maandag 1 oktober 2012

Uitburgeren


We hebben de afgelopen twee weken niet zo veel van ons laten horen.  We waren even het land uit.  Tien dagen naar Nederland om precies te zijn, om daar de laatste zaken rond de verkoop van ons huis te regelen.  Het is allemaal ontzettend snel gegaan.  We hadden afgelopen juli  een makelaar in de hand genomen om ons huis in de verkoop te zetten en binnen no-time was het huis onder voorbehoud verkocht.  Kwestie van een goeie prijsstelling, een wil om te verkopen en een pak mazzel.  De kopers: twintigers, starters met een smalle beurs, op zoek naar een woning met een tuin waarvan niet zowel de keuken als de badkamer van verbouwd hoefden te worden.  Onze makelaar zag het helemaal zitten, maar het zou nog wel een paar weekjes duren voor de financiering helemaal rond zou zijn.  En omdat we natuurlijk wel wat tijd nodig hadden om een bezoek aan Nederland te regelen, maakten we de goeie afspraak met de makelaar dat ie ons tijdig zou informeren wanneer de deal rond zou komen.  Niet dus… Pas na flink aandringen informeerde onze makelaar ons over de op handen zijnde overdracht en of we er maar even voor wilden zorgen dat het huis leeg opgeleverd zou worden.  Niet handig wanneer je daarvoor hals over kop tickets moet gaan boeken en al je afspraken en je cursus Frans aan de kant moet schuiven.

Gelukkig toonden de kopers zich flexibel.  Want hoewel we vanaf woensdag, direct na aankomst uit Tunis, vol aan de bak waren gegaan om de laatste dozen in te pakken en meubels te demonteren konden we het met de beste wil van de wereld niet voor elkaar krijgen om vrijdag al de boel leeg op te leveren. 
Op zondag was het busje van het opslagbedrijf beschikbaar en hadden we  een paar mensen opgetrommeld om te helpen onze spullen naar de opslag te brengen.  Dat busje had trouwens hier in Tunesië niet misstaan.  Al aardig toegetakeld in ieder geval.  Het kostte me de nodige moeite om het ding in beweging te krijgen en in de goeie versnelling te krijgen, maar gelukkig was de opslag niet meer dan 500 meter verder en had ik de bus, precies zoals gepland, om 8 uur voor de deur staan.  Klaar voor een spannende dag, want volgens een groffe berekening zouden we maar net voldoende hebben aan de 18 kuub die we afgehuurd hadden.  En dat de opslagruimte drie meter hoog was, en maar een vloeroppervlak had van twee bij drie, maakte de klus nog extra uitdagend.

Leo en Joop, Doris en Ad en later ook Jack zijn ons te hulp geschoten en hebben de handen zondag flink uit de mouwen gestoken, al had Joop, eigenlijk helemaal niet fit, onder de wol moeten liggen.  Dank, dank, dank in ieder geval.  Binnen no-time hadden we alle spullen bij de opslag uitgeladen, waarna het puzzelen kon beginnen.  Het begin was nog makkelijk.  Eerst de garderobekast terug in elkaar geklust en helemaal volgepropt met dozen.  Daarna stapelen.  Tot aan de nok toe.  Alles verliep op rolletjes en volgens plan.  Althans, voor zover je van een plan kunt spreken.  Vooraf had ik met een rolmaat een paar maten genomen en in m’n hoofd bedacht waar de grootste meubelstukken zouden moeten komen te staan.  Het werd pas lastig toen de zithoekstoelen aan de beurt waren.  Die bleken nogal fors voor een ruimte van 18 kuub en lastig stapelbaar. 
Uiteindelijk, tegen een uur of vier, lukte het nog net om de laatste kratten die nog uit de schuur tevoorschijn waren gekomen plus onze twee stadsfietsen naar binnen te proppen en de deur dicht te duwen.  18 kuub, afgeladen vol.  De afgelopen dagen heb ik me al bedacht dat ik graag m’n nieuwe fietskledingsetje bij me had willen houden.  Je kent zoiets wel, precies datgene wat je zoekt zit in die tas ergens links achterin.  En de afstandsbediening van het kleine stereosetje wat we in de koffer mee hebben genomen naar Tunis.  Waarschijnlijk in het laatje van het kleine salontafeltje achtergebleven.  Nu ergens verstopt onder de eethoektafel.  Of stond ie er nu ergens bovenop?  Kwestie van loslaten.

