te nemen.  Dat levert dan nog eens ongeveer 125 extra pittige hoogtemeters op.
Minder ver van huis kan ik natuurlijk altijd nog met de bike het natuurpark Ennahli in fietsen.  Dat gaat constant op en af en nu het de laatste tijd weinig meer heeft geregend is het risico op vastlopen niet heel groot meer.  Wel oppassen voor puntige doorns en vervelende honden.  Het grootste nadeel van het park Ennahli is dat er nogal eens een troep intimiderende straathonden vlak bij de ingang van dat park bivakkeert.  Inmiddels heb ik een “dazer” hier waarmee ik de honden op een afstand kan houden.
Het fietsen buiten de stad levert heel wat mooie plaatjes op en ik stop dan ook geregeld om wat foto’s te maken.  Ik was van plan om die naar Google Earth te uploaden, maar dat is me jammer genoeg nog niet gelukt.  Zodra dat voor mekaar is laat ik het weten.

zaterdag 5 mei 2012

Een hele gevaarlijke stad?

Sidi Bouzid.  Een stoffig stadje in een agrarische uithoek van Tunesië.  Ongeveer 250 kilometer van Tunis.  Volgens de Lonely Planet niet de moeite van een bezoekje waard.   Sidi Bouzid is het stadje waar de Arabische Lente begon.  Het is zo’n typisch provinciestadje waar de inwoners moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, maar waar de corruptie net zo goed welig tiert.  Het is zo’n typisch provinciestadje waar de mensen boos zijn.  En niet zo’n heel klein beetje ook.  En nog.  In Tunesië zijn ze er nog lang niet klaar mee.  Goed, bijna anderhalf jaar geleden hebben ze Ben Ali het land uitgeschopt, waarna via vrije verkiezingen een nieuwe regering is gekozen, maar de economische malaise is groter dan ooit.  Wilde stakingen komen er met de regelmaat van de klok voor, en die lopen geregeld uit de hand.
De inwoners van de Sidi Bouzid’s van Tunesië voelen zich flink achtergesteld bij Tunis. In Tunis is alles beter.  Nou ja, in economisch opzicht dan toch, hoewel ook hier veel mannen overdag in een barretje achter een bakje koffie of muntthee hun tijd zitten te verdoen.  In Tunis is het tamelijk rustig.  Ook hier wordt wel gestaakt, maar dat gaat over het algemeen op een ordentelijke manier.  Morgen, zondag (!!) 6 mei gaat het basisonderwijs in staking voor een hoger loon.  Vorige maand, tijdens de Dag van de Martelaren ging het in het centrum van de stad trouwens nog wel mis, maar dat was de stomme schuld van de Minister van Binnenlandse Zaken.  Die had besloten om demonstraties op de Avenue Habib Bourguiba, in het hart van de stad, te verbieden.  En dat had ie nou niet moeten doen, want dat deed de demonstranten net iets te veel denken aan de tijd van voor de revolutie.  De oproerpolitie hoeft daarbij met knuppels en traangas ingegrepen.  Gelukkig is dat besluit gauw teruggedraaid en heeft de minister in het Parlement een flinke oorwassing gekregen.  Afgelopen week, op de Dag van de Arbeid waren er weer demonstraties, die deze keer wel naar de Avenue Habib Bourguiba mochten, en die zijn zonder enige wanklank verlopen.  Het risico op supportersrellen in Nederland is op het moment groter dan gedonder hier in Tunis.
De demonstraties zijn sowieso ver van hier.  In de wijk waar ik woon, Ennasr, krijg ik daar allemaal niets van mee.  Ennasr is een “betere” wijk van Tunis.  Geen demonstraties hier en het centrum van de stad is ongeveer 10 kilometer verder.  Nou betekent dat ook weer niet dat ik zorgeloos de straat op kan.  Het grootste gevaar zit ‘m namelijk in het verkeer en kleine criminaliteit.  Stoepen zijn er weinig, laat staan vrijliggende fietspaden.  En dat betekent dat al het verkeer elkaar tegen komt op de rijbaan.  Oppassen dus.  In een eerdere blog schreef ik al eens over m’n verwondering hoe auto’s elkaar net niet weten te raken.  Dat moet ik eerlijk gezegd wel wat nuanceren.  Auto’s raken elkaar regelmatig, maar doordat het verkeer zich over het algemeen langzaam voortbeweegt leidt dat meestal tot niet meer dan wat blikschade.  Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. 
En het zijn trouwens niet alleen auto’s die elkaar raken.  Ook overstekende voetgangers worden soms geraakt.  Soms treiterend, op een manier van “loop jij eens ff door zeg, je ziet toch dat ik haast heb met m’n auto”.  M’n mountainbike gebruik ik alleen in het weekend om af en toe een stukje te gaan fietsen.  Ook wat dat betreft ligt de wijk Ennasr gunstig.  Ben vrij snel met m’n fiets uit de drukte en zoek meestal de noordkant van de stad op waar het wat heuvelachtig is of de oostkant, richting strand en duinen.
Naast het verkeer is de kleine criminaliteit het andere risico.  Daarbij moet je dan vooral denken aan zakkenrollerij.  Vooral op drukke plekken zoals de Medina of in de tram is het oppassen.  Maar ook wat dat betreft is het niet veel erger dan in Amsterdam of in de trein van Amsterdam naar Brussel al willen overbezorgde Tunesiërs je nog wel eens anders doen geloven.  Vooral als je met een rugzakje de toerist uit loopt te hangen.  Vorige week nog toen Caroline hier was werden we streng en betuttelend toegesproken door een Tunesische meneer.  Dat we toch vooral goed op onze spullen moesten letten.  Jahaaaaaaaaaaa!

