zaterdag 11 mei 2013

De zevende hemel

Caroline’s grote droom is uitgekomen.  We zijn naar de woestijn geweest.  Twee weken terug moest ik voor werk naar een door ons gesteunde organisatie in het zuidoosten van Marokko.  Errachidia om precies te zijn.  Het vliegveld vlak bij Errachidia is al een paar jaar gesloten en om er te komen is tegenwoordig een lange busreis nodig dwars door de Hoge Atlas.  Ik heb dezelfde reis vorig jaar ook al eens gemaakt.  Deze keer was Caroline mee.

Vanuit het kosmopoliete Casablanca naar Errachidia verandert het landschap voortdurend.  De hoogvlakten van de Hoge Atlas geven vooral een desolate indruk.  Vorig jaar, begin april, waren de hoogvlakten vooral nog erg grijs en dor.  Nu, ietsje later in het jaar, was het al wat groener.  Gras en wat lage struiken.  Volop plezier voor de tientallen schaapskudden die je onderweg tegenkomt.  Na Midelt valt op dat de begroeiing in de dalen anders wordt.  De eerste dadelpalmen kondigen een warmer klimaat aan.  Wanneer de laatste bergpas overgestoken is bereiken we Errachidia waar we voor een paar dagen neerstrijken in een eco-hotelletje gerund door een aardige Italiaanse mevrouw.  Het is niet druk in het hotelletje, hoewel het voor een bezoek aan deze regio wel hoogseizoen is.  De meeste toeristen zoeken een overnachtingsadres nog ietsje zuidelijker.  In ons hotel verblijven voornamelijk zakenlui die na één nachtje weer terugreizen richting Rabat of Casablanca.

In Errachidia treffen we ook mijn collega Asmae die eerder met de nachtbus is gekomen.  Omdat we bij de organisatie waar we langs moeten ook een aantal bestuursleden willen spreken, die alleen in het weekend beschikbaar zijn, werken we vrijdag tot en met zondag.  Maandag hebben we een vrije dag om de omgeving te verkennen.  We mogen de auto van de organisatie gebruiken en huren een chauffeur in, Ismaël.  Hij kent de regio op z’n duimpje en tipt ons over de te nemen route in de richting van Merzouga, het absolute hoogtepunt van onze trip.  Nog midden in de stad gaat Ismaël van de hoofdweg af en rijden we via de buitenwijken van Errachidia de stad uit.  We belanden direct op een smal weggetje dwars door een stoffig landschap, maar al na een paar kilometer passeren we een dorpje midden in een oase.  Mensen verplaatsen er zich per fiets, brommertje of pakezel.  We verwonderen ons wanneer we een oud vrouwtje de aarde voor haar lemen huisje schoon zien bezemen.
 
Niet veel verder buiten Errachidia is al onze eerste stop.  La Source Bleue.  Een koele waterbron midden tussen een woud van dadelpalmen.  Vanaf een wat hoger gelegen uitkijkpunt hebben we een geweldige blik over de omgeving.  Een paar kilometer verder zien we boven op een steile rotswand de ruïnes van een oude ommuurde stad.  Ik probeer me in te beelden hoe het leven er in die stad heeft uitgezien.  Ooit in een ver verleden.  Een leven uit de sprookjes van duizend-en-één-nacht, stel ik me zo voor.  Het is een indrukwekkend beeld in ieder geval.  En een paradijs kennelijk voor duizenden zwaluwen.  Ja, het voelt als zomer.



Na het bezoekje aan La Source Bleue trekken we verder naar het zuiden.  We rijden dwars door de vallei van de Ziz.  Een oud riviertje wat z’n sporen in het landschap duidelijk heeft achtergelaten.  De Ziz slingert zich door een diepe kloof dwars door het woestijnachtige landschap.  Rond het riviertje zien we hier en daar een dorpje met wat kleinschalige landbouw en vooral dadelpalmen, heel veel dadelpalmen.  Even verderop maken we nog een tussenstop bij een hoger gelegen uitzichtpunt.  In het dorpje in de groene vallei onder ons zien we kinderen een potje voetballen op een schoolpleintje.  Uit een schoorsteen kringelt rook omhoog.  Een ezel balkt.  Een haan kraait.
 
 In Rissani bezoeken we de souk en een mausoleum.  Nou ja, bezoeken … het mausoleum blijk alleen voor moslims toegankelijk te zijn.  Op zich geen punt, want ook de  tuinen en het gebouw zelf zijn de moeite van een korte bezichtiging waard.  In de souk kopen Caroline en m’n collega Asmae sjaals.  Die blijken later nog goed van pas te komen.



Na Rissani is het met het groen gedaan.  We rijden dwars door een woestijn van grijze en zwarte stenen.  Er is in de verste verte geen struikje meer te bekennen.  De wind waait wat zand over de weg.  Heel in de verte zien we het doel van onze dagtocht.  Zandduinen.  Nadat Ismaël een paar telefoontjes gepleegd heeft stuurt hij op een splitsing linksaf en komen we steeds dichterbij.  Na een paar kilometer stoppen we bij een klein hotelletje aan de rand van de duinen.  Auberge Sahara.