Nadat we de deur van de opslagruimte achter ons hadden dichtgetrokken hebben we nog een paar kratten en tassen gestald in Oosterhout.  Om een volgende keer uit te zoeken wanneer we weer een keertje terug zijn in Nederland.  Voorlopig gaat het er niet van komen en richten we ons op Tunesië.  Het voelt goed om nu hier te zijn!

zondag 16 september 2012

Een dagje Bizerte


Nu de temperaturen overdag weer een beetje dragelijk zijn hier in Tunesië, en we in het weekend niet direct naar het strand hoeven om verkoeling te zoeken, kunnen we lekker op pad om de rest van Tunesië te gaan verkennen.  Genoeg te beleven, maar zonder auto voor de deur zijn we nog even beperkt in onze mogelijkheden.  Afgelopen zaterdag zijn we naar Bizerte gegaan.  Aan de noordkust, een kilometer of 60 boven Tunis.  Bizerte is prima met het openbaar vervoer te bereiken.  Een paar keer per dag gaat er een trein en bus, en de hele dag door louages, kleine personenbusjes die dienst doen als deeltaxi en vertrekken zodra ze vol zijn.  In één keer brengen ze je naar je eindbestemming.

Tunis heeft twee grote busstations waar ook de louages vertrekken.  Met de taxi gaan we naar het Gare Routière Nord.  Het is er een lekkere chaos, maar één keer vragen is genoeg om de juiste louage te vinden.  En we weten meteen ook hoe we Bizerte in het Arabisch uit moeten spreken.  Binnen 5 minuten zijn we op weg, maar het duurt nog een half uur voor we Tunis uit zijn.  Daarna, als we op de tolweg gekomen zijn naar het noorden, gaat het snel.  Het landschap is kaal, na een lange, hete zomer, maar straks staat het hier vol met graan.  Een paar kilometer voor Bizerte verandert het en doemt een groot pijnboombos op aan onze rechterkant.  Vlak daarachter de Méditerranee.  De louage brengt ons tot net voor Bizerte.  Het is nog een kilometertje wandelen naar het centrum net voorbij het kanaal wat de Middelandse Zee verbindt met een groot meer, waar het in het voor- en najaar zwart ziet van de trekvogels.  Daar gaan we zeker nog eens kijken, maar deze keer gaan we naar de stad.

We hebben geluk, want het is marktdag.  De groenten en het fruit zien er lekker uit.  De kruiden ruiken heerlijk.  Jammer dat het achter de kraampjes zo’n vreselijke bende is.  Toch heeft Caroline nog moeite om een plekkie te vinden om zich te kunnen ontdoen van haar uitgekauwde kauwgum.  Zo’n typisch Nederlandse gewoonte om je afval in een afvalbak te willen gooien, die we waarschijnlijk wel af zullen gaan leren.

 

Bizerte staat bekend om z’n mooie oude haven die dateert uit de tijd van de Foeniciërs.  Het is er rustig vandaag.  De schilderachtige vissersbootjes dobberen langs de kade.  Tegen de avond zullen ze wel weer uitvaren.  We genieten van een lekker bakkie koffie bij één van de cafeetjes langs de haven.  Daarna bekijken we de Kasbah, de oude ommuurde stad.  Stille, smalle straatjes.  Kinderen spelen voor de kleine moskee op straat.  Een vrouw die net de deur open doet schrikt als ze ons ziet en trekt snel een gordijn voor haar gezicht.

We wandelen verder naar het strand van Bizerte.  Ook hier is het rustig al komt dat misschien ook doordat het tamelijk hard waait en het strand vol ligt met uitgedroogd zeewier.  Geen ideale omstandigheden voor een dagje strand, maar lekker om even uit te waaien.  Even verderop staan een paar hotels langs de boulevard, waar we heen gaan voor een lunch.  Een Tunesische salade Mechouia en een schotel gegrilde inktvis.  Lekker.

Terug in het centrum van het stadje lopen we nog even over de markt.  Er wordt veel oude meuk verkocht, maar ook heerlijke kruiden en kleding.  Caroline duikt nog een paar boetiekjes in en koopt voor een prikkie wat traditionele kleding voor in huis.