zondag 29 april 2012

Heerlijk samen

Eindelijk meivakantie in Nederland en dat al op 21 april.  Caroline is lekker vrij om een week naar Tunis te kunnen komen.  Vorige week zaterdag is ze hier aangekomen.  En ze heeft de zon meegebracht.  Tunisair was gelukkig redelijk op tijd en de koffer was ook snel door de douane.
Het was spannend hoor.  Hoe zou ze het appartement vinden?  De inrichting is niet bepaald onze stijl, maar we zullen het hier toch samen een poos moeten rooien.  Maar gelukkig is ze meteen enthousiast en voelt ze zich meteen op haar gemak.
De tijd is de afgelopen week voorbij gevlogen.  We hebben samen Tunis en omgeving wat verkend, maar vooral ook de tijd voor elkaar genomen.  Ondanks skype hadden we veel bij te kletsen.
Zondag zijn we begonnen met een lange wandeling in het natuurpark Nahli.  De bloemen bloeien schitterend.  De lente is op z’n hoogtepunt in Tunesië.  Een groepje jongelui zit te picknicken met sterke  drank en Tunesische popmuziek uit de autoradio.  Ze lachen ons vriendelijk toe en heten ons welkom in Tunesië.  ’s Avonds zijn we uit eten gegaan bij Origami, de Sushi-bar beneden.  Een leuke hippe tent, met heerlijke sushi. 
Maandag zijn we naar de stad gegaan voor een kopje koffie in het Africa-hotel en een bezoek aan de Medina.  In de bar van het Africa-hotel zochten we in augustus vorig jaar, toen we hier voor het eerst waren op verkenning, steeds wat verkoeling.  Het was ons vertrouwde rustpunt toen.   Nu voelen we ons er wat minder thuis.  Doe ons maar een lekker bakkie in ons appartement.  In de Medina is het rustig.  Het toerisme komt langzaam op gang.  De verkopers laten ons redelijk met rust
Op dinsdag zijn we naar Nabeul gegaan met het openbaar vervoer.  Met de taxi de naar het busstation aan de andere kant van de stad.  Van daar zijn we met een louage , dit is een  klein busje, naar Nabeul gereden, zo’n 50 kilometer verder.  Nabeul, niet al te ver van de wat bekendere badplaats Hammamet, staat bekend om z’n keramiek. 
Hier in Tunis verplaatsten we ons steeds met taxi en tram of boemeltreintje.  Caroline geniet van de taxiritjes, vooral als er Arabische muziek aanstaat.
Op woensdag zijn we de dag rustig begonnen met wat klusjes in huis.  Voor de lunch zijn we naar La Luna gegaan.  Een leuke salon de thé hier in de Avenue Hédi Nouira.  De bestelde panini’s bleken crêpjes geworden te zijn.  Geen probleem, die vinden we ook lekker.  ’s Middags zijn we naar kantoor gegaan om Caroline voor te stellen aan de collega’s.  Samen zijn we op een terrasje wat gaan drinken.  Voor Caroline was er nog een aardigheidje geregeld.  Een blikje met lekkere Tunesische zoetigheid.
Donderdag beloofde de warmste dag te worden van de week.  Bijna dertig graden.  We hadden daarom besloten naar het strand te gaan en dat te combineren met een borrel van Internations, een netwerk van expats, in Blanko, een strandtent in Gammarth.  De zee was nog wat fris, maar prachtig blauw.  De wind bracht de nodige verkoeling op het strand.  Blanko werd daarna een van onze beste ontdekkingen van deze week.  Een beetje lastig te vinden, maar heel gezellig en van bijna alle gemakken voorzien.
Na de ‘inspannende’ dag aan het strand was het vrijdag tijd voor een rustdag.  Een groot deel van de dag hebben we gebruikt om de plannen voor de verhuizing van Caroline komende zomer door te nemen.  Daar komt nog heel wat bij kijken, vooral omdat er knopen doorgehakt moesten worden over het huis aan het Rietland.  Mocht iemand interesse hebben om het huis tijdelijk te huren, laat het ons dan weten.
Zaterdag hebben we Carthago bezocht.  Een zeer belangrijke Punische handelspost uit de Oudheid.  Later veroverd door de Romeinen.  Daar zijn wel een paar grote oorlogen aan vooraf gegaan, met daarin een belangrijke rol voor Hannibal die met een groot leger de Pyreneeën en de Alpen overstak om de Romeinen in eigen huis een nederlaag toe te brengen.  In de Romeinse tijd was Carthago de derde belangrijkste stad na Rome en Alexandrië.  Nu is van Carthago niet zo veel meer over, maar de omvang van de ruïnes geven nog wel een indruk van de grootsheid van de stad vroeger.  Vooral het oude badhuis van Antonin is indrukwekkend.  Bovenop de Byrsa-heuvel, waar ooit de citadel stond, hebben de Fransen in de 19e eeuw een kathedraal gebouwd die nu in gebruik is als tentoonstellingsruimte.  Toevallig was er nu een tentoontstelling over “Dutch Bikes”.  Naar aanleiding van de Nederland-Tunesië maand.
Vandaag, de laatste dag van Caroline’s vakantie hier, laat de zon zich nog maar weinig zien.  We gaan nog een keertje met de tram naar het centrum.  Caroline koopt in de Medina een traditionele Tunesische jurk.  Vanavond wordt de koffer weer gepakt.  Morgen vroeg op en voor even terug naar Nederland.
Het was een mooie week samen.  Over drie weken zien we elkaar gelukkig weer!