Dank je wel Willem voor de leuke tekening


Het is inmiddels namiddag en de hoteleigenaar gaat aan de slag om een paar dromedarissen te regelen.  Ondertussen biedt hij ons een kopje thee aan.  Terwijl de beesten klaargemaakt worden helpt de eigenaar Caroline en Asmae om hun sjaals goed om te doen.  Gelukkig is het niet al te heet, maar de zon en wind zijn altijd verraderlijk.  En dan, tegen half zes, gaan we met z’n drieën op pad voor een tochtje van twee uur.  We zijn niet de enigen.  Links en rechts van ons zien we verschillende karavanen de duinen in trekken.  Maar er zijn ook motorcrossers en mensen met fourwheeldrives die zich in de duinen uit komen leven. 
Zelf sjokken we naar het hoogste duin in de omgeving, zo’n dertig meter hoog.  Om boven te komen moeten we het laatste stuk te voet.  En dat valt nog niet mee.  Hoe hoger we komen, hoe steiler het duin wordt en hoe ruller het zand.  Puffend komen we boven.  Maar het uitzicht bovenop is werkelijk adembenemend.  Aan de westkant zien we de verschillende hotelletjes liggen aan de rand van het duinengebied, maar aan de oostkant zien we duinen zo ver als het oog rijkt.  Zo’n honderdvijftig vierkante kilometer zand.  Een relatief klein gebied nog wanneer je het vergelijkt met de hele omvang van de Sahara, maar evengoed behoorlijk indrukwekkend.  Het namiddaglicht werpt een betoverende gloed over de golvende duinen.  Dit is waar Caroline van gedroomd had.  Op weg naar Merzouga had ze het toch nog wat benauwd gekregen.  Misschien zou het wel tegen vallen.  Misschien zou ze wel zeeziek worden op de rug van de dromedaris.  Maar het blijkt werkelijk de zevende hemel.
 


woensdag 8 mei 2013

Koninginnedag?



Corné en ik hadden het er al eens vaker over gehad.  Het zou leuk zijn als ik een keer met hem mee zou kunnen gaan als hij voor zijn werk op reis zou gaan.  Deze keer had Corné een training gepland in Errachidia, Marokko, en ik ben mee gegaan.  Het leek mij sowieso een belevenis om de busreis eens mee te maken door de atlas die Corné vorige keer gemaakt had.  Ik ben al eerder in Marokko geweest, maar nog niet in dit gedeelte.

We hebben geslapen in een gezellige en vrij traditionele herberg.  De eigenaresse, een Italiaanse die getrouwd is met een Marokkaan, is erg vriendelijk.  Na een bezoekje aan de souk, vertel ik haar dat ik het zo leuk vond omdat het hier niet echt toeristisch is.  Ze beaamt dit en vertelt dat er elke zondag ook een hele leuke zondagsmarkt is.  Ik besluit daar naar toe te gaan.  Corné werkt die dag namelijk ook.

’s Morgens rijd ik met Corné en zijn collega Asmae mee en vraag of de taxichauffeur me wil afzetten bij de zondagsmarkt.  En ja hoor, even later loop ik over de markt.  Ik kijk mijn ogen uit.  Wat een kleuren en wat een mensen.  Eigenlijk wil ik gelijk foto’s maken, maar ik hou me maar een beetje in. Ik weet niet zeker of het wel gewaardeerd wordt.  Ik loop langs kraampjes met toiletspulletjes en allerlei tweedehandsspulletjes.  Zou ik hier een plastic koffiefilter gaan vinden?  Dat is namelijk tot nu toe nog niet gelukt…en ik wil heel graag de koffie kunnen proeven die Victoria voor me heeft meegebracht uit Rome.

Opeens valt mijn oog op een bordje met daarop het eiland Ibiza.  Ook toevallig zeg…daar is Diana op dit ogenblik op vakantie!  Eigenlijk zou ze nu bij ons in Tunesië zijn met haar gezin.  De tickets waren zelfs al geboekt, maar na de moord op Chokri Belaid en alle onrusten daar omheen, durfde ze het toch niet meer aan.  Vooral omdat ze twee jonge kinderen heeft. Die waren ook onrustig geworden en Diana had groot gelijk dat een vakantie wel ontspannend moet zijn.  Ik was natuurlijk teleurgesteld, maar kan niet anders dan toegeven dat de situatie nog steeds onvoorspelbaar is.