Wanneer we terug wandelen richting busstation komen we voor een open brug te staan.  Het is even onduidelijk waarom.  Een eind verderop zien we dat een schip de haven binnen wordt gesleept, maar dat gaat nog wel een half uur duren voor die bij de brug komt.  Gelukkig is er nog van alles te beleven.  Aan de andere kant van de brug proberen havenlui  een containerschip te laden, maar dat gaat op z’n zachtst gezegd niet erg handig.  Het is te hopen dat de inhoud van de containers goed verzekerd is.  Caroline kan het gezwiep van de containers vlak boven de hoofden van die havenlui trouwens al snel niet meer aanzien.  Wanneer een half uur later het schip eindelijk de brug voorbij geloodst is worden we getrakteerd op de uitlaatgassen van een hoop ongeduldige brommertjes die kennelijk allemaal als eerste aan de overkant willen zijn.  Terug bij het busstation staan de louages al weer op ons te wachten.  Binnen no-time zijn we terug in Tunis.

dinsdag 11 september 2012

Lost in Translation


Dit is de titel van één van onze meest favoriete films.  In ‘Lost in Translation´ ontmoeten twee personages, Bob en Charlotte, elkaar in een hotel in Tokio.  Ze spreken geen Japans en begrijpen ook de cultuur niet echt goed.  Dit zorgt ervoor dat ze in absurde en hilarische situaties verzeild raken.  Ook wij komen regelmatig met ‘Lost in Translation’ situaties in aanraking.  En ik herken ze nu waarschijnlijk nog duidelijker na het daadwerkelijk starten met de Franse les.

Mooi op tijd en vol verwachting stap ik op maandagmorgen het ‘Institut Français’ binnen.  Het Institut is een onderdeel van de Franse ambassade en je komt er dan ook niet zomaar binnen.  Eerst door een detectiepoortje en vervolgens wil een vriendelijke meneer van de beveiliging mijn pasje en de inhoud van mijn tas zien.  Zijn collega schiet me te hulp en wijst me de weg naar het lokaal.  Hier ga ik de komende tijd vier ochtenden per week doorbrengen.  Stipt om 9 uur start de les.  De juf komt binnenlopen en begint vrolijk te ratelen in het Frans.  O lala, wat een tempo meteen!  Ik span me tot het uiterste in om haar te kunnen volgen.  Door de kernwoorden uit de zinnen te pikken kan ik redelijk volgen waar ze het over heeft.  Tenminste daar stel ik mezelf mee gerust.  Na tien minuten blijkt het dat een van de deelnemers in de verkeerde klas zit.  De juf besluit te controleren of er meer mensen zijn die wellicht van groep moeten wisselen.  En ja hoor… er zijn er meer... en ook ik ben er één van!  Tot mijn verbazing mag ik naar een groep met een niveau hoger.  O jee, als dat maar goed gaat.

Natuurlijk is ook deze groep inmiddels gestart.  De klas is door de juf in twee groepen verdeeld.  We mogen onszelf voorstellen aan elkaar.  De volgende opdracht is om de mensen van de andere groep te beschrijven en bij hen te bedenken wat ze zoal doen.  Zoals bijvoorbeeld de leeftijd, het beroep en hoe de persoon overkomt   Een leuke oefening om kennis met elkaar te maken.  De juf schrijft alle namen op het bord.  Een apart gevoel om zelf weer leerling te zijn en deel uit te maken van een klas met zestien andere mensen van verschillende leeftijden en nationaliteiten.  De meerderheid van mijn klasgenoten is overigens Tunesisch en tussen de 20 en 30 jaar.  Deze juf straalt iets meer rust uit dan de vorige, maar praat iets zachter en ook bij haar moet ik me erg inspannen om haar te kunnen volgen.  Ik  heb in mijn vorige blog geschreven dat het niveau van het lesboek me gerustgesteld heeft.  De juf zegt echter dat het boek iets te makkelijk voor ons is en dat ze daarom ook vaak van het boek zal afwijken en andere opdrachten aan ons gaat geven.  ´Mon dieu´.

Als ik ’s middags thuiskom koop ik een vers stokbrood voor de lunch in het winkeltje schuin onder ons appartement.  Ik besluit ook meteen een Franse krant te kopen om een beetje extra te kunnen oefenen.  Ik ben even in verwarring als ik maar 80 cent hoef af te rekenen en geef met een vragende blik 1 dinar.  Ik kan eigenlijk niet geloven dat een brood én een krant zo goedkoop zijn.  Ik zal me vast vergissen.  De vriendelijke jongen, die me vorige keer al de muntstukken heeft uitgelegd, knikt bevestigend.  Hij maakt vervolgens een grapje en tikt een heel hoog bedrag in op de kassa en zegt: ‘Je mag ook dit betalen als je wilt.’