zaterdag 21 april 2012

Een dagelijkse routine

Afgelopen week, in de taxi op weg van kantoor terug naar huis, zat ik wat te dubben waar ik m’n volgende blog over zou gaan schrijven.  De afgelopen weken hoefde ik daar nooit echt lang over na te denken.  Deze keer kostte het wat meer moeite.  De afgelopen week was, naar mijn gevoel althans, niet zo heel erg bijzonder meer.  Kennelijk ben ik de afgelopen week in een soort van dagelijkse routine terecht gekomen.  Geen al te grote zorgen in ieder geval, geen dagelijkse verrassingen, geen spannende avonturen.  Eventjes niet van alles te moeten regelen.  Nee, gewoon een “gewone” week.  Heerlijk eigenlijk.  Het voelde als het bereiken van een nieuwe mijlpaal.
Hoe zo’n gewone week er dan uitziet is dan eigenlijk ook wel weer aardig om te schetsen.  ’s Ochtends om vijf over zes gaat m’n wekker.  Sinds we verhuisd zijn naar een nieuwe lokatie sta ik bijna drie kwartier eerder op.  De ochtend- en avondspits in Tunis zijn werkelijk een drama en ik probeer de grootste drukte te mijden.  Ik begin de dag meestal met een bruine baguette, gekocht bij de kruidenier hier beneden.  Da’s mazzel want de meeste winkeltjes verkopen alleen de witte variant.  Ik pak m’n spullen en ga dan op zoek naar een taxi.  Daar hoef ik over het algemeen niet al te lang op te wachten.  Er rijden hier duizenden taxi’s rond in de stad en een ritje naar kantoor kost niet meer dan ongeveer twee tot tweeënhalve euro.  Een beetje afhankelijk van de route en van de drukte onderweg. 
En zoals gezegd, tijdens de ochtend- en avondspits is dat een drama.  Ik laat me daarom niet helemaal naar kantoor brengen, maar naar het dichtstbijzijnde tramstation.  Dat is in mijn geval de eindhalte van tramlijn 2 in de wijk Ariana.  Het kost met de taxi ongeveer 10 minuutjes om daar te komen.  Op de twee drukke verkeersrotondes waar we langs moeten staat meestal verkeerspolitie om het verkeer te regelen.  Soms staat er verkeerspolitie gewoon voor de leuk en dan kan het zo maar een stuk langer duren dan 10 minuten.  Hoewel zo’n taxiritje al behoorlijk routine begint te worden is het toch steeds weer een belevenis.  Eigenlijk kun je je afvragen hoe auto’s hier in Tunis het voor elkaar krijgen om elkaar net niet te raken.  Op de rotondes gaat links voor, maar het is vooral een kwestie van langzaam de neus van je auto steeds een stukje meer naar voren te steken net zo lang tot het verkeer van links er echt niet meer langs kan.  En dan vervolgens gas geven en met een vriendelijke glimlach een handje opsteken en sorry zeggen tegen degene die je net gesneden hebt.
De trams zijn behoorlijk gammel en soms ook wat aan de drukke kant, maar ze zijn wel goedkoop, hebben geen last van verkeersopstoppingen en rijden vaak.  Een kaartje kost ongeveer een kwartje, al wil het nog wel eens gebeuren dat voor hetzelfde ritje ineens een andere prijs gerekend wordt.  Er wordt wat dat betreft maar wat aangerommeld.  Van de andere kant wordt er wel streng gecontroleerd.  Niet alleen toegangscontroles, maar ook uitgangscontroles.  Jongelui willen die controles nog wel eens omzeilen door te tramsurfen.  De rit naar mijn halte Les Jardins – zoals de naam al doet vermoeden bij een wijk met opvallend veel groen – duurt ongeveer twintig minuten.  De tram doet haltes aan met aansprekende namen, zoals “Indépendence”, “Cité Sportive” bij  - ik lieg niet - het Olympisch park en “Jeunesse”.