 
Apart dat mijn oog nu valt op een bordje met Ibiza (of all places).  Ik twijfel even wat ik ga doen.  Een foto maken?  Het is tenslotte erg grappig, vind ik.  Besluiteloos loop ik door om even later toch weer terug te keren.  Ik kan minstens eens vragen naar de prijs.  Veel zal het niet kosten.  Dan kan ik altijd nog bedenken wat ik met dat bordje ga doen.  Dus vraag ik de prijs en het valt inderdaad mee.  De man achter de kraam begint een praatje.  Het lijkt of hij het bijzonder vindt dat ik dit bordje wil kopen.  Een vrouw en een meisje die ook bij de kraam zijn blijven staan, kijken glimlachend toe.  Misschien heeft hij het al vrij lang liggen bij zijn koopwaar.  Hij vraagt waar ik vandaan kom.  Als ik vertel dat ik uit Nederland kom, vraagt hij of Ibiza in Nederland ligt.  Vervolgens vraagt hij of ik van het bordje ga eten of het neer ga zetten voor de sier.  Ik zeg dat het een cadeau is voor een vriendin.


Ik loop weer verder en wordt wel enigszins aangekeken, maar vooral met rust gelaten.  Ik ben mezelf er van bewust dat ik hier opval in mijn toch wel westerse kleding, kort haar en zonnebril.  Af en toe groet iemand me en vraagt me in het Frans hoe het gaat.  



Het lijkt hier wel de vrijmarkt op Koninginnedag in Nederland.  De duvel en z’n oude moer worden hier verkocht.  Ik vraag me af waar al die spullen toch vandaan komen en of ze ooit nog eens gebruikt gaan worden.

Naast allerlei spullen kan je hier ook verse groente, schapen en kippen kopen.  Mijn oog valt op een bijzonder tafereel.  Ergens op een hoek staat een man in een djellaba op een tapijt.  Voor hem heeft hij een tafeltje met daarop een kleed van struisvogelveren.  Daar boven op liggen twee echte struisvogelpoten gekruist over elkaar heen.  Het ziet er nogal griezelig uit.  Op het kleed voor hem liggen grote eieren en staan allerlei potjes en kruiden.  Er staan veel mensen, vooral mannen en jongens, om hem heen.  Hij is iets aan het vertellen waar hartelijk om gelachen wordt.  Jammer dat ik er niets van kan verstaan.  Wat zou hij doen?  Is hij een medicijnman of een soort waarzegger?  Ik zal het straks eens navragen.

Even later zie ik een aantal grappige mandjes staan in felle kleuren.  Handwerk.  Er zit een jonge vrouw bij.  Ik pak een mandje op en zeg dat het mooi is.  Misschien koop ik wel een mandje en ik vraag naar de prijs.  De vrouw spreekt alleen Arabisch en steekt twee vingers omhoog.  Ik denk dat het twee dirham is, maar dat blijkt niet te kloppen.  Al snel komen twee vrouwen er bij staan die wel Frans spreken en zij helpen me mee door te vertellen hoeveel het mandje kost.  Het lijkt erop dat de verkoopster iets te veel wilde vragen.  De ene vrouw heeft een baby in een draagdoek op haar rug. Een schattig meisje met een zonnehoedje.  Leuk dat hier zoveel baby’s op de rug worden gedragen, net als in Zambia.  In Tunesië heb ik dat niet zoveel gezien.  Ik geef de verkoopster een briefje en ze gaat bij een ander kraampje wisselgeld halen.  Intussen pakt de moeder een, in mijn ogen vies en versleten knuffelbeest op.  Ze wil het kopen voor haar dochtertje.  De contrasten op de wereld zijn groot.  Ik bedank de vrouwen voor hun hulp en geef de knuffel als cadeau aan het kleine meisje dat Naima heet.  En ik vraag of ik nog een foto mag maken.  Het lijkt me een mooie herinnering aan dat bijzondere moment.

zondag 21 april 2013

Feestje!

Zaterdag 20 april.  Gisteren, net voor het slapen gaan, heb ik Caroline al kunnen feliciteren met haar verjaardag.  De familie was me trouwens al net voor geweest met een verjaardagskaart die vrijdag door de postbode bezorgd was.  Goed getimed.  De rest van de morgen en middag staat facebook roodgloeiend van de binnen stromende felicitaties en komen er de nodige skype-belletjes binnen.  Caroline mag zelfs wat cadeautjes uitpakken van Rianne, Desiree en Francis die Gerard en Farahnaz een paar weken terug uit Nederland hadden meegenomen.  Gezellig, al die warme aandacht.

We doen het verder een beetje rustig aan.  Caroline is nog wat moe van een tamelijk hectische week en we hebben de wijn die Salima gisteravond had meegenomen ons goed laten smaken.  Maar ’s avonds gaan we lekker uit eten samen met Victoria, Caroline’s beste vriendin hier, en haar vriend Cyril.  Ze hebben een grote bos bloemen meegenomen voor Caroline en Victoria, zelf Amerikaanse, heeft er een kaartje bijgedaan met daarop felicitaties in het Nederlands.  We hebben een tafel gereserveerd bij Plaza hier om de hoek.  Plaza is één van de meest populaire uitgaansgelegenheden hier in La Marsa, met een hotel, discotheek, bar, pizzeria en restaurant.  Het is elke avond volgeboekt en vooral de zaterdagavond kun je er over de koppen lopen.  De straat staat vol met parkeerwachters die er op toe zien dat de overlast voor de buurtbewoners een beetje beperkt blijft.  Eén van de redenen dat het er zo druk is is misschien dat er volop alcohol geschonken wordt.