Dinsdagmorgen sta ik op tijd langs de kant van onze straat om weer met de taxi naar les te gaan.  De taxichauffeur reageert vaag als ik hem vertel waar ik graag naar toe wil.  Het Institut ligt aan een grote Avenue in het centrum en deze moet haast bij de meeste taxichauffeurs bekend zijn.  Het is zoiets als wat de Prinsengracht voor Amsterdam is.  Hij neemt echter een weg die ik niet direct herken.  Ik weet dat taxichauffeurs soms verschillende routes nemen en ben nog niet echt ongerust.  Na een poosje merk ik dat het toch echt niet klopt en vraag hem er naar.  Hij antwoordt in het Arabisch en we komen er samen dus niet uit.  Zo veel is wel duidelijk.  Ik hoop nog dat hij het aan een collega vraagt of even belt.  Dat doen chauffeurs ook wel als ze er niet meer uitkomen, maar zo doortastend is hij helaas niet.  Ik besluit dat ik maar het best uit kan stappen om met een andere taxi verder te gaan.  Dat is nog niet meteen heel makkelijk omdat het spitsuur is en veel taxi’s bezet zijn.  Ga ik nu al de tweede dag te laat komen?  Toch raak ik niet in paniek.  Na wat zoeken vind ik een taxichauffeur die me wel wil brengen nadat hij me iets duidelijk wil maken dat ik niet begrijp omdat ik het Franse woord niet ken. Waarschijnlijk bedoelt hij dat ik net naar het moeilijkste plekje van de stad wil of zo. 

Ik kom net een paar minuten voor 9 binnen en ben blij dat ik het toch op tijd gehaald heb.  Een klasgenoot van begin twintig begroet me vriendelijk met ‘bonjour Caroline’ als ik het lokaal binnen stap.  Af en toe lijkt het cliché van de charmante Tunesiër wel te kloppen.  De les start en de tijd vliegt.  In de pauze kom ik de juf van gisterenmorgen tegen op de gang.  Ik begroet haar vriendelijk en ze vraagt hoe het gaat nu ik op het juiste niveau zit.  Haha, dit is hilarisch.

zondag 9 september 2012

Harissa


In Tunesië krijg je standaard bij veel gerechten een flinke dot harissa.  Dat is zoiets als sambal; gemaakt van rode pepers en erg pittig.  Een klein mespuntje harissa vind ik best lekker.  Ik merk dat dit in de ogen van Tunesiërs wel heel bescheiden is.  Van de week zag ik een jongen zijn broodje met harissa besmeren zoals we er in Nederland lekker dik pindakaas op zouden smeren.

Ik wil geen heel blog over harissa schrijven, maar het als metafoor gebruiken.  Ik vond afgelopen week wat je noemt een ‘pittige’ week.  Gek genoeg begon het al meteen op de eerste dag van de week: zondag.  Nu kan ik het sowieso bijna een traditie noemen dat ik zondagmorgen vaak ‘overvallen’ wordt door mijn emoties.  Op deze dag hoef ik niet meteen op te staan en dan lig ik in bed na te denken over van alles.  Dan krijgen verschillende emoties de kans om me bij mijn lurven te grijpen.  Corné heeft het ooit al een naam gegeven: ‘de zondagmorgenblues’.  De remedie is om op te staan en iets te gaan ondernemen.

Afgelopen zondag regende het en we besloten om niet, zoals we graag wilden, naar het strand te gaan.  Wel naar ‘La Luna’.  Dat is een hip café-restaurant iets verderop in de straat waar je kan internetten.  Onze internetverbinding thuis werkt niet en we wilden graag wat langer internetten dan we nu kunnen met het gebruik van een dongel.  Met twee laptops gingen we op pad.  Koffie besteld en de computers opgestart.  De ober bracht even later twee mooi versierde cappuccino’s en ik kreeg, net of hij iets aanvoelde, de cappuccino met ‘bon jour’ erop en een glimlachje.  