Na m’n ritje met de tram is het dan nog een kleine tien minuten lopen naar kantoor.  Vlak bij de tramhalte ligt een cafeetje waar mannen in de namiddag in de schaduw van de bomen aan een chicha zitten te lurken.  Hartstikke verboden om dat buiten te doen, maar kennelijk is er ook in Tunis sprake van een gedoogbeleid.  Of is de chicha voor de wetshandhavers gratis?  Dat kan natuurlijk ook.  Verderop kom ik bij de drukke Avenue Kheireddine Pacha.  Het is wel een beetje oppassen daar, want veel stoep is er niet.  Bij een braakliggend terrein tegenover ons kantoor probeert een clandestiene parkeerwachter zijn voordeel te doen met het aanbieden van een paar schaarse parkeerplekken.
Als er dan niets heeft tegen gezeten ben ik tussen 8 en kwart over 8 op kantoor.  Ik ben dan één van de eersten.  Goeie kans dat ik dan wel eerst even aan de afwas moet voor een schoon theeglas.  De twee Tunesische collega’s komen steevast een stuk later binnen.  Voor de lunch aan het eind van de morgen hebben we nog niet echt een routine gevonden.  Meestal  lunchen we samen op kantoor.  In ons vergaderzaaltje, want de luxe van een kantine kunnen we ons niet veroorloven. 
Soms gaan we in een van de snackbars om de hoek lunchen.  Wat het werk zelf betreft gaan we ook steeds meer over naar de dagelijkse routine.  En dat betekent ook hier dat er jammer genoeg naar verhouding veel te veel tijd gaat zitten in het afleggen van verantwoording waardoor het eigenlijke werk met de partners nu al wat in de verdrukking dreigt te komen.
In de namiddag, zo tussen vijf en half zes, ga ik weer op huis aan.  En dat gaat iets anders dan op de heenweg omdat het enorm lastig is om bij de eindhalte van de tram in Ariana een taxi te vinden.  Ik zit nog wat te puzzelen om dat probleem op te lossen.  De laatste dagen ben ik steeds bij de halte “Indépendence” uitgestapt, de voorlaatste tramhalte.  En daar gaat het tot nu toe een stuk makkelijker.  Terug bij het appartement ga ik dan nog even langs bij één van de kruidenierswinkeltjes hier in de straat of bij de groenteman aan de overkant om m’n dagelijkse portie vitaminen op peil te houden.   Het houdt overigens met de kwaliteit van de groenten en het aanbod niet over, maar dat is dan weer wel goed om de creativiteit een beetje te bevorderen.
Eten doe ik ’s avond met het bord op schoot voor de buis.  Heb een poosje geleden BVN ontdekt, het Beste van Vlaanderen en Nederland.  Okay, dat mag je dan met een korreltje zout nemen, maar ik kan in ieder geval elke dag DWDD kijken.  En het weer natuurlijk over de hele wereld.  Overigens zonder door kijkers ingezonden foto’s daarbij.  Dat is dan wel weer jammer ;-))
Daarna zit ik meestal wel een poosje op internet of kijk ik een DVD-tje.  Op het moment is dat de DVD-box van Toren C die ik als afscheid van m’n collega’s in Den Haag heb gekregen.  Verder pak ik af en toe een online franse les mee.  En natuurlijk bel ik nog even met Caroline.  Gelukkig heb ik een goeie internet-verbinding dus kunnen we ongestoord skypen.  Dat maakt het gemis wat draaglijker.
De komende week zal er wel een stukkie anders uit gaan zien, want, zoals de meesten van jullie inmiddels wel zullen weten, Caroline komt de komende week naar hier.  Krijg net een sms-je vanuit Brussel dat ze klaar staat om in te checken, dus ik ga het hier nu even bij laten.  Tot later!