Het is een opvallende ambiance bij Plaza.  De eigenaar is een Tunesiër die in Amerika het vak heeft geleerd en dat is te zien ook.  De verschillende terrassen bij de bar en het restaurant zijn gezellig aangekleed.  Overal branden vrolijke lampjes, de palmbomen in de tuin zijn versierd met guirlandes en er staan een paar lampen in de vorm van palmen.  Heerlijk over de top allemaal. 

De aankleding van het restaurant zelf oogt aan één kant chic, maar de tv-schermen aan de kant waar continu voetbalwedstrijden op worden uitgezonden, geven het weer een goedkope uitstraling.  Je zou ze eigenlijk alleen in de bar verwachten, maar daar denkt de eigenaar kennelijk anders over.  De clientèle van het restaurant is trouwens ook niet echt geïnteresseerd in voetbal.  Plaza is duidelijk in trek bij de jetset van La Marsa en omstreken.  Een plek om te zien en om gezien te worden.  Vooral de dames proberen de nodige aandacht te trekken.  Uitdagend gekleed, zwaar opgemaakt en veel geblondeerde haren.  En zo te zien hier en daar ook met de nodige correcties.


We laten ons er niet al te veel door afleiden.  Direct nadat we aan ons tafeltje hebben plaatsgenomen komt de ober met een grote schaal verse vis en kreeft aan.  Het ziet er smakelijk uit al is de kreeft niet moeders mooiste.  Even later, wanneer de ober dezelfde schaal nog eens bij een andere tafel heeft laten zien en hij wat onhandig verder loopt, zwiept hij nietsvermoedend de lange voelsprieten van de kreeft door Caroline’s haar.  Lekker hoor.  De dames houden het vanavond bij een pasta, maar Cyril en ik nemen als hoofdgerecht de wolf, geserveerd in een romige kerrie-saus.  Jawel Joop, het is inderdaad een heerlijke vis.  Cyril en ik nemen trouwens eerst nog een voorafje.  Cyril gefrituurde garnalen en ik een schaaltje gegratineerde asperges.  Het is voor het eerst dat ik ze tegen kom hier in Tunesië, en ze smaken uitstekend.

Natuurlijk nemen we ook nog koffie met een gebakje achteraf.  Caroline’s gebakje wordt speciaal voor de gelegenheid voorzien van een vuurwerkkaarsje.  Om de rekening hoeven we niet te vragen.  Die wordt ons al snel  toegeschoven.  De volgende gasten zitten al weer te wachten.

Een dag uit het leven van ...

Je hebt soms van die dagen die nogal volgepropt zijn omdat het nu eenmaal zo uitkomt. Vrijdag had ik zo’n dag.

7.30 uur: Ik loop naar Geraldine voor onze dagelijkse ochtendwandeling. Deze keer niet in het park vlakbij huis, maar samen met Françoise en Christine in Carthage. Voor de afwisseling lopen we daar wel vaker. Christine woont in Carthage en heeft ons uitgenodigd voor een kop koffie na het lopen. We lopen vandaag maar een deel van de gebruikelijke ronde. We hebben namelijk gewoon meer zin in koffie. Christine heeft vanmorgen nog een appelcake gebakken en even later zitten we heerlijk in de zon op het dakterras met een geweldig uitzicht op de Méditerranée. Ik vraag Geraldine of ze me even wil knijpen. Het is toch nog wel heel onwerkelijk! Ga ik dit ooit‘gewoon’ vinden? Het lijkt me niet.



9.15 uur: In de auto naar huis hebben Geraldine en ik het over de contrasten waar we soms tegen aan lopen. Ik heb het prima naar mijn zin en het is leuk om het thuisfront de leuke verhalen te vertellen, maar de laatste dagen heb ik een aantal hele vervelende verhalen gehoord van mensen die ik hier ken. Zo is er afgelopen maandag door iemand een steen naar de auto van Sara gegooid terwijl ze op de snelweg reed. Een flinke beschadiging in de deur net onder het raampje. Wat zou er gebeurd zijn als het glas geraakt was? Ik moet er niet aan denken. Verder hoorden we dat de man van een collega van Corné is beroofd voor een hotel in Tunis centrum. En Victoria vertelde dat ze met haar vriend Cyril getuige waren van een beroving in hartje Medina waarbij Cyril de zakkenroller zo goed en zo kwaad als het ging tegen heeft kunnen houden. We moeten alert blijven.

9.40 uur: Ik bel Diana even via skype. We spreken altijd een tijdstip af en dat is makkelijk. Toch wel heel fijn dat er internet is dat het contact met mensen in Nederland makkelijker maakt. Toen ik in Zambia woonde was dat nog een heel ander verhaal natuurlijk. Mailen ging toen nog niet en bellen was hartstikke duur. Gek genoeg was het weer wel zo dat de post daar beter aan kwam dan hier. We kletsen maar eventjes. We hebben vandaag allebei weinig tijd voor een heel verhaal.