Om niet te veel uit te weiden en te diep op details in te willen gaan…Wat liep er dan niet lekker deze week?  Het leek erop dat ik iets te veel harissa op mijn bord had gekregen en ik grote moeite had met het wegwerken ervan.  Een onverwachte, maar flink gepeperde reactie op ons filmpje over chicha roken.  Eigenlijk was dit filmpje vooral luchtig bedoeld met een flinke dosis zelfspot erin…Alles wat we op ons blog en Facebook zetten is bedoeld om onze belevenissen hier te delen.  We zijn er trots op dat we zoveel nieuwe ervaringen opdoen en daarvan kunnen genieten.  Ik hou ervan om nieuwe dingen uit te proberen en mezelf onder te dompelen in een nieuwe omgeving.  Zo herinner ik me dat we het zo leuk vonden om ‘houdoe’ te zeggen in plaats van ‘dááág’ toen we van Rotterdam naar Oosterhout verhuisden.  Natuurlijk mag iedereen er het zijne van vinden van wat wij hier zoal uitspoken, maar hoe breng je dit aan ons over?  Zoals de Fransen zeggen: ‘c’est le ton qui fait la musique’.

Daarnaast zat ik al dagen op, voor mij, erg belangrijke berichten te wachten.  En die kwamen dus maar niet…  G-mail bleef steeds weer enthousiast aangeven: ‘hoera, je hebt alle berichten gelezen’. Grrr.  Het is soms zo lastig te verwerken als je ergens grip op wilt hebben en het lukt steeds niet.  Behoorlijk uit mijn comfortzone.  Ik vertelde Corné dat sommige mensen mij het gevoel geven dat ik net zo goed tegen een muur kan praten; dat dit voor mijn gevoel evenveel effect heeft.  Om mijn onmacht duidelijk te maken wil ik hem een demonstratie geven om zo mijn woorden kracht bij te zetten. Ik krijg ineens een ingeving als ik tegen de muur sta te praten.  ‘De joden hebben het nog niet zo gek bekeken met hun klaagmuur, ik snap hen helemaal!’  Daar moesten we zelf gelukkig wel weer erg om lachen.  God zij dank is er altijd nog humor.

Dinsdag had ik een test op het Institute Française om mijn niveau van de Franse taal te bepalen.  Ik weet dat we met z’n allen roepen dat nieuwkomers de taal moeten leren.  Natuurlijk wil ik graag vloeiend Frans spreken, vind ik het een mooie en interessante taal en doe ik mijn best…maar een peulenschilletje is het niet voor mij.  Tuurlijk moet het Institute uit een hele grote groep mensen met allerlei verschillende beginsituaties met behulp van één test bepalen naar welke klas ze gaan.  Ik begrijp dat wel, maar op dat moment zei mijn gevoel me iets anders dan mijn verstand.  Ik kreeg een test van vijf bladzijden voor mijn neus.  In een half uur mocht ik mijn mening in het Frans neerschrijven over verschillende maatschappelijke kwesties, teksten verklaren en meerkeuze vragen invullen over allerlei grammaticale kwesties.  Ik moest echt iets wegslikken en mezelf dwingen om die deur niet gewoon weer doodleuk uit te lopen…  Het had van mij wel wat adaptiever gemogen…maar ja, mensen uit het onderwijs zijn eigenwijs en schijnen het vaak beter te weten.  Tot slot een gesprekje met de juf wat naar mijn gevoel al hélemaal nergens op sloeg.  Ik voelde me klein en als door een mangel gehaald.  Uiteindelijk toch met een redelijk opgelucht gevoel weggegaan omdat ik aan m’n lesboek zag dat ik deze leerstof waarschijnlijk wel zou kunnen behappen.  Maandag ga ik met frisse moed aan de slag.

Donderdag en vrijdag heel de dag thuis moeten wachten op de reparateur van Tunisie Telecom, die helaas nog steeds niet is komen opdagen.  Het gaf me de tijd om na te denken en te dealen met m’n nieuw verworven inzichten.  Veranderingen doen soms pijn, maar uiteindelijk maken ze wel veel helder.  Er is me het één en ander duidelijk geworden en mijn blik is weer scherper.