zaterdag 14 april 2012

De collega's


Vorige week in m’n blog over het nieuwe kantoor schreef ik al dat aan de aankleding nog het een en ander gedaan moet worden.  Waar ik toen wel, ten onrechte, aan voorbij ben gegaan zijn natuurlijk de collega’s.  Goed, ook met de invulling van het team zijn we nog niet klaar, maar ik kan toch al wel een idee geven van m’n collega’s hier.  We zijn nu met z’n zessen, maar daar komen binnenkort nog een paar collega’s bij.
Afgelopen december ben ik samen met m’n nieuwe collega Kirsten naar Tunis gegaan voor de nodige voorbereidingen.  Kirsten is onze interim adjunct-directeur en is verantwoordelijk voor het personeelsbeleid hier.  Zij blijft hier in Tunis tot eind augustus, waarna haar werk wordt overgenomen door Bettina.  Bettina was tot nu toe adjunct-directeur in Jeruzalem en geniet op het moment van haar ouderschapsverlof.


Kirsten en Bechir
Een deel van het voorbereidingswerk in december was het werven van een paar lokale mensen voor ons nieuwe kantoor.  Doordat onze lokale contactpersoon, die ons daarin begeleidde, haar zaakjes niet goed voor elkaar had verliep dat tamelijk chaotisch.  Zo had ze, zonder vooroverleg, een zaaltje in een vijfsterrenhotel gereserveerd voor de sollicitatiegesprekken, maar dat leek ons niet erg handig met het oog op de te verwachten salariseisen van de kandidaten.  Uiteindelijk hebben we de gesprekken gevoerd in een zaaltje van ons eigen driesterrenhotel.  Tijdens één van de gesprekken bleken we ook nog eens een verkeerd cv voor onze neus te hebben.  Het duurde een paar minuten voordat we dat door hadden – waarschijnlijk iets langer dan de kandidaat zelf.  Gelukkig hebben we uiteindelijk naar aanleiding van die gesprekken twee Tunesische collega’s kunnen selecteren:  onze financieel administrateur Bechir en onze project-assistente Samia.