10.00 uur: Ik spring onder de douche want ik moet mezelf nu toch wel haasten om op tijd bij Olga te zijn. We hebben namelijk om half elf afgesproken. Fris gewassen neem ik een taxi richting Gammarth.. Olga, een nieuw contact hier, wacht op me bij café ‘Le Journal’. Samen lopen we naar haar huis. Olga begint meteen te babbelen en dat blijft ze doen. Ik ken haar nog niet, maar ze wilde graag met me afspreken omdat we allebei uit Bergen op Zoom komen. Olga woont al een hele tijd in Tunesië en heeft ook in allerlei andere landen gewoond. Ze zit vol met verhalen en wijze raad. Ze vertelt dat ze van filosofie houdt. We blijken nog een aantal dingen gemeen te hebben. Het wordt dan ook alles, behalve een oppervlakkig gesprek. Olga vraagt al snel waarom ik geen kinderen heb en of dat een bewuste keuze is. Zij heeft ooit dezelfde keuze gemaakt, maar in haar tijd was dat nog wat ongebruikelijker merk ik aan haar verhaal. Als ik weer naar huis ga, krijg ik een tas vol tijdschriften mee en fruit uit haar eigen tuin. Ze vraagt me of ze me nog ergens mee kan helpen en of ik nog iets nodig heb. Ze komt op me over als een tante. Of is het meer als een moeder? Ze is super zorgzaam in ieder geval. Mijn hoofd zit heel vol met alles wat ze gezegd heeft en ik moet het allemaal nog eens even laten bezinken.

13.00 uur: Door een aardige taxichauffeur word ik thuis afgezet. En daar wacht me een leuke verrassing! Er is vandaag post van mijn ouders en Leo, Nid en de kinderen voor mijn verjaardag. Ik bekijk het en eet vlug een sneetje roggebrood. Ik moet er weer vandoor om les te geven aan mijn leerling Amber. Amber is een meisje van acht jaar en ik geniet ervan om haar les te geven. Het is een vrolijk en slim meisje dat boordenvol vragen zit. Zo vraagt ze bijvoorbeeld waarom Europa Europa heet. Zo leer ik zelf ook nog wat. Ze is creatief en grappig. Helaas gaat ze deze zomer terug naar Nederland. Na de les neem ik een taxi omdat ik met Sanne heb afgesproken. Sanne is een Nederlandse leerkracht die hier werkt als klasse-assistente op de Amerikaanse school.

16.00 uur: Ik puf even uit en eet een ijsje in de zon en daarna op naar Sanne. Ze brengt me in contact met Meire. Dat is een Braziliaanse vrouw die binnenkort een talenschool gaat starten hier in La Marsa. Ik ben net als Sanne ook gevraagd om hier een aantal uur te gaan werken. Ik krijg een rondleiding in het gebouw waar nu nog volop aan gewerkt wordt. Over zo’n twee weken moet het allemaal startklaar zijn. Spannend hoor. Ik heb er zin in. Zo super dat ik hier nog steeds met mijn beroep bezig kan zijn! Als ik hier ga werken, kan ik trouwens zelf ook een taalcursus volgen. Wat zal het gaan worden? Arabisch, Frans of bijvoorbeeld Chinees?

17.00 uur: Ik loop meteen door naar de supermarkt. Vlug wat inkopen doen, want vanavond komt Salima, een collega van Corné bij ons eten. Gelukkig zijn er deze keer volop mooie groenten en met mijn tas vol lekkere dingen kom ik thuis. Meteen door naar de keuken waar ik begin met het maken van een venkelsalade. Corné helpt ook mee met koken. Dan de huiskamer nog even opruimen en de kaarsjes aan.

19.30 uur: We zitten gezellig te babbelen en paella te eten. Salima heeft een lekkere rode wijn meegenomen. We hebben een hele gezellige avond samen. Rond half twaalf brengen we Salima naar huis; ze woont iets verderop bij ons in de straat. Als we even later weer terug zijn, ploffen we in bed.



23.55 uur: Nog vijf minuten en dan is het 12.00 uur. Nog maar even wachten met slapen…want ik ben bijna jarig!

zondag 14 april 2013

Desperate Housewives


De afgelopen weken hebben we volop kunnen genieten van familiebezoek.  Eerst onze ouders en daarna mijn oudste broer Gerard met zijn vrouw Farahnaz en hun dochter Nobahar.  We hebben, samen met hen, hier weer allerlei nieuwe plekken ontdekt.  Wat is Tunesië toch mooi en verrassend veelzijdig!  Voor iedereen wat wils.  Het valt ons op dat er plekken zijn die nog niet echt ontdekt zijn door de toeristen, maar zeker de moeite waard zijn om te bezoeken.  Zo hebben we twee nachten geslapen in een ecologische boerderij in Zaighouan en hebben we daar gewandeld door een prachtige groene omgeving.  Ook hebben we verschillende archeologische sites uit de Punische en Romeinse tijd bezocht.  Vooral het indrukwekkende Oudna, hier niet meer dan 40 kilometer vandaan, wordt nog maar weinig bezocht. 