Zaterdag ben ik erg opgewekt wakker geworden nadat ik die nacht een droom heb gehad die zo oppeppend was, dat ik voelde dat deze dag niet meer stuk zou kunnen.  En inderdaad is het een heerlijke dag op het strand geworden.  Zon, zee, precies het goede boek dat ik nu nodig heb en een zeewindje dat al mijn beslommeringen wegblaast.  Ik voel me nu weer opvallend mild gestemd.

zondag 2 september 2012

Hoge Sferen

Het openbare leven hier in Tunis begint langzaam maar zeker weer een beetje op gang te komen.  De zomer loopt op z’n laatste benen, de regen spoelt het stof van de straten en komende week gaan de scholen weer open.  Maar het einde van de zomer van 2012 stond toch vooral in het teken van het einde van de Ramadan.  Het was geen makkelijke tijd, de zomer van 2012.  Vooral voor gelovige moslims dan, die bij temperaturen van tegen de veertig graden overdag niet mochten eten of drinken.  Voor onszelf was het niet meer dan een beetje aanpassen aan een ander ritme en niet altijd makkelijk te bevatten hoe diep het geloof van een moslim gaat.  Ook minder gelovige moslims doen mee aan de Ramadan, maar doen ze dat dan uit overtuiging, uit trots of gewoon vanwege de sociale druk?  De overheid zorgt er in ieder geval voor dat er alle ruimte is om het geloof in Allah te betuigen.  Natuurlijk mag je overdag eten en drinken als je daar zelf voor kiest, maar in cafés en hotels mag dat dan alleen achter gesloten gordijnen.  En de bier- en wijnkelders die je hier in een paar grote supermarkten kunt vinden waren tijdens de Ramadan verboden terrein. 
Gisteren zijn we naar de Géant geweest om onze voorraad weer aan te vullen met een pakketje bier en een paar flesjes wijn.  Tunesische wijn.  Een erfenis van het Franse koloniale verleden.  Het Tunesische klimaat leent zich uitstekend voor een rijke druivenoogst.  De rode Magon is misschien wel het meest populair.   Voor de echte kenners hebben we het nog even opgezocht.  De druiven die ze voor de Magon gebruiken zijn de Carignan, Cabernet-Sauvignon, en Syrah.  Goeie druiven of niet, we laten het ons goed smaken.  Na de introductie van wijn door de Fransen hebben Tunesische producenten het heft in eigen hand genomen.  De wijnvelden liggen hier om de hoek, praktisch in onze achtertuin.  Goed bezig.
Beetje bij beetje beginnen we onszelf thuis te voelen hier in Tunesië.  We dompelen langzaam maar zeker steeds een beetje verder onder in het Tunesische leven.  Gisteravond zijn we op onze ontdekkingsreis naar een salon de thé verderop in de straat gegaan voor een bakje espresso met een chicha, een Tunesische waterpijp.  Dit wilden we graag eens proberen.  Lekker hangend in een comfortabel stoeltje vult de zoete geur van appeltjes het terras.   Alleen al van het zachte geborrel van het water wordt je rustig.  
Tevreden vallen we ’s avonds in slaap in ons hemelbed op weg naar hogere sferen.

donderdag 23 augustus 2012

Bijzondere ontmoetingen


Onderweg ontmoet je vaak de meest bijzondere mensen die je niet kent maar die soms  toch een onuitwisbare indruk bij  je achter laten.  Zo was er ooit een man in Nicosia die mijn vriendin Diana en mij een pakje sinaasappelsap gaf toen we hem, verdwaald en met verhitte hoofden, de weg vroegen.  Het lijkt zo iets simpels maar ik zal dit aardige gebaar nooit vergeten.  Zo heb ik inmiddels een verzameling  vol van zulke vriendelijke mensen in mijn herinnering en dat maakt reizen zo inspirerend vind ik.

Nu weer twee bijzondere mensen zowel op de heen-als terugreis naar Nederland.  Vorige week vrijdag vertrokken Corné en ik samen naar het vliegveld.  Corné op weg naar Toulouse om in de Franse Pyreneeën de fietsweek door te brengen met zijn fietsmaten.  Zijn vlucht was net iets vroeger dan de mijne gepland.  Uiteindelijk blijkt mijn vlucht een flinke vertraging te hebben van wel 5 uur.  Maar dat wist ik op dat moment nog niet.  De informatie over vertrek is mondjesmaat en ik kom daardoor in gesprek met een Vlaamse die al wel iets meer informatie had opgevangen.   Deze Vlaamse dame, ze heet Sara, is al 17 jaar leidinggevende in een confectiebedrijf vlakbij Sousse.  Daar wilde ik natuurlijk graag meer van weten…  Ze heeft me veel verteld over haar werk, haar bevindingen en het dagelijkse leven in Tunesië voor en na de revolutie.
 