Samia
 
Samia kon direct aan de slag en heeft in de eerste weken de halve stad platgelopen om de nodige handtekeningen en stempels te halen om de registratie van Oxfam Novib en van onszelf hier in Tunesië helemaal in orde te maken.  Bechir is begin maart begonnen nadat ie eerst, samen met Samia, een weekje naar Novib was geweest voor de nodige trainingen.  Dat is een hele ervaring geweest voor allebei, maar vooral voor Bechir die nog nooit Tunesië was uit geweest. 

Begin mei krijgen we er nog een derde Tunesische collega bij: Malik.  Die gaat zich vooral bezighouden met het programma-werk en met veiligheidstechnische zaken.  Over dat laatste zal ik een volgende keer wat meer schrijven.  Voor het programma-werk hebben we straks in totaal drie mensen in het team.  Naast Malik hebben we in ieder geval al Salima.  Een Marokkaanse die we hebben weggeplukt bij onze Spaanse collega’s van Oxfam Intermon.  

Salima

Op de foto kun je zien dat Salima een nekkraag draagt.  Het gevolg van een aanrijding, drie weken geleden, van de taxi, waar ze samen met Kirsten in zat.  En dan krijgen we binnenkort nog een nieuwe collega er bij die zich met name gaat bezighouden met ons programma-werk in Marokko.  Die collega gaat trouwens werken vanuit het kantoor van Oxfam Intermon in Rabat.
En dan hebben we ten slotte nog onze directeur Manal.  Manal is Libanese en woont nu nog samen met haar man en drie kinderen in Barcelona.  Na afloop van dit schooljaar verhuist ze met haar gezin naar Tunis. 

Manal

Manal is voortdurend op pad, vooral voor overleg met de andere Oxfams die hier in de regio werkzaam zijn.  Eén van de redenen voor Novib om een kantoor in Tunis te openen was om intensiever samen te kunnen werken met de andere Oxfams die hier in de regio werkzaam zijn.  En Manal moet er vooral voor zorgen dat die samenwerking soepel gaat verlopen.
Ik moet me hier natuurlijk wel een beetje op de vlakte houden wat m’n collega’s betreft, maar ik kan wel melden dat het nu al een “interessante” mix is bij elkaar. 

zaterdag 7 april 2012

Toren C

Tijdens de eerste maanden van ons verblijf hier in Tunis hebben we een poosje vanuit een tijdelijk adres gewerkt.  De kantoorruimte die we op het oog hadden moest nog wat opgeknapt worden en we moesten nog van alles regelen voor  we er in zouden kunnen trekken.  Meubels bestellen, telefoon en internet installeren.  Twee weken geleden was het zover en hebben we ons nieuwe kantoor betrokken hier in de wijk Montplaisir.  Een mooie ruimte op de eerste etage van een niet al te oud kantorencomplex in het Pacha Centre.  Op de laatste versie van Google Earth is het gebouw nog niet eens te zien. 
Het is nu nog wel een beetje saai.  Aan de aankleding moet nog het een en ander gedaan worden.  Gisteren hebben we lamellen besteld.  Oranje, om een beetje kleur te geven aan het geheel.  En om de zon buiten te houden als het zo meteen heet gaat worden.  Op het ogenblik hebben we in ieder geval de beschikking over het hoogst noodzakelijke.   Zeker wat het internet betreft hebben we het in vergelijking met andere kantoren van Oxfam Novib niet slecht.  Op het ogenblik werken we met een ADSL-verbinding, maar binnenkort hopen we over te kunnen stappen op glasvezel.  Lekker snel.
Om de hoek van het kantoor zitten verschillende eettentjes om tussen de middag iets te snacken of om een lekkere cappuccino te halen.  De klandizie heeft er een behoorlijk hoog witteboordengehalte.  Het is er dringen voor een tafeltje.  Verder is het een rustige buurt.  Aan de overkant van de Avenue Kheireddine Pacha liggen een joodse en een christelijke begraafplaats naast elkaar.
Toen we het kantoor in december uitkozen was een van de redenen om ons hier te vestigen de goede bereikbaarheid.  Daar zijn we inmiddels wel een beetje op teruggekomen.  Het gebouw ligt iets buiten het centrum langs de Avenue Kheireddine Pacha, een invalsweg naar het centrum van de stad.  En dat betekent dus ’s ochtends een verkeersopstopping voor de deur en in de namiddag weer.  Zelf ben ik nu ook wat langer onderweg.  Eerst met de taxi naar het dichtstbijzijnde tramstation in Ariana.  Dat is niet al te ver, maar ik moet wel langs twee drukke rotondes.  Gelukkig wordt het verkeer er geregeld door verkeerspolitie, anders is er helemaal geen doorkomen aan.  Dan nog 20 minuten met tramlijn 2 naar Les Jardins.  Niet de meest comfortabele vorm van vervoer, maar het schiet in ieder geval lekker op.  Zo’n ritje kost bovendien niet meer dan een kwartje.  Daarna dan nog een wandelingetje van een kleine 10 minuten naar het kantoor.  M’n collega heeft me nu een paar keer in de namiddag een lift terug naar huis gegeven, maar met alle verkeersopstoppingen onderweg bleek ik dan nog langer onderweg te zijn. 