Voor Nobahar was het absolute hoogtepunt dat we samen met een dolfijn hebben gezwommen.  Best een beetje spannend vond ik zelf, maar onder goede begeleiding van een aardige trainer. 

 



En verder was het bezoek aan de tassenfabriek met Farahnaz een geslaagd uitje.  Voor een prikje kun je daar showmodellen van bekende merken kopen.  En van een goeie kwaliteit.  Ben erg blij dat ik zelf een eigen inkomen heb uit de bijlessen die ik hier geef.  Het was fijn om bij elkaar te zijn en om ook gewoon ’s avonds familietradities hoog te houden met een gezellig potje eenendertigen.



Het is leuk om met trots te kunnen laten zien waar we wonen en wat we hier zoal doen.  We wonen hier erg graag.  Steeds als ik het uitzicht bij ons huis zie word ik blij dat we deze stap gemaakt hebben.  Bijzonder dat we dit meemaken.  Ik droom trouwens nog regelmatig over mijn ‘vorige’ leven als juffrouw op ‘De Biezenhof.’  En dat verbaast me dan toch weer wel.  M’n werk in Nederland was kennelijk nog veel belangrijker voor me dan ik had verwacht.  Mijn vader droomt trouwens na meer dan tien jaar ook nog regelmatig over zijn werk.  Het zal dus ook wel in de genen zitten.

Het nieuwe leven houdt in dat vanzelfsprekende dingen niet altijd meer zo vanzelfsprekend zijn.  Naar de kapper gaan bijvoorbeeld.  Ik gaf me altijd volledig over aan de kapster, omdat ik bedenk dat zij diegene is die verstand van zaken heeft.  Dus hoefde ik ook niet uit te leggen in het Frans wat ik nu precies wilde.  Maar de allereerste keer hier was toch niet goed bevallen.  Dat was nog in Ennasr.  De kapster knipte mijn haar op een manier waarvan ik meteen al zag dat het mis ging.  Thuis gekomen voelde ik me net Beatrix met mijn bol geföhnde haar.  Mijn haar bleek overigens nogal scheef te zijn geknipt en Corné ging met de schaar aan de slag om enigszins de schade te herstellen.  Ook was de kraag van mijn jasje verpest door het chloor wat blijkbaar was gebruikt om de wasbak schoon te maken.

Hier in La Marsa hebben we in de straat dé kapsalon waar de meeste expats die ik ken naar toe gaan.  Bel’Hair.  De naam doet denken aan Bel Air.  De rijke sjieke buurt van Los Angeles waar de sterren wonen.  Ik liep er een keer langs voor een afspraak.  ‘Wat is dat eigenlijk in het Frans?’ bedacht ik nog aan de late kant, toen ik al voor de deur stond.  Het bleek een ‘rendez-vous’ te zijn.  Als Nederlander vind ik dit grappig klinken, want wij gebruiken dat woord voor een ander soort afspraakje.  Dat bracht meteen voorpret.

Eigenaresse Nora van deze hippe zaak is een aardige vrouw en zij knipt alle klanten zelf.  Haar assistentes doen de andere klusjes zoals verven, haren wassen en pedicure.  Er is ook een meisje in dienst die het syndroom van down heeft.  Layla.  Ik schat haar een jaar of 18 en ze zorgt voor koffie, het verwisselen van de cd’s en het wegvegen van de haren.  Ik ben inmiddels twee keer geweest.  Ik voel me blij dat er weer iets aan mijn haar wordt gedaan, maar ik ben toch nog niet helemaal op mijn gemak, merk ik wel.  Het komt vast doordat ik me omringd voel door sjieke expat-vrouwen die hier komen voor hun kapsels, manicure, pedicure en andere behandelingen waarvan ik het bestaan nog niet ken .  Sommige vrouwen lijken inderdaad te denken het leven te leiden van een ster.  Mooi huis met zwembad en geld zat.  Hulp in de huishouding en een privéchauffeur.  Ze mopperen als de hulp een dagje niet kan en ze dus zelf aan de slag moeten.  Toch hebben ze het druk met van alles.  

Victoria, mijn Amerikaanse klasgenote, maakt er altijd grapjes over.  Ze vraagt dan hoe het gaat met de ‘real housewives’, refererend aan de tv-serie ‘Desperate housewives’.  Nou ja, het is misschien inderdaad wel te vergelijken met deze serie of de Nederlandse variant ‘Gooische vrouwen’.