Ik voelde me gesterkt doordat  ik in haar verhaal de bevestiging heb gevonden  van het feit dat een Europese vrouw in haar eentje leiding kan geven aan een bedrijf in Tunesië en dat haar dit lukt. Temeer omdat mijn tante, sceptisch, maar overigens vast met  goede bedoelingen, me veel succes had gewenst met het vinden van een baan (waar ik overigens nu nog niet aan denk, ik ga eerst Franse les volgen).  Mijn tante had een voorbeeld voor me waarin een Nederlandse vrouw zaken wilde doen voor een confectiebedrijf dat stropdassen maakt.  Ze ging naar Tunesië omdat haar man verhinderd was.  Daar aangekomen kon ze meteen rechtsomkeer maken en onverrichter zaken naar Nederland terug gaan om het feit dat ze een vrouw is en ze daardoor niets kon bereiken.

Nu was het mijn kans om Sara van alles te vragen over haar werk en haar leven in Tunesië.  Ze vertelt mij er graag over.  Ik selecteer de inhoud van haar verhaal zorgvuldig.  De activist in mij komt naar boven bij het verhaal dat er geen airco aangeschaft wordt voor de fabriekshal door de grote baas in België.  Daar steggelen ze al 12 jaar over en het definitieve besluit is pas gevallen.  De investering is hem te groot.  Het lijkt mij een kwestie van korte termijn denken en gebrek aan visie.  Anno 2012 besteden we in Europa graag werk uit aan lageloonlanden om zo onze eigen zakken sneller te kunnen vullen.  Bah!

Een weekje in Nederland zijn was prettig.  Toch kwam dit bezoek wat te snel voor mijn gevoel en wil ik eigenlijk weer niet tien dagen zonder Corné zijn.  Ik ben afgelopen zondag weer vertrokken naar Tunesië.  Hartverwarmend dat Leo, Nid, Lisha en Isabel me naar het vliegveld in Brussel brachten.  Ook deze keer helaas weer enige vertraging, maar opnieuw valt er weer genoeg te beleven.  Terwijl ik mijn tijdschrift aan het lezen ben, merk ik dat een man recht tegenover me steeds naar me zit te kijken.  Niet echt prettig vind ik en ik besluit het te negeren. Af en toe kijk ik stiekem en steeds zit hij naar me te kijken.  Even later ga ik na een bezoek aan het toilet ergens anders zitten tot we vertrekken.  Het is haast onmogelijk en voor diegene die in toeval geloven…zéér toevallig, maar hij zit náást me in het vliegtuig!  Ik besluit stoïcijns te blijven en mijn Frans is toch nog niet toereikend genoeg bedenk ik me.  Ik begin met lezen in mijn boek.  
Even later, voor we gaan opstijgen, biedt hij mij en de buurvrouw aan de andere kant een kauwgompje aan en vraagt dan of ik Vlaamse ben.  Goh, wat grappig.  Corné heeft altijd gezegd dat ie valt op Vlaamse types.  M’n buurman blijkt eigenlijk erg aardig te zijn.  Ik heb een leuk gesprek met hem over Tunesië.  Interessant toch om informatie van binnenuit te krijgen?   Deze heer, hij heet Ouanes , werkt in België en gaat nu voor drie weken naar zijn huis in Tunesië.  Het is een rustige, vriendelijke man.  Een beetje ingetogen ook.  Als we landen, lopen we samen op naar de band waar de koffers aankomen.  Helaas hebben ook de koffers vertraging en staan we erg lang te wachten.  Zelfs als hij zijn koffer al lang heeft, wil hij op de mijne blijven wachten om me te helpen sjouwen.  Ik protesteer wel, mijn koffer van de band af tillen lukt me echt wel, maar hij is beslist.  Hij staat erop om me te helpen.  Als ik me echt zorgen begin te maken dat mijn koffer vast kwijt is, bijna iedereen heeft zijn koffer al, komt de mijne er eindelijk aan.  Op het karretje gezet door mijn beschermheer Ouanes.  Samen lopen we naar de aankomst hal waar ik Corné in zijn armen kan vallen en we vriendelijk afscheid nemen van elkaar.


zondag 5 augustus 2012

Niet te geloven


Zomer 2012 in Tunis.  Niet bepaald de makkelijkste tijd om jezelf te installeren en Tunis te verkennen, want het is heet en het is Ramadan, de islamitische vastentijd.  Ook voor de meeste Tunesiërs een moeilijke combinatie trouwens.
Tijdens de Ramadan gedenken moslims dat in deze maand de koran aan Mohammed werd geopenbaard door de engel Gabriël.  Hij die ook de geboorte van Jezus verkondigde.   De Ramadan is de negende maand van de islamitische kalender.  En omdat die niet gebaseerd is op de zon, maar op de maan loopt die niet helemaal gelijk met onze kalender.  De islamitische kalender is ongeveer 10 dagen korter waardoor de Ramadan elk jaar vroeger valt.  Afgelopen donderdag was het volle maan, precies op de helft van de Ramadan.