Ons kantoor zit trouwens in toren C van het Pacha Centre.  Ben benieuwd of dat een voorbode is voor hilarische belevenissen.

zaterdag 31 maart 2012

Tien dagen in Marokko

Mijn eerste dienstreis voor Novib naar Marokko zit er bijna op.  Ben hier zo’n 10 dagen geweest om kennis te maken met de door ons gefinancierde organisaties.  Altijd spannend zo’n eerste kennismaking, zeker wanneer je de taal nog niet helemaal beheerst.  Maar het is gelukkig goed gegaan.  Ik kan met een tevreden gevoel terug kijken op een geslaagde missie.
Na een vermoeiende reis naar het Zuidoosten van Marokko vorig weekend ben ik afgelopen week hier in Rabat gebleven, afgezien van een uitstapje naar Casablanca afgelopen donderdag.  Rabat is nauwelijks te vergelijken met Tunis.  Bijna alles oogt hier veel relaxter, wat er wellicht mee te maken heeft dat Rabat echt een administratief centrum is.  Het Den Haag van Marokko.  Het parlement ligt hier om de hoek van het hotel aan de brede Avenue Mohammed V. 
Lang niet zo zwaar bewaakt als in Tunis, hoewel er bijna dagelijks gedemonstreerd wordt.  De afgelopen week is dat allemaal heel vreedzaam verlopen, maar dat is helaas niet altijd het geval.  Het schijnt dat de autoriteiten hier nog wel eens met de wapenstok willen zwaaien.  En dat zou dan op redelijk willekeurige basis zijn ook.  Nog genoeg werk aan de winkel in ieder geval voor de organisaties die we hier steunen.

Voor één organisatie ben ik afgelopen vrijdag, samen met een collega, een dagje op en neer naar Casablanca geweest.  Met de trein ben je daar binnen een uur.  Afgezien van de enorme Hassan II moskee biedt Casablanca weinig bezienswaardigheden, dus na de wekelijkse couscous op vrijdag zijn we weer gauw terug naar Rabat gegaan.
Vandaag, zaterdag, heb ik aangegrepen om wat meer van de stad te zien.  Caroline was hier ook, zo’n 16, 17 jaar geleden samen met haar vriendin Edith.  Na een bezoek aan het Mausoleum van Mohammed V en de tour Hassan ben ik op zoek gegaan naar het plekje bij het water wat Caroline zo mooi vond.  En na een beetje zoeken heb ik het gevonden.  Een idyllisch plekje bij de stadsmuur van de oude Kasba.  Ik heb me tussen een paar tortelende stelletjes door moeten wringen om ook te kunnen genieten van het prachtige uitzicht op de monding van de Bou Regreg- rivier in de Atlantische Oceaan.

Morgen weer terug naar Tunis.  Inmiddels hebben we daar ons nieuwe kantoor betrokken.  Opnieuw een belangrijke stap vooruit.  Tot de volgende keer.