Zelf voel ik me absoluut niet desperate.  Voor mijzelf is het leven hier nog allesbehalve saai en voorspelbaar.  Van de week toen ik groenten aan het kopen was op de markt, kwam ik Geraldine tegen.  Ze vertelde dat ze toevallig net Olga had gesproken.  Ik ken Olga nog niet, maar Geraldine zei dat ze hier al jaren woont en uit Bergen op Zoom komt.  Olga wil heel graag een keer afspreken.  Gisteren belde ze inderdaad op.  Ze klonk als een gezellige tante.  Van de week ga ik bij haar op de koffie.  Ik ben natuurlijk heel benieuwd.  Vreemd is dat toch eigenlijk?  Bij een, nu nog, wildvreemde op de koffie gaan, omdat je toevallig allebei uit Bergen op Zoom komt?  Ik vind het eigenlijk erg leuk!  ’s Avonds vertelde ik het aan Annie, Corné’s moeder, toen we op de Skype waren.  Ze stelde me meteen gerust door te zeggen dat ze het heel normaal vindt.

zondag 17 maart 2013

Onze eerste logees

Afgelopen dagen hebben we onze eerste logees gehad.  Bep, Joop en Annie zijn naar Tunis gekomen voor een bezoek van 10 dagen.  Benieuwd hoe we het hier in Tunis maken.  Spannend ook wel een beetje, geloof ik.  Niet alleen voor Bep, Joop en Annie.  Ook voor onszelf.  Hoe zouden ze het vinden?

De reis naar Tunis verliep in ieder geval voorspoedig.  Tunisair was deze keer op tijd en de familie kwam op een stralende dag aan.  Alleen de controle op Zaventem had wat gedoe opgeleverd, onder andere omdat de beambte van dienst niet bekend bleek te zijn met roggebrood.  Na een verder vlekkeloze vlucht was in Tunis iedereen ook vlot door de douane.

Omdat het vliegveld zo ongeveer midden in de stad ligt waren we een half uurtje nadat de familie door de douane kwam al in La Marsa.  Na een rondleiding door het huis nam Caroline iedereen mee voor een kopje koffie op het dakterras van Zéphyr, met uitzicht over La Corniche en het gladde water van de Méditerranée die lag te glinsteren in een aangenaam namiddagzonnetje.  Ik geloof dat iedereen zich meteen op zijn of haar gemak voelde.

We hebben Bep, Joop en Annie voor de rest van de week van alles laten zien om te proberen ze een aardige indruk te geven.  Niet alleen van het mooie pittoreske La Marsa en van Sidi Bou Saïd, maar ook van Raoued, een grauw, eenvoudig dorpje ten noorden van Tunis, waar het leven niet makkelijk is.  Of van de smalle, hobbelige steegjes van de Medina van Tunis, met z’n opdringerige verkopers.  Wel wat anders dan de goed gevulde Géant in Tunis met z’n bling bling of de Monoprix supermarkt hier in La Marsa.  We hebben natuurlijk ook een stukje oude historie laten zien van het antieke Carthago, bij de ruïnes bovenop de Byrsa-heuvel en in het Bardo-museum, maar ook een stukje nieuwe historie bij de door pantserwagens bewaakte gebouwen achter prikkeldraad van de nieuwe overgangsregering van Tunesië.

Grappige situaties leverde ons voorgestelde programma natuurlijk ook op.  Datgene dat je graag wilt laten zien en beschouwt als topper, daar blijkt een ander soms toch wat minder warm voor te lopen.  Zo reden we langs een lagune richting  Raoued waar momenteel nogal wat flamingo’s zijn. We zagen duidelijk tientallen roze vogels vanuit het autoraampje. We vroegen of we hier even zouden uitstappen om wellicht een nog betere blik op de flamingo’s te kunnen werpen.  Joop bedacht waarschijnlijk dat hij het toch niet zo goed zou kunnen zien (en we hadden geen verrekijker meegenomen).  Hij antwoordde dan ook: ‘Nee, laat maar, ik zie ze wel op televisie.’


We zullen verder niet te veel details verklappen.  Die kun je het beste aan Bep, Joop of Annie vragen of zal je zelf aan den lijve moeten komen ondervinden.  Het was een goed gevuld programma in ieder geval, met daarin de nodige tijd ingeruimd voor een terrasje voor een lekkere crêpe en een glas vers geperste jus d’orange of gewoon een lekker bakkie café direct.  En lekker eten ook, zoals bijvoorbeeld in het beste visrestaurant van Tunis en omstreken waar Annie en Bep zo maar ineens sjans kregen met één van de medewerkers.  Zo weten ze ook meteen dat Tunesiërs echte charmeurs zijn.  Joop had daar trouwens vooral aandacht voor de wolf, één van de meest favoriete visjes hier in Tunesië die hier ook zo lekker klaargemaakt kan worden.  Maar ook de couscous, niet alleen die in de Medina, maar ook de door ons klaargemaakte, viel goed in de smaak.