Het openbare leven in Tunis staat tijdens de Ramadan volledig op z’n kop.  De meeste winkels, restaurants en theehuizen zijn overdag gesloten.  Soms is het zelfs lastig om een brood te kopen.  Supermarkten zijn wel open en vooral in het weekend kun je daar over de koppen lopen.  Zelf volgen we, net als alle andere kantoren, een zomerrooster.  Alles gaat om 3 uur ’s middags dicht zodat iedereen naar huis kan om zich op de Iftar voor te bereiden, de belangrijke eerste feestelijke avondmaaltijd  samen met de hele familie.
De vrouwen hebben zich dan al een hele dag in de keuken staan uitsloven.  Voor hen is de Ramadan nog een stukkie zwaarder dan voor de mannen.  Natuurlijk zijn er ook veel  Tunesiërs die met de familie buiten de deur gaan eten.  Hier beneden, bij restaurant Abdallah, worden in de namiddag de plastic tuintafels klaargezet om extra gasten te kunnen ontvangen.  Al ruim voor het ondergaan van de zon zijn alle tafels bezet.  Een half uurtje later is alles schoon op en kan er opgeruimd gaan worden.   Daarna stromen de terrasjes voor de theehuizen vol.  Hier in onze straat, de Avenue Hédi Nouira, wordt het pas tegen de morgen weer rustig.

Ook de twee Tunesische collega’s Béchir en Samia doen mee met de Ramadan.  Voor Béchir uit geloofsovertuiging, voor Samia meer vanuit sociaal wenselijk gedrag.  De Ramadan hoort bij Tunesië zoals het vieren van kerstmis in Nederland, met dat verschil dat de impact van de Ramadan veel groter is.  De Ramadan hakt er behoorlijk in.  Door een chronisch slaapgebrek en een verstoord eetritme liepen Béchir en Samia al direct op hun tandvlees.  Allebei hebben ze al een paar dagen op kantoor moeten verzuimen.   En we zijn nog maar op de helft.  Om het ze niet nog moeilijker te maken, houden we ons zelf op kantoor ook in met eten en drinken.  Ik deel de kamer met Béchir en elke keer als hij de kamer uit loopt klok ik gauw een paar glazen water naar binnen.  Lunchen doen we met de niet vastende collega’s achter een gesloten deur.

Afgelopen vrijdag zagen we een vergelijkbaar tafereel in de stad, langs de grote Avenue Habib Bourguiba.  Hoewel de meeste moslims vasten tijdens de Ramadan zijn er ook Tunesiërs die niet meedoen.  In een passage zagen we tussen de kieren van dikke velourse gordijnen een dikke blauwe rook hangen.  Zolang er niet in het openbaar gegeten, gedronken of gerookt wordt, wordt het nog getolereerd.

Slaapgebrek, honger en een gemis aan nicotine leiden er toe dat veel vastende moslims overdag behoorlijk chagrijnig zijn.  Het wil nog wel eens gebeuren dat mensen overdag compleet uit hun dak gaan.  Een kort lontje.  Geen beste zaak, want de vastentijd  betekent niet alleen dat moslims overdag moeten afzien van eten, drinken, roken en seks, maar dat ze ook geen lelijke dingen mogen zeggen.  M’n Marokkaans collega Salima wist te vertellen dat elke overtreding goed gemaakt kan worden met 60 dagen vasten ter compensatie.  Ga daar maar aan staan.  Salima is zelf niet praktiserend, maar haar 75-jarige oma doet nog steeds mee, hoewel ze dat volgens de koran niet meer hoeft.   Haar familie probeert haar oma er steeds van te weerhouden om mee te doen door haar voor te houden dat ze al meer dan genoeg punten heeft om naar de hemel te gaan en er overigens best wel een paar kan delen.  De toewijding van zo’n vrouwtje is niet te geloven.