Het was al met al een hele gezellig week en een fijne tijd samen.  Een week waarin we van alles beleefd hebben.  Bep, Joop en Annie zeiden dat ze Tunesië in hun hart hebben gesloten.  Wat de meeste indruk heeft gemaakt zal je hen zelf moeten vragen.

zondag 3 maart 2013

Déco maison

Afgelopen twee dagen zijn we bepakt en bezakt thuisgekomen na een paar uurtjes shoppen.  Inmiddels wonen we iets meer dan een maand hier in La Marsa in een huis wat we helemaal kaal huurden terwijl we van een gemeubileerd appartement in Ennasr kwamen.   Het is een aardige klus om een leeg huis helemaal in te richten, maar de eerste logés die komende week komen zullen hun bedje gespreid vinden.

De hele inrichting van het huis begon begin januari direct met een mooie meevaller.  Via via waren we in contact gekomen met een Tunesiër die naar Nederland ging vertrekken en zijn hele inboedel te koop aanbod.  Nu woonde hij niet erg groot, dus heel veel was het niet.  Bovendien was zijn smaak niet helemaal de onze.  Maar we konden wel al z’n keukenapparatuur en keukeninventaris overkopen met daarbij een aardig bedbankje en bistro-setje.  Daarmee konden we de eerste weken overbruggen in afwachting van de levering van de rest van de meubels.  Slapen deden we de eerste weken in de woonkamer op het bedbankje.  Niet ideaal, maar goed te doen.

Voor de rest van de meubels hadden we een Nederlandse dame in de arm genomen die expats helpt bij het zich installeren in Tunesië.  Zij heeft de nodige contacten met meubelmakers in La Marsa en via haar hebben we een timmerman gevraagd om wat spullen voor ons te maken.  Helemaal naar onze smaak, op maat gemaakt en in een door ons gekozen kleur.  In afwachting van de levering van de meubels zijn we begin februari naar een meubelbeurs geweest in de hoop daar ook nog wat spullen te vinden.  Dat viel bepaald niet mee.  Wat we eigenlijk ook al wel konden weten na een aantal bezichtigingen toen we nog naar een gemeubileerde woning zochten werd hier nog eens bevestigd: Tunesiërs houden enorm van kitsch.  Maar terwijl we inmiddels tamelijk moedeloos door het beursgebouw slenterden, in steeds groter wordende verwondering, liepen we tegen een ontzettend leuk salontafeltje aan.  Begin vorige week werd ik gebeld met de vraag in wat voor kleur we het eigenlijk wilden hebben.  Tsja, op dergelijke momenten vraag je je wel eens af of het nog wel goed gaat komen, maar afgelopen woensdag werd het dan toch afgeleverd, in de goeie kleur.

Ondertussen hadden we ook de nodige vooruitgang geboekt met de op maat te maken meubels.  In eerste instantie ging dat jammer genoeg niet helemaal goed.  De bestelde bedden, inclusief de twee logeerbedden, bleken, hoewel prachtig afgewerkt, niet de goede maat te zijn.  Dat was even schrikken maar vooral Hédi, de timmerman, zat er behoorlijk mee in z’n maag.  Dit was ‘m in jaren niet overkomen.  Gelukkig kon het probleem snel opgelost worden met een paar aanpassingen.



 
Een weekje later werden de garderobekasten afgeleverd en vervolgens de eethoektafel, boekenkast en het stereomeubel.  Vakwerk allemaal, gemaakt met een goed oog voor detail.  De boekenkast moest trouwens door vier man naar binnen gesjouwd worden.  Hédi heeft uiteindelijk een degelijke klus afgeleverd.

Afgelopen donderdag werden we ook nog eens verrast met het goede nieuws dat de door ons bestelde sofa ook al klaar was.  Dat was een enorme meevaller, want de verwachting was dat die pas in de loop van maart afgeleverd zou worden.  Het nodige stoffeerwerk zou wat meer tijd in beslag nemen, maar dat bleek uiteindelijk toch een stuk sneller gedaan dan gedacht.  De levering vrijdag leek nog even letterlijk in het water te vallen doordat het de hele middag hard stond te regenen, maar de verschillende onderdelen waren goed ingepakt.  We liggen nu allebei heerlijk languit.  Ik met de laptop op schoot en Caroline naast me met een goed boek.

Met de sofa erbij is de woonkamer bijna af en kunnen we ons vooral gaan bezighouden met de aankleding.  Vandaag hebben we een paar lampen opgehangen.  In de slaapkamers hebben we het eenvoudig gehouden, maar boven de zithoek pronkt inmiddels een mooie Venetiaanse lamp, gekocht bij een leuk winkeltje hier in La Marsa.  In datzelfde winkeltje zijn we trouwens ook  geslaagd voor een paar tapijtjes.  Het levert een mooie combinatie op van strak modern met traditionele elementen. 

Wat dat laatste betreft zijn we trouwens ook erg in onze nopjes met de kist die we vorige week bij een brocante op de kop wisten te tikken.  Caroline schreef er al over in ons vorige blog.  Het is een echte blikvanger die een mooi plekje heeft gekregen naast de voordeur.  Wie weet wat voor een lange weg  hij gegaan is.